Een Marokkaanse zelfmoord

Een dag nadat het was gebeurd had hij er 3.000 kilometer verder al van gehoord.

Vorige week maandag was de Marokkaans-Nederlandse journalist Ali Rasak in zijn geboorteland voor een reportage. “Heb je het al gehoord”, vroeg de portier van zijn hotel. Het was in Marokko niet op radio of televisie geweest, niet in kranten. Toch was de zelfmoord van een jonge Marokkaan in een Nederlandse cel onderwerp van gesprek. In het plaatsje Alhoucima aan de Marokkaanse noordkust werd gedebatteerd. “Hij heeft ervoor gekozen om in een kist terug te komen”, zei de portier.

Terug in Nederland informeerde Rasak bij collega's. “Iemand heeft zich in de gevangenis van Nieuwersluis opgehangen om uitzetting te voorkomen”, bevestigden ze. Rasak was niet verbaasd. “Ik verwachtte dat dit op een bepaald moment zou gebeuren”, zegt hij. “Die jongen heeft er zijn leven voor over gehad om niet terug naar huis te worden gestuurd.”

Sinds een aantal maanden bestaat er een overeenkomst tussen Marokko en Nederland waardoor het gemakkelijker is geworden illegale, criminele Marokkanen terug naar hun vaderland te sturen. De Amsterdamse politie zit al jaren in zijn maag met een groep van ongeveer 500 illegale, criminele jongeren waarmee ze weinig kon uitrichten. “Jongeren die straatroof plegen en wier identiteit heel moeilijk was vast te stellen”, zo luidt de definitie van de politie. Nu helpt Marokko bij het vaststellen van de naam en laat het de jongeren toe.

In de nacht van 26 op 27 juni maakte de 23-jarige Marokkaan R.N. een eind aan zijn leven. Met een laken hing hij zich op in zijn cel. Daarmee doorbrak hij een van de grootste taboes van zijn cultuur. Waarom? “We hadden geen enkele aanwijzing”, is de officiële lezing van de gevangenisdirectie. Op 4 juni werd N. opgepakt op de Geldersekade. Zeven dagen politiecel en daarna Nieuwersluis in afwachting van het vliegtuig naar Casablanca. Als vijftienjarige kwam hij met zijn vader naar Nederland. Met hem had hij al jaren geen contact meer en zijn verblijfsvergunning was verlopen. Hij was al eens eerder opgepakt en was wat de politie noemt "een circuit-vervuiler'.

De politie lijkt een laconieke houding in deze zaak ten toon te spreiden. Ze vergat de piketcentrale te waarschuwen voor een bezoek door een advocaat. “Een omissie”, geeft de politie toe. Op 11 juni kreeg de jongen, door bemiddeling van de gevangenis toch een advocaat. Mr. Louwerse bezocht hem in Nieuwersluis: “Een keurig nette jongen”, vertelt de advocaat. “Hij sprak goed Nederlands. Als ik gedacht had dat hij onder spanning stond, was ik nog wel eens langs gegaan.”

De criminaliteit onder jonge Marokkanen is een probleem. Het blijkt steeds opnieuw uit rapporten en cijfers. Maar wie zijn die "illegale, criminele jongeren' dan? Wat is het verhaal van R.N.? “Ik kan me er wel iets bij voorstellen”, zegt hulpverlener Hans Blomsma. Al 23 jaar werkt hij met Marokkaanse jongeren. “Een jongen die niet meer gehoorzaamt of misschien aan de drugs raakt. Hij is door zijn vader het huis uitgezet en daarmee uit de Marokkaanse gemeenschap gestoten. En als je niet meer tot de familie behoort, ben je een outcast, een nul.”

Hij krijgt slechte vrienden, doet verkeerde dingen. En opeens dreigt hij teruggestuurd te worden. “Het gezichtsverlies wordt dan bijna niet te dragen.” Ooit moesten de "gastarbeiders' aan de Marokkaanse koning beloven dat ze hun land niet te schande zouden maken. Een jongere die door Nederland wordt teruggestuurd heeft die gelofte in de modder getrapt. “Je bent nog minder dan een hond”, zegt ook journalist Rasak. Een verblijf in een Marokkaanse politiecel met aframmelingen en mishandeling is wat deze jongeren bij terugkomst wacht, zegt zowel Blomsma als Rasak. De Amsterdamse politie bevestigt dat jongeren bij hun terugkomst in Marokko worden vastgehouden.

“Door het toenemend aantal mislukte gezinsherenigingen zullen drama's als deze zelfmoord steeds vaker voorkomen”, voorspelt Blomsma somber.

Eindelijk sturen we terug. Maar de vraag is: waarnaartoe?