Browning valt in voor grieperige Davidovitsj

Concert: Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Salvador Mas Conde met John Browning (piano). Programma: Mozart, Ouverture "Le nozze di Figaro' en Pianoconcert in A gr.t. KV 488, Beethoven, Derde symfonie in Es gr.t. "Eroica'. Gehoord: 3/7, Concertgebouw, Amsterdam. Radio-uitzending: 15/8, Radio 4.

Niet de Russische pianiste Bella Davidovitsj verscheen zaterdagavond op het podium van het Concertgebouw in Amsterdam, maar directeur Martijn Sanders. Hij vertelde dat Davidovitsj enkele uren voor het concert een dokter had ontboden om zich te laten behandelen voor een plotselinge griepaanval. Van pianospelen kon geen sprake zijn. De Amerikaanse pianist John Browning, die in Nederland was omdat hij vanavond in de serie Zomerconcerten het Tweede pianoconcert van Prokofjev zal spelen, had het Schumannconcert niet paraat, maar toonde zich wel bereid Mozarts Pianoconcert KV 488 te spelen.

Onder deze omstandigheden kon van uitgewerkte interpretaties natuurlijk geen sprake zijn. De Ouverture Le nozze di Figaro waarmee dirigent Salvador Mas Conde en het Limburgs Symphonie Orkest het geimproviseerde programma opende, was bepaald geen wonder van raffinement. De afstemming tussen de instrumentgroepen was nogal grofmazig en het klankbeeld miste een duidelijke kern, een euvel dat zich in mindere mate ook deed voelen in het pianoconcert van Mozart. John Browning speelde aanvankelijk op zeker met gedegen, zij het wat fantasieloos pianospel. Gaandeweg het concert kreeg zijn naar het romantische neigende toon meer brille en straalde hij meer begeestering uit, alsof hij zich liet meeslepen door een boek dat hij lang niet had gelezen. Salvador Mas Conde benadrukte zijn vertrouwdheid met de partituur van Beethovens Eroica door de symfonie uit het hoofd te dirigeren. Hij hield in het eerste deel een pittig tempo aan, maar slaagde er niet in dramatische momenten als de obstinaat repeterende dissonante akkoorden die voor Beethovens tijdgenoten zo'n schok betekenden voldoende ruggegraat te geven. Ook in de treurmars lukte het Mas Conde niet de lange spanningslijn in het thema vast te houden; de inzet was rommelig en van het nobele pathos dat Beethoven voor ogen stond, bleef niet veel meer over dan matte melancholie. Het Scherzo en de stormachtige opening van de Finale klonken geagiteerd en verbrokkeld. Het LSO wilde wel, maar het overzicht ontbrak.