VSB Fonds vindt gretig aftrek in de sector kunst en cultuur

UTRECHT, 3 JULI. Een van de grote Nederlandse sponsors op het gebied van kunst en cultuur draagt de naam van een bank. En toch is het VSB Fonds geen instrument om de naamsbekendheid van de Verenigde Spaarbanken te vergroten. Het is andersom: de bank is er om het fonds te spekken. “Mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van de Stichting VSB Fonds” zijn woorden die steeds vaker opduiken in catalogi en programmaboekjes. Recente culturele voorbeelden zijn de Holland Festival-produktie Antigone in de Gasfabriek in Amsterdam, de tentoonstelling van de 17de eeuwse schilderes Judith Leyster en het Festival aan de Werf in Utrecht.

Het nog jonge VSB Fonds, in 1990 opgericht, beschikt over een aanzienlijk vermogen van een miljard gulden en heeft jaarlijks bijna 25 miljoen gulden te vergeven. De sector kunst en cultuur krijgt dit jaar 10 miljoen. Ter vergelijking: het Prins Bernhard Fonds verrijkte het culturele leven in 1992 met ruim 21 miljoen. Het ministerie van WVC geeft jaarlijks 360 miljoen gulden aan de kunstsector.

Het VSB Fonds vormt geen onderdeel van de VSB Bank, al is het daar wel uit ontstaan. Het fonds is zelfstandig gevestigd in een imposant herenhuis aan de Utrechtse Maliebaan en heeft 21 medewerkers in dienst. Nu de overheid steeds meer overlaat aan het particulier initiatief, is er grote behoefte aan subsidies. Het aantal aanvragen groeide van 188 in 1990 tot 1400 in 1992, waarvan er 337 werden toegewezen - meer dan een derde aan culturele projecten. Dit jaar worden zo'n 2000 aanvragen verwacht.

Het fonds is ook op andere gebieden van de samenleving actief: natuur en milieu, de gezondheidszorg, maatschappelijke en educatieve projecten en sport en recreatie. Daarom vindt men op de lijst van begunstigden ook zaken als de opvang van gewonde dassen, een kinderziekenhuis, of een boekje over het Utrechtse verzet in de Tweede Wereldoorlog.

Het vermogen van een miljard gulden bestaat geheel uit een aandelenbelang in de verzekeraar NV Amev. Dit vermogen levert jaarlijks miljoenen guldens aan dividenden op, die deels in contanten worden uitbetaald. Dat contante bedrag besteedt het VSB Fonds aan zijn activiteiten en donaties. Het VSB Fonds stelt dit jaar ongeveer 25 miljoen ter beschikking van de Nederlandse samenleving. “We zijn een van de grootste particuliere fondsen in Nederland”, zegt drs. A.G.M. Lodders, hoofd communicatie en voorlichting van het fonds. “Ongeveer dertig procent van het besteedbare bedrag komt nu ten goede van kunst en cultuur, maar dat is geen vaststaand gegeven.”

De geschiedenis van het fonds begint al in 1784 met de oprichting van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. "Bewogen door een teeder medelijden over de staat des gemeenen mans' streefde men ernaar het gewone volk te verheffen door onder andere het stichten van bibliotheken, nutsscholen en badinrichtingen. In het begin van de vorige eeuw richtte de maatschappij naar buitenlands voorbeeld een groot aantal spaarbanken op. Dat is de basis van de Verenigde Spaarbank, die in 1981 ontstond uit een fusie van enkele spaarbanken en nu onder de naam VSB Bank opereert. In 1990 fuseerde de VSB Groep NV (onderdeel van het financiële conglomeraat Fortis) met NV Amev. Daarbij verzekerde de Stichting VSB, eigenaresse van de VSB Groep, zich van 20 procent van het aandelenkapitaal van Amev. Besloten werd de opbrengsten van dat vermogen een bestemming te geven die voortborduurt op de maatschappelijke idealen van weleer, die al in 1817 in de stichtingsstatuten waren vastgelegd. “Het bedrag dat vrijkwam bij de fusie met Amev is mede te danken aan de inspanningen van generaties spaarders die de groei van de bank hebben veroorzaakt. De bank vond dat de maatschappij het moreel recht heeft daarvan iets terug te zien”, aldus Lodders. De naam van de stichting werd veranderd in VSB Fonds. Het VSB Fonds treedt onafhankelijk van de VSB Bank op, maar bevordert dank zij de vele donaties natuurlijk wel de naamsbekendheid. De bank kreeg vorig jaar ook een bijdrage voor een jubileumconcert. Het fonds richt zich bij voorkeur op "goede doelen' die voor een breed Nederlands publiek van belang zijn. Overheidsinstellingen, commerciële produkties en projecten met een uitgesproken politiek of religieus karakter komen niet voor steun in aanmerking.

Een van de eerste grote projecten op kunstgebied die steun kregen was de restauratie van het orgel in het Amsterdamse Concertgebouw. Museum Boymans van Beuningen is geholpen bij een systeem waarop bezoekers oude kunst uit het depot op het beeldscherm kunnen zien. Meestal worden alleen eenmalige bijdragen gegeven, in bijzondere gevallen wordt voor een aantal jaren geld ter beschikking gesteld, maar in principe niet voor langer dan drie jaar. Lodders: “Zoiets omvangrijks als de restauratie het Concertgebouworgel was alleen mogelijk als er voor meer jaren steun kwam.”

Binnen het fonds werken een aantal projectleiders die de aanvragen beoordelen en adviseren over een toe te kennen bedrag. Eens in de twee of vier weken komen zij bijeen met de directie in een stafvergadering, waarin over de aanvragen beslist wordt. “Wij streven ernaar binnen een maand op elke aanvraag te reageren”, zegt Lodders. “Het gaat vaak om voorstellen die niet lang kunnen wachten op financiering”. De stichting maakt gebruik van externe adviseurs. Vaste adviseur voor de kunstsector is Concertgebouwdirecteur drs. M. Sanders.

bpKort geleden is het VSB Fonds een samenwerking aangegaan met het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds, dat belangrijke muziekinstrumenten probeert te verwerven om in bruikleen te geven aan vakmusici en talentvolle studenten. Het aandeel van het VSB fonds bestaat onder meer uit een opdracht aan Nederlandse instrumentmakers om drie violen, een cello en een contrabas te bouwen, die het kunnen opnemen tegen klassieke Italiaanse instrumenten.

xpDeze opdracht past tevens in een van de andere doelen van het VSB Fonds: het stimuleren van oude ambachten. “We hechten steeds meer belang aan het ambachtelijk beroep”, legt Lodders uit. “We zijn nu bezig te onderzoeken of we ook beurzen kunnen geven aan mensen die een oud ambacht willen uitoefenen, zoals glas in lood zetten, of siertegels vervaardigen”.