Werkgevers ontevreden over Pronk

DEN HAAG, 3 JULI. De werkgeverscentrales VNO en NCW zijn ontevreden over het huidige beleid van minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking. Hij heeft veel te weinig oog voor de rol van de bedrijven in ontwikkelingslanden en onderschat de bijdrage die het Nederlandse bedrijfsleven daarbij kan spelen.

Dat zeggen de werkgeverscentrales in een nota over het ontwikkelingsbeleid voor de komende kabinetsperiode. Pronks beleid is onvoldoende gericht op het scheppen van rendabele werkgelegenheid in ontwikkelingslanden, terwijl dat de sleutel is voor duurzame armoedebestrijding, aldus de werkgeversorganisaties.

Hoofddoelstelling van het beleid dient niet langer armoedebestrijding te zijn, maar het streven arme landen zoveel mogelijk economische zelfstandigheid te geven. Daarom moet de Nederlandse hulp zich afgezien van noodhulp concentreren op de structurele aanpassingsprogramma's zoals het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank die met ontwikkelingslanden afspreken, menen VNO en NCW. In die programma's is de hulp gebonden aan scherpe voorwaarden, zoals een behoorlijk overheidsbestuur in het ontvangende land.

VNO en NCW willen binnen het totaal aan buitenlandse hulp een flinke verschuiving ten gunste van de landen in Oost-Europa. De hulp voor Oost-Europa (300 miljoen gulden) is een druppel op een gloeiende plaat die in geen verhouding staat tot de hulp die voor ontwikkelingshulp wordt uitgetrokken (ruim 6 miljard gulden), stelt de nota vast.

De werkgeversorganisaties zien weinig in een superministerie voor internationale economische betrekkingen. Ontwikkelingssamenwerking kan onder Buitenlandse Zaken blijven vallen, maar het is niet nodig daarvoor een aparte minister te hebben, menen VNO en NCW.