Yoeri Basjmet: verfijnd en feestelijk spontaan

Concert: Radio Kamerorkest o.l.v. Yoeri Basjmet. Solisten: Yoeri Basjmet, altviool, Katia Skanavi, piano. Programma: Felix Mendelssohn, Tiende strijkerssymfonie in b. Joseph Haydn, Pianoconcert in D. Max Reger, Suite in g op. 131d. Anton Bruckner, Strijkkwintet. Gehoord: 2/7, Concertgebouw, Amsterdam. In de serie Robeco Zomerconcerten. Radio uitzending: 21/7, Radio 4.

Yoeri Basjmet heeft als solist en dirigent op de "bok' een indrukwekkend lange gestalte, maar wanneer hij van de verhoging afstapt blijkt zijn lengte uiterst gering. Alles wat goed is in de kunst lijkt uit te dijen waar je bij zit: een moment van grote zeggingskracht wordt tijdloos en een mens met grote uitstraling neemt fysiek toe in omvang. Direct bij de eerste maten van Mendelssohns Tiende strijkerssymfonie werd men gebiologeerd door een wonderschone welving in de strijkersklank, zo perfect uitgebalanceerd dat het korte moment in het geheugen werd gegrift, waar het uitgroeit tot "himmlische Länge'.

In de paar dagen dat Basjmet met het Radio Kamerorkest werkte aan de voorbereiding van dit concert en een CD-opname heeft Basjmet de musici vrijwel volledig naar zijn hand gezet. Er werd gemusiceerd met een bloeiende belcanto klank en een geraffineerde belichting van het detail. Bij Basjmet gaat die verfijning echter samen met een onbekommerde spontaniteit die bij Haydns Pianoconcert in D uitbarstte in onstuimige feestvreugde.

Achter de piano had de jeugdige en begaafde Katia Skanavi er al evenveel plezier in. Dat er van enig stijlverschil tussen Mendelssohn en Haydn geen sprake was, bleek plotseling geen obstakel te zijn. Zonder slag of stoot gaf men zich gewonnen voor een onhistorische Haydn waarin de romantische impuls van het belcanto werd gevolgd.

Basjmets muzikale wandeling door de eeuwen heeft steeds één vertrekpunt: zijn romantische aard en zijn Russische gevoel voor verfijning en klankkleur. Daarmee wist hij steeds weer te overtuigen: bij Regers Suite voor altviool ondanks het magere muzikale gehalte, en bij Bruckners Strijkkwintet ondanks het verlies aan innigheid en persoonlijke zeggingskracht van de stemmen, inherent aan de vermenigvuldiging van de oorspronkelijke bezetting.