Vooruitgeschoven neuzen moeten locomotievenlucht leren herkennen

ROTTERDAM, 3 JULI. De gewone burger kan vreemde luchtjes nauwelijks van elkaar onderscheiden. En dat is knap lastig voor de Milieudienst Rijnmond. Want de meeste van de ongeveer tienduizend klachten die de meldkamer per jaar krijgt, gaan niet verder dan “het stinkt hier”. Zodat de dienstdoende stank-specialist van de Milieudienst die door de stad zwerft maar moet zorgen dat hij op tijd ter plaatse is om de soms snel overwaaiende lucht vakkundig te determineren. En dat lukt lang niet altijd, zodat moeilijk te achterhalen is van welk bedrijf de stank afkomstig was. Om sneller en beter te worden genformeerd over aard en omvang van de stankoverlast gaat de dienst daarom een eigen "snuffelnet' opzetten. De 40 "gewone' werknemers van de Milieudienst die in de veel door stank getroffen gebieden (Vlaardingen, Schiedam) wonen, zullen worden getraind in het herkennen van de twintig standaardgeuren die door de Milieudienst worden onderscheiden. Als deze "vooruitgeschoven neuzen' een verdacht luchtje opsnuiven zullen ze dit onmiddellijk en vakkundig aan de meldkamer rapporteren.

Gewone burgers zijn hooguit in staat om te melden dat hun wijk in een chloorlucht gehuld is of dat het naar ammoniak riekt. Want de mens heeft nauwelijks een geheugen voor geuren. Alleen "huiselijke' geuren, die de neus vaak aangeboden krijgt, kunnen worden benoemd. Minder huiselijke standaardgeuren van de Milieudienst, zoals "zoet, weeg', "bijtend', "rubber' of "locomotievenlucht' (ongeveer de verbrande-diesellucht van oudere diesellocs), krijgt de meldkamer nooit te horen, aldus een medewerker. De veertig werknemers van de dienst die de pech hebben om in de stankgebieden te wonen - de andere 320 werknemers blijken elders te wonen - is gevraagd dezelfde training te volgen als de geurspecialisten van de meldkamer. Allen hebben voldaan aan dit verzoek en dus zullen ze zich regelmatig melden in de "geurkamer', om aan de twintig verschillende "geurpotjes' te ruiken. Zo houden ze hun geurgeheugen op peil, opdat ze feilloos de categorie "riool-poep' kunnen onderscheiden van "spruitjes'.

Begin volgend jaar beziet de Milieudienst Rijnmond of het systeem werkt en of uiteindelijk ook de stankoverlast zelf afneemt. Tweederde van de Rijnmonders ondervindt regelmatig hinder door stank van industrie, verkeer, landbouw en scheepvaart. Volgens het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) moet dat in het jaar 2000 zijn teruggebracht tot ten hoogste 45 procent.