Nijd, angst en onzekerheid; Het aanstekelijke heimwee van Schönhuber's Republikaner

In Den Haag zeggen ze: ""A(l)s is verbrande turf.'' Dat geldt ook elders. Maar wat zou er gebeurd zijn als de in 1988 gestorven CSU-chef Franz-Josef Strauss, de Beierse integrator, de veelal in zijn regio gevangen staatsman, anticommunist en volksmenner, in 1983 nu eens niet de DDR (en de Duits-Duitse politiek) had willen dienen door Oost-Berlijn aan een broodnodig miljardenkrediet te helpen? Zou de wereld van CSU-Bondsdagleden als Franz Handlos en Ekkehard Voigt dan niet zijn ingestort? Zouden zij hun partij dan niet hebben verlaten om de rechts-nationaal-conservatieve Republikaner op te richten, de partij die binnen twee jaar werd overgenomen door de drukke ruziemaker, gelukszoeker, rancunemens en getalenteerde volkstribuun-kameleon Franz Schönhuber?

Wat zou er gebeurd zijn als de vroegere SS-vrijwilliger Schönhuber - jaargang 1923 - in de vroege jaren tachtig niet net, en rauwelijks, in München aan het einde was gekomen van een lange na-oorlogse reis? Een reis die hem langs de SPD en de CSU, lokale kranten en een populair bestaan als Moderator bij de Bayerische Rundfunk (1975-1981) had gevoerd. Ja, die hem maatschappelijk had gerevalideerd en hem na een tweede huwelijk - met een Münchense advocaat die nog voor de SPD in de gemeenteraad zat - zelfs tot binnen de plaatselijke Chickaria had gebracht. Voorzitter van de Beierse journalisten was hij en - nog steeds - eigenaar van een tweede huis, dat in Turkije staat.

Anders gevraagd: als hij nu niet óók nog eens had geprobeerd om met het boek Ich war dabei (1981) idealen uit zijn tijd van de Waffen-SS te verdedigen én zijn eergisteren ook nog met vandaag te verbinden? Waardoor hij voor de iets betere en dus voorzichtige Beierse kringen in één klap weer een outcast werd? Wat heet, hij werd een verbitterd-ambitieuze politieke Hadjememaar, die rechts van de CDU/CSU ruimte zag, zeker nadat die in 1982 onder Helmut Kohl (weer) aan het regeren was gegaan.

Want, geen twijfel, in haar oppositiejaren in Bonn (1969-1982) kon de CDU/CSU "rechtse' thema's zó afdekken dat zij met de Reps verwante partijtjes als de NPD en de DVU bijna overal weer na eventjes onder water kon drukken. Die taak van de CDU/CSU, die men buiten Duitsland wel eens over het hoofd ziet, kan zij als regeringspartij minder makkelijk vervullen. Hoewel: nog steeds is CDU-chef en Europeaan Kohl dé grootste vijand van Schönhuber, die daarvan zijnerzijds geen geheim maakt.

En de SPD? Die was in de jaren zeventig/tachtig onder voorzitter Willy Brandt druk in de weer met de integratie van wat groener en linkser was. Onderwijl ontwikkelden haar strategen, zoals Peter Glotz, destijds secretaris-generaal, de zogenoemde "tankertheorie'. Die mooie theorie wilde dat de partij maar voor de alledaagse lopende zaken en het vaste electoraat moest zorgen terwijl individualistische en intellectueel-creatieve "surfers' dan lijnen naar de avantgarde en nieuwe moderne kiezersgroepen zouden trekken. En inderdaad: de SPD-verhouding met de avantgarde werd bijzonder goed, alleen liepen nogal wat traditionele kiezers weg, zoals bleek bij volgende Bondsdagverkiezingen ('83, '87, '90). De Schönhubers zullen wel pap gelust hebben van die tankertheorie. En Peter Glotz, die Brandt c.s. ooit minachtend sociaal-patriotten noemde? Die schrijft vandaag boeken, en spreekt in talk-shows, over de gevaren van rechts in Duitsland. Zoals Heiner Geissler, ooit Glotz' collega bij de CDU, door Kohl in 1989 afgezet en sindsdien evenzeer darling van de media als gewichtloos in zijn eigen partij.

Angsten en instincten

De vroege jaren tachtig moeten de wraakzuchtige Schönhuber afgelopen weekeinde weer eens door het hoofd zijn gegaan. Hij was, als ongekroond koning, met zijn Republikaner bijeen in de Schwabenhalle te Augsburg. Daar zou - onbedoeld komisch bij een Weltanschauungspartei die zó overwegend georiënteerd is op kleinburgerlijke angsten en instincten - de laatste hand worden gelegd aan een verkiezingsprogramma van 76 dichtbedrukte pagina's. Een programma dat ook zó gemaakt moet worden dat de binnenlandse veiligheidsdienst (BfV), die de Reps in een aantal deelstaten in de gaten houdt, geen aanknopingspunten voor een verbod kan vinden. Motto van de bijeenkomst: Van protestpartij via programma- partij naar verantwoordelijkheidspartij.

Het gaat in Schönhubers club niet om strategie of koers, die maakt hij zelf wel uit. Nadat hij in de loop van de jaren tachtig even door een machtsgreep buiten de partij was geraakt is hij triomfantelijk teruggekeerd. Wie in de top van de Reps concurrerend of iets te opzichtig neonazistisch was - ""krachten die ongewenst, extremistische en ondemocratisch waren'', zegt hij - heeft hij eruit gewerkt. Het verlies van zo'n 20.000 leden nam hij op de koop toe. Nu heeft hij zijn partij op maat getrimd, wat betekent dat zijn woord er onder de 23.000 leden wet is.

De controle over het programmadebat laat hij dit weekeinde aan drie vertrouwelingen achter de bestuurstafel. Dat zijn: de al wat oudere Berlijnse afdelingsvoorzitter Werner Müller, die als SPD'er ooit nog in Helmut Schmidts kanselarij in Bonn werkte, en de uit de CDU overgelopen gevorderde dertigers dr. Rolf Schlierer en Christian Käs, alletwee lid van de landdag in Baden-Württemberg. De in deze omgeving ongewoon intellectuele Schlierer, die in hoog tempo indieners van ongewenste amendementen neersabelt, geldt als een protégé van de partijleider. Dat is hij misschien ook wel, zegt een Duitse collega me, omdat hij niet gevaarlijk voor de chef kan worden. Want er zit een vrij fatale vlek op zijn conduite-staat: hij is al eens veroordeeld omdat hij met een te grote slok op een auto-ongeluk veroorzaakte.

In Augsburg gaat het vooral om de wereld van goed en kwaad die volgens het vertrouwde brevier van een oerrechts conservatisme moet worden vastgelegd. Trefwoorden in de sector-goed: Heimat, orde, de goede oude tijd, de eenheid van volk, taal, cultuur, natie, de gemeenschap, kameraadschap, sociaal-patriotisme. Sector-slecht: individualisme, liberalisme, de moderne tijd met haar prestatie- en concurrentiedwang, internationalisme, decadente Anglo-Amerikaanse cultuur, pluralisme, media, het grootkapitaal, asielzoekers en andere buitenlanders, de multiraciale samenleving. Bovenal als politiek geloofsartikel: Duitsland vóór alles, en zeker vóór het Europa van Maastricht.

Het programmawerk gebeurt - de rechter heeft vrijdagavond nog late bezwaren van de gemeente afgewezen - in de afgelegen zuidelijke stadswijk Göggingen. In zo'n grootschalig congrescentrum waarvan stadsbestuurders wel dromen - met van die parkeerterreinen als voetbalvelden rondom een hoog bouwsel van beton, glas en staal. Leve de symboliek: de indruk van een maanlandschap wordt versterkt doordat een politiemacht dit weekeinde de vergaderplaats op honderden meters afstand afschermt tegen een klein groepje betogers, wier veelkleurige punk-uitdossing de andere kant van het conventiespectrum laat zien. De nieuwe Beierse SPD-voorzitter Renate Schmid zal in de Augsburgse binnenstad later deze zaterdag nog eens zo'n duizend meer politieke betogers toespreken.

Wraak

Voor Schönhubers grote wraak op het politieke establishment is de conjunctuur nog nooit zo gunstig geweest als nu, tien jaar na Stauss' miljardenkrediet voor de DDR. De Duitse eenwording heeft in drie jaar tijd intussen honderden miljarden gekost. Er hangt een katerstemming in het verenigde Duitsland, dat in een economische recessie met gevaarlijke structurele kanten zit. Kohls huisrecept - muddling through - mag internationale waarde hebben gekregen, de gevolgen in eigen land zijn toch niet mis. Criminaliteit en vreemdelingen- en asielbeleid zijn al jaren grote en slepende thema's onder politikverdrossene Duitsers. En zeker onder boeren, kleine zelfstandigen en de "onderkant' van de bevolking in de grote steden. Onder het "natuurlijke' electoraat van de Reps dus.

Nijd, angst, onzekerheid en heimweh naar gisteren geven elkaar een warme hand. Fantastisch-ware verhalen in Duitse kranten en weekbladen over het onvermogen van de Republikaner om naar vertegenwoordigende lichamen - van het Europese Parlement tot de gemeenteraad van Passau - ook maar enigszins actieve of capabele mensen af te vaardigen doen daaraan evenmin afbreuk als het grote aantal ruzies en afsplitsingen in Republikaner-fracties overal in Duitsland. Een van hun grote klappen maakten zij bij de Europese verkiezingen in 1989. Dat leverde een groep van zes Republikaner op in het Europarlement, die er zelden of nooit aan de debatten deelnemen. Zij vonden hun kracht vooral in interne oorlogjes. Slechts één van hen is nog lid van de Republikaner: Franz Schönhuber. Voor zijn 130.000 mark 's jaars komt ook hij trouwens maar zelden naar Straatsburg. Hij geldt er, zegt een SPD-Europarlementariër op de Duitse televisie, als ""een mengeling van windmachine en profiteur''.

Het is anderhalf jaar na de EG-akkoorden van Maastricht, die volgens de bijna 600 gedelegeerden in de Schwabenhalle straks naast de vervanging van de D-mark door de "waardeloze Ecu' de definitieve triomf van de uitheemse "Brusselse technocratie' zal brengen. En het einde van een nationale zelfstandigheid die weliswaar allang niet meer bestaat, maar die toch tot het uiterste moet worden verdedigd. Wat Kohls grote offer van Maastricht betreft, het verdwijnen van de D-mark als "prijs' voor de verdere Europese (en Duitse) integratie, staat de FC-Schönhuber in zijn afkeer trouwens bepaald niet alleen. De Bildzeitung en Spiegel-uitgever Rudolf Augstein denken niet anders terwijl het enthousiasme van de Bundesbank voor de Europese monetaire unie (EMU) nogal plichtmatig is.

Ruis

Als Franz Schönhuber zaterdagmiddag tussen een groepje stevige bodyguards goed getimed, namelijk iets te laat, onder groot gejuich de congreshal betreedt is meteen duidelijk dat de bijeenkomst veel meer om hem dan om zoiets stoffigs als een verkiezingsprogramma draait. Nee, hij geeft nog geen handtekeningen, dat komt straks. Hij krijgt eerst, en direct, het woord voor een 50 minuten durende toespraak, die alles bevat wat een oorlogsverklaring aan de akelige buitenwereld moet bevatten (zie een bloemlezing hiernaast). Kaarsrechte vitale man van zeventig, een hand in de zak, nu een vraagteken, dan een uitroepteken. Passages die moeten tellen krijgen extra volume, soms zakt hij terug naar een Beiers bijna-fluisteren. De ruis van de grammofoonplaat op de stem van die onzalige Oostenrijker die 60 jaar geleden de macht in Berlijn greep ontbreekt, maar wie even zijn ogen dichtdoet komt een eind.

""Wij Republikaner en uw voorzitter zijn de vernieuwers van Duitsland. [...] Weg met de geur van permanente nationale zelfbevuiling. [...] Het Duitse volk wil weer geleid worden en niet worden domgepraat. [...] Wij zijn er niet om de gangbare opvattingen te dienen maar voor het welzijn van het volk.'' Dat de Reps in enquêtes almaar rond de kiesdrempel van vijf procent draaien verontrust hem niet. Veel mensen durven niet te zeggen dat zij hun stem zo willen uitbrengen, ""wij hoeven niet in de enquêtes te winnen, maar volgend jaar in de verkiezingen.''

Slim is die toespraak. Bijvoorbeeld waar de partijchef, die natuurlijk weet dat de partij-organisaties van de SPD en de CDU in Oost-Duitsland weinig klaar maken, de Republikaner hartelijk openstelt voor leden van de vroegere SED en het Oostduitse leger ""die aan de werkelijke voltooiing van de Duitse eenheid willen meewerken''. Wraak, veel wraak, belooft hij, aan alles en allen die hem dwarszitten of dwars hebben gezeten. De EG, Kohl, bondspresident Weizsäcker, de nieuwe eerste man van de CSU (de gewiekste conservatief Edmund Stoiber), de media, ""de oliemagnaten en Wall-Streetspeculanten'', voor wier belangen geen enkele Duitse soldaat naar het buitenland mag worden gestuurd. ""Zij moeten zich niet vergissen, we zullen hun straks alles terugbetalen, met rente en rente op rente. Wij zullen ook in dit land, zoals de Lega Nord in Italië, de zogenoemde volkspartijen naar 30 procent terugdrukken, Duitsland staat aan de rand van een burgeroorlog, ze krijgen ons nooit meer weg.''

Sentimenten

In 1983 zag Schönhuber in Le Pens Front Nationaal nog een groot voorbeeld, later werd die Franse club hem iets te intellectualistisch. Overigens: van de Lega Nord tot de Oostenrijkse ÖVP van Haider en van het Vlaams Blok tot de Deense ideeën van Mogens Glistrup reiken de sentimenten die de Republikaner beheersen. Xenofoob, populistisch en antibureaucratisch, misschien wat minder anticentralistisch en anti-étatistisch mogen zij heten, en eerder conservatief dan neoconservatief. Hoewel, zulke nuances leggen het altijd af tegen één gemeenschappelijke gut-feeling: namelijk dat het gisteren veel beter was dan vandaag. De liefde voor het "lompenproletariaat', een marxistisch begrip waar de nazi's wat in zagen voor eigen gebruik, wordt niet openlijk uitgesproken, maar een knipoog in die richting is er af en toe.

En ook het teleurgestelde "oud-links' is niet te versmaden. Veel lof heeft Schönhuber dus voor de gewezen SPD'er Klaus Zeitler, die 22 jaar burgemeester van de Noordbeierse stad Würzburg was en die vier jaar geleden lid werd van de Republikaner. Dit 63-jarige paradepaard, zoon van een vooroorlogse Duits-nationale burgemeester van Erfurt die in 1950 als vijand van weer een andere nieuwe (Oostduitse) orde in Sachsenhausen omkwam, loodst twee Nederlandse journalisten deze zaterdag naar een prettige partij-avond op de eerste, afgesloten etage van een Augsburgs hotel.

Bij een kop koffie elders in de stad heeft Zeitler dan zijn levensgeschiedenis al omstandig verteld, zoals hij dat onlangs ook in een vriendelijk interview in Vrij Nederland deed. Aan hem blijkt de tankertheorie van de Medienpartizan Peter Glotz niet voorbijgegaan, zij het anders dan beoogd. De SPD heeft hij, na 30 jaar, wegens haar ""verwaarlozing van gewone mensen'' en haar asiel- en Duitslandpolitiek wel gezien. Waarom hij dan uitgerekend naar de Reps ging? Omdat die ""de zwijgende meerderheid'' vertegenwoordigen, niet het ""Ik-gevoel'' maar het ""Wij-gevoel'', de gemeenschap, als het ware. Met hem lijkt de familie-Zeitler dan toch weer een beetje terug bij de broers Otto en Gregor Strasser, de twee ooit door vader Zeitler bewonderde ""volks-socialistische'' rechtsbuitens in A. Hitlers NSDAP. Het is een vrij tragisch verhaal van een kleine corpulente man. Als ik mijn aansteker opraap zie ik onder de tafel dat zijn voeten de grond niet halen.

Op de eerste etage van het Augsburgse Intercity-hotel heeft een vermoeide maar toch zichtbaar tevreden Schönhuber de crème de la crème van zijn gezuiverde partij om zich verzameld. Hij zit achter een glas wijn aan het tafeltje der allerprominentsten en heeft, het is niet anders, geen zin om te praten met journalisten, laat staan met buitenlandse. Dus is voor ons het woord weer aan dr. Zeitler, die vertelt waarom hij ooit aangetrokken was door de zo andere SPD van Kurt Schuhmacher, de eerste na-oorlogse SPD-leider.

Het is een warme etage, vele glazen Teusch-bier verhelpen dat niet. Nogal wat pronte dames in witte blouses met veel kant. Ze giechelen, ze zijn uit, onder verse permanenten. Schönhubers Gideonsbende, enkele tientallen mannen sterk, is ontspannen bijeen. Stevige mannen, vaak met mooie snorren. Zo op het oog zijn zij absoluut geen slachtoffers in materieel opzicht. Hier viert een jong veteranenteam alvast een komend kampioenschap. De grappen worden almaar luider en zakken dichter naar de waterspiegel. Rijk de Gooyer zit ook een paar keer tussen deze Duitse conservatieve revolutionairen, als zijn mooie Oom Kerrie-Kees uit de verfilming van Vestdijks Het Verboden Bacchanaal. Kort na elf uur raken mijn vrouwelijke collega en ik nerveus als een van die ooms tussen twee slokken door lacherig een rondje "strip-poker' voorstelt. Afmars voor twee buitenlanders.

Vijanden

Zondag wordt het in de Schwabenhalle weer even menens. Schönhuber had zaterdag na een paar uur congresseren al een maximale spreektijd van 30 seconden voorgesteld/afgekondigd voor de indieners van amendementen. Dat deed hij na een pijnlijk-hilarisch debat over de vraag of een citaat over het Europa der vaderlanden van de "buitenlander' Charles de Gaulle letterlijk of toch maar liever sinngemäss in het programma moest. Op zondag vraagt hij zijn aanhangers wat voorzichtiger te discussiëren, ""want er zitten hier natuurlijk vijanden en inlichtingenmensen met een perskaart in onze zaal''. Een ploeg van de Bayerische Rundfunk, de omroep die hem in 1981 zo liet vallen, snelt naar het podium om de partijchef te filmen. Die wordt dan extra razend, zijn beheerste pose is meteen weg, de wraakzucht grijpt hem weer bij de keel: ""Jullie zijn de makers van de domste uitzendingen, er komt nog een dag dat jullie daarvoor zullen betalen'', roept hij.

Als leden van die cameraploeg daarover in de lach schieten, laat Wolfgang Hüttl, Schönhubers zetbaas als regionaal Republikaner-chef in Beieren, een groepje potelingen uit het restaurant achter uit de zaal komen. ""Als onze voorzitter u waarschuwt, moet u niet lachen'', zegt hij dreigend, terwijl de ordebewakers gretig opdringen. Het geweld staat nu op de tenen klaar. Heel even is Schönhuber zichtbaar als de keizer zonder kleren. Andere partijgenoten die aansnellen om, met succes, een vechtpartij te voorkomen, kunnen dat niet meer veranderen.