Openbaarheid of doofpot bij banen voor allochtonen

Twee ideologieën kruisten deze week de degens over een politiek uiterst gevoelig onderwerp. Terwijl de Eerste Kamer de spanning over de WAO opdreef en Den Haag een plekje zocht op het terras, debatteerde de Tweede Kamer over de vraag hoe de werkgelegenheid voor allochtonen kan worden verruimd.

In de kern ging het, net als bij de enquête naar de uitvoering van de WAO en de WW, over het primaat van de parlementaire politiek. Opnieuw vormden de VVD, D66 en Groen Links een gelegenheidscoalitie die de handel en wandel van de sociale partners met het nodige wantrouwen aanschouwt. Het is de coalitie van de openbaarheid, tegen de doofpot. Werkgevers met meer dan 35 werknemers moeten hun gegevens over het aantal allochtonen deponeren bij de Kamers van Koophandel. Dat maakt een publieke discussie mogelijk.

Daar tegenover stond het CDA, dat de maatschappelijke organisaties - scholen, vakbonden, maar ook bedrijven - de "eigen verantwoordelijkheid' wil gunnen. Laat de arbeidsbureaus de werkgevers overtuigen dat ze meer allochtonen moeten aannemen, maar hou de informatie over het aantal allochtone werknemers binnenskamers. Dat was de boodschap van het CDA, en ook van het kabinet.

En de PvdA? De sociaal-democraten zaten in de knel: ze waren het in wezen eens met de oppositie, maar de coalitie stelde ook haar eisen. Die positie zorgde in de nacht van donderdag op vrijdag, na drie dagen debatteren, voor een spectaculair slot. Tweeëneenhalf jaar terug leek het alsof het maatschappelijk middenveld de politiek de wind uit de zeilen had genomen. Werkgevers- en werknemersorganisaties in de Stichting van de Arbeid besloten in november 1990 dat er binnen vier tot vijf jaar 60.000 banen voor allochtonen moesten komen. Het akkoord werd door iedereen met vreugde begroet - al klonk hier en daar ook twijfel.

Helaas bleven de resultaten van het Stichtingsakkoord ver achter bij de doelen. Weliswaar is een flink aantal allochtonen gaan werken, maar ook de uitstroom was fors. Uit een enquête onder 723 middelgrote bedrijven bleek dat daar in een jaar tijd het aantal allochtonen met slechts honderd steeg. En het gros der bedrijven heeft na twee jaar nog altijd geen "taakstellend werkplan' opgesteld. De twijfelaars onder de politici kregen gelijk: op centraal niveau mogen de sociale partners veel beloven, hun invloed op de individuele bedrijven is bijkans nihil.

Het woord discriminatie was in Nederland jarenlang taboe. Maar uit recent wetenschappelijk onderzoek van K.W.H. van Beek, C.C. Koopmans en B.M.S. van Praag, gefinancieerd door de WRR en het Centraal Planbureau, blijkt dat werkgevers een duidelijke voorkeur hebben voor jonge, gezonde mannen van Nederlandse afkomst. Kenmerken als opleiding, werkervaring en taalbeheersing leggen relatief weinig gewicht in de schaal. Heel vaak, concluderen de auteurs, wint bij de werkgevers het vooroordeel het van de produktiviteit, waardoor allochtonen, vrouwen en ouderen worden afgewezen.

Het CDA steunde het kabinetsvoorstel volledig. De christen-democraten waren uiterst beducht voor het "schandpaaleffect'. Werkgevers die allochtonen mijden mochten niet zomaar publiekelijk worden aangevallen. Overigens leerde de ervaring in Canada anders. Vóór de Canadese Employment Equity Act - die model stond voor het Nederlandse oppositie-plan - in werking trad hadden de werkgevers daar grote reserves, maar na verloop van tijd bleek dat ze heel goed met de nieuwe situatie konden leven.

Als het kabinetsvoorstel was aangenomen had dit de arbeidsbureaus in een moeilijk parket gebracht. Een individueel bedrijf zou op verzoek van het arbeidsbureau allerlei gegevens moeten leveren over hun allochtonenbestand. In het oppositievoorstel is die levering sowieso verplicht, maar dan niet aan het arbeidsbureau maar aan de Kamers van Koophandel. De vaak gevoelige relatie tussen werkgever en arbeidsburau wordt niet onnodig onder spanning gezet.

Het PvdA-amendement van zou arbeidsbureaus verplichten vertrouwelijke bedrijfsgegevens aan organsaties van minderheden door te sluizen. Dat minister De Vries het amendement “in de meest krachtige bewoordingen” ontraadde was dan ook niet verwonderlijk. Waarna voor de PvdA de weg vrijkwam om de kant van de oppositie te kiezen.

Het kabinetsvoorstel gaf niet alleen de arbeidsbureaus maar ook de ondernemingsraden het recht op gegevens over het allochtonenbestand. Maar het is de vraag of de tripartite bestuurde arbeidsbureaus of de ondernemingsraden met die informatie in de hand ook echt actie zouden gaan voeren, zoals het kabinet verondestelde? De betrokkenheid van de ondernemingsraden bij het minderhedenvraagstuk is nu eenmaal niet groot.

Terecht waarschuwde het Tweede-Kamerlid Ter Veer (D66) dat men de zaak van de allochtonen niet mag overlaten aan “de behartigers van deelbelangen”. Rosenmöller van Groen Links, die namens de twee andere initiatiefnemers Dijkstal (VVD) en Groenman (D66) het initiatiefvoorstel met verve verdedigde en daarvoor door de Kamer geprezen werd, zei het als volgt: “Het maatschappelijke draagvlak, waarover minister De Vries graag rept, is méér dan de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties. De minderhedenorganisties en de meerderheid van de Tweede Kamer maken er ook deel van uit.”

In een reactie op de gebeurtenissen hebben de centrale werkgeversorganisaties inmiddels de overheid de wacht aan gezegd. Men wil het Stichtingsakkoord niet langer gezamenlijk jaarlijks evalueren. Het is een triest besluit. Waren de resultaten van de voorgaande twee evaluaties te teleurstellend? Ligt een extra inspanning om allochtonen in dienst te nemen niet meer voor de hand dan ruzie zoeken met het kabinet? In werkgeverskring gaan nu zelfs stemmen op om het hele Stichtingsakkoord te vergeten.

Natuurlijk rijzen er bij het oppositiewetsvoorstel ook vragen. Waarom houden VVD, D66 en Groen Links de vluchtelingen buiten hun definitie van “allochtonen”? Als allochtone werknemers - anders dan in het kabinetsvoorstel - worden verplicht zich als zodanig te laten registreren, zijn er dan wel genoeg waarborgen dat die informatie niet wordt misbruikt? Waarom blijven de ondernemingen met minder dan 35 werknemers - voor de werkgelegenheid uiterst belangrijk - geheel buiten schot?

Hoe dan ook, het aantal allochtonen groeit snel en de maatschappelijke problemen stapelen zich op. In een tijd van economische recessie staat ook de werkgelegenheid voor allochtonen onder druk. Misschien wel extra onder druk. Maar dat wil de nieuwe - overigens tijdelijke (tot 1996) - wet nu juist voorkomen.