Akkoord Haiti kan stranden op onwil militairen

MEXICO-STAD, 5 JULI. Het akkoord over het herstel van de democratie in Hati kwam dit weekeinde tot stand in de schaduw van het Vrijheidsbeeld en onder applaus van de internationale gemeenschap. Zo kreeg het in elk geval een mooie verpakking. De overeenkomst lijkt een overwinning van "de nieuwe wereldorde': geen militaire interventie, wel sancties die een eensgezind optreden van de internationale gemeenschap kracht bijzetten.

Over een kleine vier maanden, op 30 oktober, zal de gekozen president Jean-Bertrand Aristide weer voet op Haitiaanse bodem zetten. Met internationale hulp moet hij vervolgens proberen het lot van een ontbost, door het aidsvirus HIV genfecteerd, verarmd en verdeeld land te verbeteren. Maar zover is het nog niet, en zover zal het wellicht nooit komen. Het "Akkoord van Governor's Island' is bovenal een pact dat de protagonisten in het Haitiaanse drama à contrecoeur hebben gesloten. Legerleider en couppleger generaal Raoul Cédras stond na een kleine twee jaar van mislukte militaire dictatuur met zijn rug tegen de muur. Hij is geen Saddam Hussein en er is geen interventie nodig om een land als Haiti te dwingen: het bijna twee weken oude olie-embargo van de Verenigde Naties bleek al succesvol voor de schaarste aan de pomp merkbaar werd.

Cédras heeft gefaald, zo beseft hij zelf, en een zo eervol mogelijke aftocht was het beste onderhandelingsresultaat dat hij kon bereiken. Hij zal de geschiedenisboekjes niet ingaan als de man van de coup tegen Aristide, maar veeleer als de vaderlandslievende militair die meewerkte aan het herstel van de democratie. Zijn tweejarige bewind van terreur en angst zal hooguit een apocriefe kanttekening zijn.

President Aristide, door zijn aanhangers en in toenemende mate ook door zichzelf als messias van zijn land gezien, wachtte zaterdag bijna twaalf uur voor ook hij zijn handtekening onder het akkoord zette. De verdreven president trachtte het maximale uit de onderhandelingen te halen en eiste garanties voor het correcte verloop van het tien-stappenplan van de VN. Die garanties heeft hij maar ten dele gekregen.

In feite gokken Aristide en de VN met het plan op het erewoord van de juntaleider, maar dat is riskant. Het Haitiaanse leger is geen eenheid, maar een samenraapsel van bewapende groepen die elk loyaal zijn aan hun eigen commandant, degene die hun magere soldij wat verhoogt door hen te laten delen in de winst van smokkel- en afpersingsoperaties.

Weliswaar zat Cédras als nominale legerleider en couppleger aan de onderhandelingstafel op Governor's Island, maar het brein achter de staatsgreep van september 1991 en de man van wie wordt gezegd dat hij de afgelopen twee jaar een schrikbewind in Haiti heeft gevoerd, bleef buiten beeld. Deze kolonel Michel François, politiecommandant van Port-au-Prince, zweeg zoals gewoonlijk terwijl om hem heen het gekrakeel plaatshad. Op de spaarzame momenten dat hij spreekt, laat de jonge militair er weinig twijfel over bestaan hoe hij denkt over de man die hij bij een staatsgreep heeft verdreven. In een interview met NRC Handelsblad eerder dit jaar wees hij de terugkeer van Aristide kortweg af. Het VN-plan bepaalt dat François, net als de legertop, binnenkort zijn ontslag moet indienen.

In Haiti gaat het er niet zozeer om een democratie weer op de been te helpen na een kortstondige militaire dictatuur. Eerder is het omgekeerde het geval. Haiti heeft zeven maanden in een democratische roes geleefd, van Aristide's inauguratie als president in februari 1991 tot aan de coup eind september. In die periode waande Aristide's beweging Lavalas - het Creoolse woord voor de tropische, allesreinigende regenbui - de laatste restjes dictatuur weggespoeld. Maar Haiti had bijna tweehonderd jaar dictatuur achter de rug, en zeven maanden democratisch experiment waren voldoende om de heersende elite van militairen en zakenlieden te doen besluiten: dit nooit weer.

De afgelopen twee jaar is er weinig veranderd, of het moet zijn dat de tegenstellingen in het land nog groter zijn geworden. De VN-curatele is geen garantie dat de terugkomst van Aristide niet zal leiden tot een bloedbad van wraakoefeningen. Maar voor vele waarnemers is een eerste vraag of de militairen wel hun macht, en daarmee hun monopolie op de smokkel van drugs en andere waar, willen opgeven. De komende tijd zal blijken of Cédras in New York niet in een isolement heeft onderhandeld, en of hij voldoende gezag kan uitoefenen over de in theorie aan hem ondergeschikte strijdkrachten.

De recente geschiedenis van Haiti leert dat niets voorspelbaar is en ook niet verloopt zoals gepland. In dat verband zijn vier maanden een eeuwigheid.