Verleden ontglipt ons uitendelijk

Heeft een mens kennis van de geschiedenis nodig om te (over)leven? Of leeft hij beter met dan zonder die kennis? En wat moet een mens dan van de geschiedenis opsteken, gesteld dat ie er beter van wordt? Is dat voor iedereen anders, of juist hetzelfde? Om welke geschiedenis gaat het: de vaderlandse, de Europese, de mondiale: de politieke, culturele, sociale of een mengsel van dat alles? Als er evenveel geschiedenissen zijn als historici, welke geschiedenis is dan de geschiktste?

Moet een mens misschien alleen maar deze relativerende vragen leren stellen - ook door het denken over de geschiedenis - om in te zien dat er weinig zekerheden zijn in het leven.

Zo gezien is het schoolvak geschiedenis van weinig nut, zeker als het gaat om het leren van dingen die bruikbaar zijn voor de toekomst. Dit argument wordt nog al een gehanteerd door verdedigers van het geschiedenisonderwijs die er en passant van uitgaan dat de geschiedenis zich herhaalt, een standpunt waar veel op valt aan te merken. Hoe genuanceerder men kijkt hoe minder er van herhaling overblijft. Ook zogenaamde historische feiten verkruimelen bij analyse van de eraan ten grondslag liggende processen. Het is jammer, maar het verleden ontglipt ons uiteindelijk.

Hoeveel en welke historische kennis heeft men nodig om nu te kunnen leven. Onlangs bleek bij een opinie-onderzoek dat vele Nederlanders de betekenis van christelijke feestdagen als Pasen, Pinksteren en Hemelvaartsdag niet weren. Ik kan mij indenken dat belijdende christenen vinden dat zich hier een ernstige lacune in historische kennis voordoet. Bij een ander onderzoek bleek dat een groot aantal respondenten zich bij het begrip holocaust weinig kunnen voorstellen. Hier zullen zij die bezorgd zijn over opkomende rassenhaat graag een leemte opvullen. Alles met de idee dat kennis leidt tot inzicht en inzicht tot (verantwoord) handelen, wat ook alweer niet zeker is.

Helaas leert ons nu juist de geschiedenis, dat mensen vrijwel niets van de geschiedenis leren, of als ze dat wel menen te doen, dit tot averechtse gevolgen kan voeren. In dit licht zou de zgn. "les van Munchen 1938", voor zover die de westerse naoorlogse politiek jegens de Sovjet-Unie heeft bepaald een nader moeten worden bezien. De actuele omstandigheden zijn meestal andere dan waarop de les van toepassing was.

Geschiedenisonderwijs kan daarbij nog een volkomen ander effect sorteren dan in de bedoeling van de leraar ligt. Behandeling van het nazisme kan ook tot enthousiasme voor dit verschijnsel leiden, afhankelijk van de instelling van de leerlingen. Jarenlange marxistische indoctrinatie in de DDR of in de Sovjet-Unie heeft zo te zien ook niet tot een meer socialistische instelling van de meerderheid van de bevolking gevoerd en waarschijnlijk eerder de oppositie gesterkt.

Trouwens wat leren mensen van hun eigen geschiedenis, van hun eigen ervaringen? Niet te veel zo te zien. Een ieder kan in zijn eigen omgeving en ook in zijn eigen leven genoeg voorbeelden van herhaling van fouten en vergissingen vinden. Gaat het dan niet wat ver te eisen dat mensen wel van historische processen kunnen leren die zich aan hun directe waarneming onttrekken en bovendien altijd gecompliceerd zijn, een complexiteit die we in leerboekjes niet terugvinden.

Historische kennis is zo gezien een soort luxe waarvan de bezitter die de juiste instelling heeft kan genieten, maar dat die onmisbaar zou zijn valt niet vol te houden. Daar komt nog bij, dat het geschiedenisonderwijs voor de meeste jongeren veel te vroeg komt. De meeste leerlingen zijn niet bijzonder geinteresseerd in zaken die achter hen liggen. Verbazend is dat niet, de jeugd kijkt naar de toekomst. In Anthony Burgess' "The End of World News" is een raket met overlevenden van de in een kernoorlog vernietigde wereld op weg door het heelal. De kinderen krijgen les over de geschiedenis van de aarde en hoe het zo gekomen is, maar het interesseert ze niet. Voor hen is de kleine raket de wereld.