Verdronken Land

Het Verdronken Land van Saeftinghe is alleen toegankelijk via excursies van Het Zeeuwse Landschap, eens per maand, of in groepsverband, kosten ƒ 100,-. Adres: J. Neve, Middelweg 1, 4569 PA Graauw.

Het polderweggetje voert langs de groene maar verder kale Scheldedijk. De polder is verlaten, nergens een boerderij te zien. De zon schemert tussen flarden regenwolken, het weer in dit niemandsland is vandaag onzeker. Dan, eindelijk, komt een handvol huizen in zicht. Emmadorp, het einde van de wereld. Er is zelfs een café, Het Verdronken Land. Van hieruit organiseert Het Zeeuwse Landschap excursies door het Verdronken Land van Saeftinghe, het grootste brakwatergebied van West-Europa.

In het eerste huis vanaf de dijk woont bioloog Jan Boom, na een carrière als schaapherder nu schaaphouder. Het verschil: de schapen mogen nu vrij over de schorren zwerven. Dat doen ze overigens niet: ze blijven het liefst dicht bij de dijk waar het kweldergras het beste smaakt, en de kans dat een lam in zo'n verraderlijke geul verdrinkt het kleinst is. En Boom? Die schrijft aan een boek over dit prachtige gebied van 3.500 hectare tussen land en zee.

De eerste indruk vanaf de dijk valt wat tegen: een groene vlakte zo ver het oog reikt, wat meeuwen die luid protesteren tegen onze komst, en ver weg aan de horizon, achter de nauwelijks zichtbare radartoren, hoge zeeschepen die langzaam over de Westerschelde schuiven, van Antwerpen naar de Noordzee en vice versa.

Bij nader inzien worden de groene schorren echter doorkliefd met een breed uitwaaierend net van kreken en geulen, door eb en vloed uitgesleten in de zware klei. Soms liggen de smalle geulen verborgen tussen de brakwatervegetatie, zoals het schorrezoutgras, het kweldergras, de zeebies, de zeeaster (in de zomer tot anderhalve meter hoog) de zeekraal en de zoutmelde. Een wandeling door dit sompige land is een kwestie van springen en glijden en het evenwicht bewaren.

Midden in de groene vlakte ligt een zandheuvel met een aftakelende keet; vanaf dit eiland in het land is het uitzicht schitterend. Achter de dijk in het oosten is - vaag - een torenspits te zien: het grensdorp Prosperpolder. De regenlucht klaart op, en achter die verre kerk verschijnt nu, uit het niets, een ander silhouet: twee massieve koeltorens met flarden van stoom. De kerncentrale van Doel bij Antwerpen, aan de oever van de Schelde.

We lopen verder, dwars door de brede Rotte-geul en de nog bredere IJskelder-geul. Links en rechts rijzen twee meter hoge kleiwanden steil omhoog, imposante getuigenissen van de kracht van het water dat nu vredig meandert naar zee. Op de bodem van de geul is zand afgezet, dat loopt wat gemakkelijker. Bij de monding is de geul een kilometer breed. In de Westerschelde is het getij inmiddels al twee uur opgaand, maar hier is daar nog niets van te merken. Pas als de vloed voldoende hoog reikt stromen de geulen met grote kracht en snelheid (driekwart meter per seconde) vol. Het water wordt vanaf de Noordzee als in een trechter de Westerschelde ingestuwd. Waar Nederland ophoudt en België begint bedraagt het verschil tussen eb en vloed liefst vierëneenhalve meter.

We zwerven verder. Gids en conservator Louis Derden verhaalt enthousiast over flora, fauna en geschiedenis. De Heerlijkheid Saeftinghe was tot ver in de zestiende eeuw vruchtbaar polderland, het dorp Weele kende zelfs twee parochies en aan de rand van de Schelde stond een klein kasteel. Landbouw en winning van zout en turf zorgden voor welvaart.

De Allerheiligenvloed in 1570 bracht al grote schade aan, maar in 1584 kwam de echte klap. De Geuzen staken de dijken door om de Spanjaarden, de bezetters van Antwerpen, de weg te blokkeren. Het land werd verdronken land, dit deel van Vlaanderen heet sindsdien Staats- en later Zeeuws-Vlaanderen.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw werd het verdronken land opnieuw bedijkt, maar plannen om het hele Verdronken land van Saeftinghe op de zee terug te winnen werden nooit uitgevoerd. Gelukkig maar, zegt de hedendaagse natuurliefhebber. Dat zegt ook de waterstaatkundige Vlaming, die beseft dat het Verdronken Land van Saeftinghe bij elkaar tijdens vloed circa 6 tot 20 miljoen kubieke meter water "herbergt', water dat niet verder de Schelde wordt opgestuwd.

We keren terug op onze schreden voor het hoge water dat onmogelijk maakt. Drijfzand en modder maken de wandeling inspannend, bij het oversteken van een geul zuigt de modder je laarzen soms bijna vast. Terug in Emmadorp kan het schoeisel bij het café worden schoongespoeld. Binnen, of op het terras, wacht na drieëneenhalve uur een aangename dronk.