VNG verwacht massale sluiting veehouderijen

DEN HAAG, 3 JULI. Veertienduizend van de 82.000 veehouderijen in Nederland (bijna 20 procent) moeten sluiten omdat ze de financiële gevolgen van de aangescherpte milieuwetgeving niet kunnen opbrengen. Dit heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vastgesteld aan de hand van een onderzoek onder 411 van de 646 gemeenten in Nederland.

kEen woordvoerder van het Landbouwschap zegt grote vraagtekens te zetten bij de cijfers. Volgens de woordvoerder zijn ze deels gebaseerd op "extreme kosten', die de bedrijven zich moeten getroosten om aan de bepalingen in de milieuwetgeving te voldoen. “Maar men houdt er geen rekening mee dat de technieken om milieuvriendelijker te werken de afgelopen vijf jaar aanzienlijk goedkoper zijn geworden. De aantallen, die de VNG noemt zijn op zich vreselijk hoog, maar we zijn er niet van overtuigd dat de juiste cijfers zijn gebruikt; we doen er dan ook niks mee”, aldus de woordvoerder. Hij verwijst naar het enige weken geleden gesloten mestakkoord met de ministers Bukman (landbouw) en Alders (milieu) voor de jaren 1995-2000. “Afgesproken is dat de uitvoering van dat akkoord niet tot gevolg mag hebben dat bedrijven daardoor over de kop gaan. Als het waar is dat 20 procent van de bedrijven niettemin zou moeten sluiten, dan moet de regelgeving worden bijgesteld”, aldus de woordvoerder.

Aanleiding voor het VNG-onderzoek was de opschudding die eerder dit jaar ontstond rond bedrijven zonder geldige hinderwetvergunning, nadat de Raad van State enkele boeren op grond daarvan tot bedrijfssluiting had gedwongen. Binnen de agrarische wereld werd toen gevreesd voor een golf van sluitingen waarbij de schattingen uiteenliepen van 1000 tot 10.000 bedrijven. Om de rust te herstellen kwamen de ministers Alders en Bukman met een noodwet die de vergunningloze bedrijven moet legaliseren. De wet is de vorige week naar de Tweede Kamer gestuurd. Volgens de VNG telt Nederland op dit moment 16.200 veehouderijbedrijven die geen of een ontoereikende hinderwetvergunning hebben; 14.000 daarvan zullen het in de toekomst niet redden. De bedrijven liggen voornamelijk in Gelderland, Noord-Brabant, Limburg, Overijssel en Friesland. De eerste vier provincies zijn de provincies in Nederland met de grootste concentratie van intensieve veehouderij, vooral varkens en pluimvee.

In Helenaveen (Brabantse Peel) waar gisteren de oprichting werd bekendgemaakt van een boeren-milieucoöperatie - de eerste in Nederland - was men niet onder de indruk van de VNG-gegevens omdat, zoals boerenleider H. Verkampen uit Gemert zei, “er in het gebied slechts enkele veebedrijven zijn die geen geldige hinderwetvergunning hebben”.

De milieucoöperatie is bestemd voor het Peelgebied Asten/Deurne, waar ongeveer 1000 boerenbedrijven zijn gevestigd, zowel melkveehouderijen, tuinbouwbedrijven als varkens- en pluimveebedrijven. De bedoeling is om zowel te werken aan wat wordt genoemd “een evenwichtige verhouding” tussen milieu en natuur die in het gebied vooral door de intensieve veehouderij ernstig worden geschaad, als aan het behoud van economisch levensvatbare en duurzame boerenbedrijven. Het is een initiatief van het district Helmond van de Noordbrabantse christelijke boerenbond NCB en vermoedelijk zal het voorbeeld door andere NCB-districten worden gevolgd. Het Brabantse landbouwbedrijfsleven zal de coöperatie met 150.000 gulden steunen.