G-7: presidentiële show voor het Amerikaanse thuisfront

TOKIO, 5 JULI. De wereldtop van de G-7, die woensdag in Tokio begint, kent één jonge deelnemer die resultaten wil zien: president Bill Clinton van de Verenigde Staten. Hij komt naar Japan om te schitteren als Amerikaans leider. Dat zou hem ook niet moeilijk moeten vallen, want de rest van het gezelschap - op de jonge onervaren nieuwe premier van Canada na - zijn aangeslagen leiders.

De Japanse gastheer is een demissionaire premier, wiens politieke rol is uitgespeeld. De Europese deelnemers (Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië) kampen thuis allemaal met een recessie en een verzwakte politieke basis, terwijl de burgeroorlog in Zuidoost-Europa hun gedeelde machteloosheid als nooit tevoren in kaart heeft gebracht.

De driedaagse wereldtop in Tokio, waar naast de Europese landen ook Canada, Japan en de VS aan deelnemen, zal waarschijnlijk vooral een Amerikaanse wereldtop worden, die sterk in het teken staat van de presidentiële public relations met het oog op het thuisfront. President Clinton zal daarbij de wereld willen laten zien dat Amerika eindelijk onder zijn leiding is begonnen in de verwaarloosde staatshuishouding orde op zaken te stellen.

Op buitenlands politiek terrein kan hij ook het een en ander tonen: hij heeft het initiatief bij de multilaterale hulp aan Rusland geheel en met succes naar zich toe getrokken, de terroristen in het Midden-Oosten zijn tanden laten zien, Noord-Korea (“de nieuwe nachtmerrie”) voorlopig afgehouden van nucleaire avonturen, Oekrane onder politieke druk gezet het Start-1 verdrag te ondertekenen, in Somalië de toestand onder controle gehouden en China met een afgezwakt beroep op de mensenrechten handelsvoorrechten gegeven.

Op economisch terrein zou Clinton nu nieuwe iniatieven willen nemen, zoals een gezamenlijke verklaring dat de zeven ieder voor zich zullen streven naar een jaarlijkse economische groei van drie procent. Een ambitieuze doelstelling, maar wel een die Amerika de mogelijkheid geeft de anderen onder druk te zetten, Japan en Duitsland voorop.

Hoewel de Amerikaanse minister van financiën, Lloyd Bentsen, eind vorige week het streven naar drie procent groei een beetje afzwakte - wellicht om hoge verwachtingen te temperen - heeft Clinton toch beide landen nodig om het economische herstel in zijn land vaart te geven. Amerika wil dat Japan tot nieuwe stimuleringsmaatregelen besluit en zijn markten verder openstelt voor Westerse (lees: Amerikaanse) produkten. Duitsland is hem op de valreep al tegemoet gekomen met de nieuwe renteverlaging van afgelopen donderdag, een dag nadat president Clinton Duitsland daarom publiekelijk vroeg.

Bovendien heeft Clinton met succes het Amerikaanse Congres weten over te halen de fast track-procedure voor de GATT nog eens te verlengen, zodat een nieuwe deadline voor de Uruguay-ronde, al vier jaar vast agendapunt op de wereldtop, Europa (lees: Frankrijk) de tijd geeft de weerstand thuis alsnog te overwinnen.

De wereldtop zal, behalve een sterk Amerikaans stempel, dan ook een sterk economisch stempel krijgen, en met dat laatste is de G-7 terug bij de oorspronkelijke doelstelling: coördinatie van macro-economische politiek. Want hoe verzwakt de Europese leiders ook zijn en hoe sterk de Amerikaanse leider ook wil lijken, alle deelnemers zullen beseffen dat ze elkaar nodig hebben om de recessie definitief van zich af te schudden. Daarbij zal het vooral van Clintons vaardigheden afhangen of hij de "oude' Europese leiders weet te enthousiasmeren en hun zelfvertrouwen kan herstellen tot het peil van pakweg vóór "Maastricht'.

Van het Japanse voorzitterschap hoeft de G-7 dit keer geen initiatief te verwachten. De Japanners zullen met hun hoofd meer bij de verkiezingscampagne zijn die zondag is losgebarsten voor de belangrijke vervroegde verkiezingen voor het Lagerhuis later deze maand, waarbij de regeringsmacht van de LDP voor het eerst in 38 jaar op het spel staat.

Twee dagen zullen de dame en de acht heren (onder wie ook de vice-voorzitter van de Europese Commissie - voorzitter Delors heeft zich ziek gemeld - en de roulerend voorzitter van de Europese Gemeenschap, dit maal België) met elkaar confereren in het gastenverblijf van de Japanse regering, het Akasaka Paleis (1909, naar Europees voorbeeld). Woensdag staat de wereldpolitiek op de agenda, donderdag de wereldeconomie. Vrijdag schuift de Russische president, Boris Jeltsin, aan. Een kleine veertigduizend man sterke politiemacht moet het overigens door en door veilige Tokio vrijwaren van aanslagen door extremisten.

Dat deze wereldtop wordt beheerst door kwesties van economische aard, blijkt ook uit het aantal journalisten dat de conferentie zal verslaan. Dit jaar is dat minder dan vorig jaar en nog minder dan op de laatste wereldtop in Tokio, zeven jaar geleden. In 1986 kwamen er bijvoorbeeld uit Amerika 1371 man, nu 678. Oorzaak: bezuinigingen bij de media en het afnemende belang van zulke wereldconferenties. Ook het aantal Japanse journalisten, die de hoofdmacht vormen, is verminderd (van 9.315 in '86 naar 8.990 nu)

Het kon wel eens zo zijn dat het meest urgente agendapunt de revitalisering is van de G-7 zelf, schreef de Japanse krant de Asahi Shimbun een poosje geleden, maar dat was nog op het dieptepunt van de blunders van Clinton. Hij arriveert morgen in Tokio in zijn geliefde rol, die van Come Back Kid. Hij zal als geen andere deelnemer hier worden beoordeeld op de vraag: maakt hij, voor het eerst op de wereldtop van de G-7, zijn leiderschap waar? Want dat moet van Washington komen, in dat opzicht is de wereld nog altijd dezelfde.