Percy Mistry: Afrika heeft zichzelf naar de zijlijn gemanoeuvreerd

Het Westen beschouwt ontwikkelingslanden te veel als bedreiging en te weinig als partners. Op haar beurt moet de Derde Wereld ophouden het Westen eeuwig af te schilderen als schuldige voor alle problemen. “Natuurlijk heeft het Westen veel fout gedaan. Maar kijk naar Indonesië, dat ontwikkelt zich toch ook”, zegt Percy Mistry. Zesde deel in een serie interviews met topeconomen over veranderingen in de wereldeconomie.

AMSTERDAM, 3 JULI. Als hij president in Afrika was, zou hij Jan Pronk een prijs geven. Want er zijn, zo is de stellige overtuiging van de Indiase econoom Percy Mistry, maar heel weinig mensen die zo'n heldere kijk hebben op de problemen in de Derde Wereld. Mistry heeft geen populaire boodschap, zegt hij zelf: de Derde Wereld heeft de problemen grotendeels aan zichzelf te wijten.

Toch trekt hij ook fel van leer tegen zijn voormalige werkgever, de Wereldbank, waar hij zes jaar geleden vertrok omdat hij zich niet meer kon verenigen met het "misleidende' beleid. Mistry kwam terecht in Oxford, waar hij international finance ging doceren. Deeltijd, want Percy Mistry (45) heeft wel meer dingen aan zijn hoofd.

Als telg uit een Indiaas geslacht van zakenlieden woont hij de helft van het jaar in Bombay waar hij zich beweegt in de financiële sector en het familie-belang behartigt in een windturbine-bedrijf. De andere helft van het jaar leidt de econoom - een expert in Derde Wereld-vraagstukken - in Oxford een adviesbureau. In de tijd die overblijft is de rap pratende Indiër een graag geziene gast op conferenties over ontwikkelingslanden. “Armoede moet iets heel moois zijn”, zo citeert hij Moeder Teresa, “je hoort alleen mannen in de prachtigste pakken erover praten.”

Welke gevolgen heeft de huidige verslechtering van de wereldeconomie voor de ontwikkelingslanden?

“Vooral door de stijgende werkloosheid zal het Westen zich meer en meer richten op zijn eigen problemen en geneigd zijn minder hulp te geven aan de Derde Wereld. In het gunstigste geval zal de hoeveelheid ontwikkelingsgeld stabiel blijven. Bovendien zal de hulpstroom worden verlegd van de armste landen, waar het Westen weinig van te verwachten heeft, naar potentiële handelspartners. Een ander belangrijk gevolg van de recessie is dat de industrielanden hun markten steeds meer afsluiten voor produkten uit de arme landen. Dat is vooral van belang voor arme Aziatische landen als India, dat eerst Oost-Europa heeft zien wegvallen als afzetmarkt en nu de export naar het Westen ziet stagneren. Maar Afrika zal uiteindelijk het belangrijkste slachtoffer van de recessie zijn door de daling van de hulp.

“Op de rest van de wereld zal dit weinig invloed hebben want Afrika is van gering belang voor de wereldeconomie. Het bruto nationaal produkt van alle landen ten zuiden van de Sahara ligt op ongeveer 160 miljard dollar, terwijl het bnp van de hele wereld 12 triljoen (18 nullen) dollar bedraagt. De economie van dat deel van Afrika is kleiner dan de economie van India en slechts een derde van de Chinese economie.”

Hoe komt het dat Afrika zich nog altijd in de marge van de wereldeconomie beweegt?

“De fouten liggen voor een belangrijk deel in Afrika zelf. Door aanhoudend wanbeleid en oorlogen hebben de Afrikaanse leiders de situatie sinds de onafhankelijkheid er alleen maar slechter op gemaakt. Afrika heeft zichzelf naar de zijlijn gedirigeerd. Het continent moet realistisch zijn: je kunt niet eeuwig het Westen blijven aanwijzen als schuldige. Natuurlijk heeft het Westen heel veel fout gedaan. Maar kijk naar Indonesië, dat ontwikkelt zich toch ook?

Het probleem is dat, nu de Afrikaanse landen zelf kunnen beslissen over hun toekomst, ze er niets mee doen. Dertig jaar na dato gedragen ze zich nog steeds als koloniën, geheel afhankelijk van het Westen. Afrika is hulp-verslaafd. Door alle voedselhulp bijvoorbeeld is de Afrikaanse landbouw naar de knoppen gegaan, want een lokale boer kan niet concurreren tegen dumpprijzen.

“Ook de financiële instellingen maken fouten. De Wereldbank en het IMF hebben de ontwikkelingslanden misleid met hun aanpassingsprogramma's. Daardoor is Afrika veel te veel gericht op export, op het binnenhalen van harde valuta en verwaarloost het zichzelf.”

Is er een oplossing?

“Ja, ik denk dat Afrika op dit moment de bodem van het dal heeft bereikt, het ergste is achter de rug. Vanaf nu zal zich heel langzaam het herstel aftekenen. Een van de manieren om uit de problemen te komen is economische integratie. Als ik van Harare naar Abidjan vlieg, moet ik via Parijs of Amsterdam. In plaats van vier uur kost me dat 24 uur. Afrika moet eerst voor zichzelf gaan produceren en de import van voedsel en brandstof staken, dat hebben ze zelf voldoende. Het Westen moet helpen bij de economische herstructurering van het continent, maar de Afrikanen moeten het zelf doen.

Veel zal afhangen van Zuid-Afrika, dat goed is voor 100 van de 160 miljard dollar van het totale bnp bezuiden de Sahara. Samen met de andere hoeken van Afrika - Egypte, Nigeria en Tanzania, Kenia en Oeganda - kan Zuid-Afrika de motor worden die Afrika opstuwt.''

Welke vorm van bestuur vereist de ontwikkeling van arme landen?

“In de afgelopen veertig jaar is alleen het Japanse ontwikkelingsmodel een groot succes gebleken. De meeste arme landen probeerden het òf via communistische òf via kapitalistische weg en vaak liep het op een mislukking uit. De Japanse regering heeft steeds een intelligente manier van marktinterventie toegepast: niet de markt volledig op zijn beloop laten, maar ook niet de markt dicteren. Daarom hebben Taiwan en Korea het ook zo goed gedaan, zij volgden het Japanse model. Als Oost-Europa zich wil ontwikkelen, moeten ze minder naar het Westen kijken en meer naar Japan.

“In de meeste ontwikkelingslanden bemoeit de overheid zich zo veel met de markt dat ze hun belangrijkste taken - bescherming van de munt, het voeren van een buitenlands beleid, aanleg van infrastructuur, onderwijs voor iedereen - vergeten. Ze bekommeren zich alleen om produktie en vergeten dat de markt alleen kan werken onder gunstige omstandigheden.

“In andere landen zie je dat de overheid volledig gericht is op het democratiseringsproces terwijl de economie in de soep loopt. India bijvoorbeeld maakt de ernstigste crisis sinds de onafhankelijkheid door en gaat gebukt onder geweld, maar de regering breekt zich vooral het hoofd over zaken als "welke bevolkingsgroep krijgt het waar voor het zeggen?'. Het democratiseringsproces doet India ontsporen. Kijk nou naar Japan: toch lange tijd geen lichtend voorbeeld van democratie, maar wel van economische ontwikkeling. En kijk naar China: natuurlijk behoort het door onder meer de afschuwelijke gebeurtenissen op het Plein van de Hemelse Vrede niet tot de democratische landen, maar de regering voedt de mensen, geeft hen onderwijs. Wat is vanuit het oogpunt van de arme landen nou belangrijker: een volle maag of democratie waar je in het alledaagse leven weinig van merkt? Geen enkel succesvol land in Oost-Azië is begonnen bij de ontwikkeling van de democratie. Dat is iets waar het Westen toch eens over na zou moeten denken.”

Welke ontwikkelingslanden zijn een successtory?

“Het wemelt van de successtories, vooral in Azië. In de jaren '50 was dat Japan, in de jaren '60 Taiwan, in de jaren '70 maakte Korea een enorme ontwikkeling door, gevolgd door Thailand in de jaren '80. Dit decennium zullen we de doorbraak van Indonesië zien en tegen het jaar 2000 is Vietnam aan de beurt. En wat China betreft: zo'n spectaculaire groei is nog niet eerder vertoond in de wereldgeschiedenis. En als we het over Azië hebben, praten we wel over drievijfde van de totale bevolking van de Derde Wereld.

“Maar ook Latijns Amerika kent zijn successtories: Mexico, Argentinië, Chili vooral. Het grote probleem is Brazilië, dat de schuldencrisis nog niet te boven is. Datzelfde probleem speelt in landen als Guatemala, Nicaragua, El Salvador en Jamaica. En wat het Midden-Oosten betreft: als die landen niet zo politiek beladen waren, zouden ze rijk zijn. Iran, Irak, Jordanië, stuk voor stuk landen met een enorm potentieel. Turkije is ook een land in opkomst. Maar in plaats van die opbloeiende landen te beschouwen als nieuwe partners, ziet het Westen hen als een bedreiging. Het vreemde is dat de Westerse landen dat onderling niet hebben, terwijl het toch keiharde concurrenten van elkaar zijn.”

Hoe belangrijk is een nieuw Gatt-akkoord voor de ontwikkelingslanden?

“Voor handeldrijvende blokken als Oost-Azië en Latijns Amerika is het heel belangrijk, maar voor Afrika is, zeker op korte termijn, het verdrag van Lomé (betere toegang voor produkten uit een aantal ontwikkelingslanden tot Europa) veel belangrijker. Anders zouden deze landen nooit kunnen concurreren tegen de prijzen in het Westen. Markttoegang is van enorm belang voor arme landen. Het woord "hulp' is dan ook fout. Je moet zeggen: compensatie voor de miljoenen die het Westen hen onthoudt door hen de toegang tot de markt te ontzeggen. Hulp is zoiets als iemand dakloos maken en hem vervolgens geld geven voor een kop koffie.”

Welke ecologische druk zal de economische ontwikkeling van de arme landen met zich meebrengen?

“Het is van groot belang dat het Westen de technologische kennis levert om de milieuschade binnen de perken te houden. Als je voor de dichtstbevolkte landen - China, Brazilië, Nigeria, India - een milieuvriendelijke manier van ontwikkelen vindt, zal de rest van de Derde Wereld vanzelf volgen. Een koelkast in India verbruikt vijf maal zoveel stroom als een Westerse koelkast. Waarom geef je ze de kennis niet om het stroomverbruik terug te dringen? Of om bossen te herplanten? Als landen als China bij hun economische ontwikkeling net zo ineffeciënt omspringen met energie als destijds de Westerse landen, loopt het uit op een ramp.

“Maar de rijke landen zijn hypocriet en gebruiken het milieu als argument om de eigen markten af te sluiten voor produkten uit de ontwikkelingslanden, want ze voldoen niet aan de Westerse milieu-eisen. Zolang de industrielanden geen serieuze stappen zetten om de Derde Wereld te voorzien van de kennis en middelen om schoner te produceren, mogen we om milieuredenen geen produkten uit die landen weren. Het Westen vergeet dat het de consumptiemaatschappij is die er voor zorgt dat slechts 10 procent van de wereldbevolking 60 procent van de milieuvervuiling veroorzaakt. Hoe kan een verschrikkelijk verspillend land als de Verenigde Staten nou aan Brazilië vragen om de regenwouden te sparen als ze zelf te beroerd zijn om milieuheffingen op brandstof te accepteren? Laat het Westen eens bij zichzelf beginnen met milieuvriendelijke ontwikkeling.

Hoe ziet u de toekomst van het begrip "ontwikkelingssamenwerking'?

“Het Westen raakt het spoor bijster, weet niet meer wat het precies wil met ontwikkelingssamenwerking. We overladen het Zuiden met eisen en formuleren steeds meer doelstellingen - goed bestuur, democratie, duurzame ontwikkeling, onderwijs aan vrouwen, armoedebestrijding - met als enig resultaat dat er niets wordt bereikt.

“De hele "hulpindustrie' begint me te irriteren. Neem nou de Wereldbank. Elk jaar komen ze met een mooi rapport over armoede, maar ze moeten zich helemaal niet bezighouden met armoede. Ze moeten zich gedragen als een bancaire instelling die goede projecten financiert. Als de Wereldbank echt zo bezorgd is over armoede zouden ze daar niet constant zeuren over salarisverhoging. Bestrijding van de armoede en beginnen bij jezelf, heet dat. Ze dreigen daar al met staken als ze niet meer eerste klas mogen vliegen. De Wereldbank geeft jaarlijks 1,1 miljard dollar uit aan eigen kosten. Is ze dat waard? Ik betwijfel het ten zeerste. Het meeste geld is rente dat door de ontwikkelingslanden wordt betaald. De Derde Wereld zou geen dollar meer moeten terugbetalen zolang ze bij de Wereldbank nog eerste klas reizen.

“Bedrijven worden getroffen door de recessie, overheden moeten in hun budgetten snijden, alleen multilaterale financiële instellingen blijken recessie-bestendig. De "hulp-industrie' in de wereld besteedt jaarlijks ten minste drie miljard dollar aan zichzelf. De Wereldbank houdt de ontwikkelingslanden voor dat ze aan "stroomlijning' moeten doen, terwijl ze zelf verzanden in bureaucratie. Ze zouden eens een herstructureringsprogrammaatje op zichzelf moeten loslaten.”