Column

Sinterklaas

Mangelen, leegschudden, uitknijpen en bestelen. Dat zijn termen die de wat oudere ex-pat nog wel eens wil gebruiken. Hij heeft het dan niet over zijn eigen houding ten opzichte van zijn chauffeur, amah of tuinman, maar over het Nederlandse belastingklimaat. Ook hier in Hongkong was het meteen raak. Ik werd voorgesteld aan een rijkgetrouwde, geverfde snor en binnen twee minuten hoorde ik dat je hier ten hoogste 17 procent betaalt en in Nederland wordt gepakt voor 60. Met vreemden over geld praten heeft sowieso iets ordinairs, de zielepoten die naar België uitgeweken zijn werken al jaren op mijn lachspieren en als een fiscale asielzoeker zich aan mij bekend maakt vertel ik de man dat ik echt rijk ben en Nederland nog makkelijk kan betalen. “Op deze manier loopt wel heel Nederland leeg”, bralt er vaak nog een.

“Dan blijven de leuke mensen over”, antwoord ik dan en laat verder het gelul over Surinamers, junkies, bijstandsmoeders, Turken, WAO'ers, werklozen en andere medemensen mijn ene oor in en het andere uit gaan. Het corpsballengehalte binnen de Nederlandse verenigingen is nog altijd hoog, maar er zit inmiddels wel een hele nieuwe generatie. Daarbij is alles anders. Door de satelliet faxen we elke brief binnen een minuut de wereld over, televisiebeelden zijn hier net zo live als bij ons, China is nog maar 12 uur vliegen en vanuit de stad Guanzhou in het communistische deel belde ik vanuit mijn hotelkamer rechtstreeks met mijn zoon Julius van bijna drie. Hij vroeg wanneer ik nou eindelijk eens uit dat vliegtuig kwam.

Ik ken inmiddels veel Nederlandse clubjes in den vreemde, daar ik elk jaar een voorstelling ruil tegen een paar tickets, waarna mijn hele ploeg kan uitwaaieren naar verre streken en inmiddels heb ik al wat plekken in Afrika en het Verre Oosten kunnen bekijken. De ontvangst is altijd allerhartelijkst, het zaaltje waarin je optreedt charmant-krakkemikkig en daar de meeste Nederlanders er al een tijdje rondhangen kunnen ze je veel van de stad en het land laten zien. Toch houdt het altijd iets lulligs, zo'n clubje. En dan bedoel ik het onderlinge bitterballengevoel dat zich uit in oranjebitter op koninginnedag met een “leve de koningin” roepende ambassadeur, de haring en wittebrood op 4 oktober en de vergadering van het bestuur op 16 juni over de inkoop van het strooigoed voor het Sinterklaasfeest. Zowel in de snikhitte van Maleisië, als in die van Kenia, Brunei, Indonesië of Hongkong komt omstreeks half november een Sint Nicolaas van een boot af. En vanaf die dag mogen de kleine ex-patjes hun zweetschoentjes zetten.

“Hoe komt zwartepiet dan binnen?”

“Door de air-conditioning, Jantje.”

Gesmolten letters, kleverige marsepein en taaie taaipoppen. Daarbij moet het voor de plaatselijke bevolking ook raar zijn om de bebaarde en bemijterde goedheiligman in de jungle te zien zweten. Het bijgeloof is in de warme landen altijd al wat sterker en ik denk dat er nog wel eens eentje voorgoed het oerwoud in is gevlucht bij het zien van de goedheiligman. Er schijnt in Afrika een zwartepiet voortvluchtig te zijn. Door zijn verschijning waren de negers dusdanig beledigd, dat de kookpot nog altijd gereed staat voor als hij mocht terugkeren uit de jungle.

De leukste sinterklaasanekdote hoorde ik een paar dagen geleden. Een kakker in Hongkong van de ABN of zo had het SintNicolaaspak aan en was ook nog stomdronken. Vanaf de boot wuifde hij naar de zeven kinderen, werd de kade opgeholpen en zou in de auto van de geverfde snor stappen. Dit deed de zatlap prachtig, zij het dat hij met zijn staf door het linnen dak van de cabriolet ging. Wat voor cabriolet? Een Rolls Royce-cabriolet. Dat dak schijnt net zo duur te zijn als een nieuwe Porsche. Erg hè. Wat een geluk dat de snor maar 17 procent belasting betaalt. Anders had hij het nooit kunnen ophoesten. Er is veel leed in de provincie.