Nigel Kennedy rockt zonder vuurwerk

Concert: Nigel Kennedy Band. Bezetting: Nigel Kennedy, Rosemary Furniss, William Hawkes (viool), Caroline Lavell (cello), John Etheridge en Sergat Guirey (gitaren), Rupert Brown (drums), Rory McFarlane (basgitaar). Gehoord: 2/7 Beurs van Berlage, Amsterdam.

"Geen klassiek!' Het stond nog eens omstandig vermeld bij de ingang, want Nigel Kennedy heeft zijn succesvolle vertolking van Vivaldi's Vier Jaargetijden achter zich gelaten. De Engelse punkrocker onder de violisten wil zich in het vervolg toeleggen op eigen composities en bewerkingen van de muziek van Jimi Hendrix, die hij beschouwt als "de belangrijkste muzikant van de twintigste eeuw'. Naast een elektrisch versterkt strijkkwartet bestaat zijn band uit een ritmesectie en een tweetal gitaristen, van wie John Etheridge in een grijs verleden deel uitmaakte van de jazzrockgroep Soft Machine.

Kennedy doet een dappere poging om een brug te slaan tussen pop en klassiek. Vooralsnog komt hij uit bij een soort symfonische rock, dat herinneringen oproept aan Atom Heart Mother van Pink Floyd en andere popgroepen die twintig jaar geleden iets met een orkest probeerden. Voor de pauze speelde hij een zelf gecomponeerde openingssuite, die met veelzeggende titels als Autumn Secrets en Melody In The Wind aanknopingspunten bood voor mensen die per abuis waren afgekomen op het mannetje van de Vier Jaargetijden. Tijdens de sfeervolle ouverture werd hier en daar nog "ssst" gefluisterd als er een plastic bekertje vertrapt werd, maar gaandeweg haalde Kennedy steeds meer gierende heavy metal-geluiden uit de batterij effectpedalen aan zijn voeten. Zijn hemeltergende verbastering van het Amerikaanse volkslied werd waarschijnlijk nog nooit eerder zo opzettelijk dissonant en snerpend gespeeld.

De tweede helft van het concert bestond uit nummers van Jimi Hendrix op de elektrische viool, met dien verstande dat de Stradivarius tussendoor heel even uit de koffer kwam voor een stukje Bartok "omdat we daar zin in hebben'. Het instrumentale Third Stone From The Sun leende zich nog het best voor een drastische vioolbewerking. In de zangnummers werd de stem node gemist en vervangen door variaties op de oorspronkelijke zangmelodie. Het heftige crescendo waarmee Hey Joe tot een vurige climax werd gevoerd, kreeg een komisch gevolg toen de violisten er een romantisch dinermuziekje op hetzelfde thema aan vast plakten. Op een vergelijkbare manier werd Fire een opgevoerd volksdanswijsje en liep Kennedy de zaal in om Little Wing als een onvervalste zigeunermelodie aan een meisje in het publiek te richten. Stuk voor stuk waren het opmerkelijke interpretaties, waaruit niet zonder meer bleek dat Kennedy de essentie van Hendrix' muziek werkelijk heeft begrepen. Zo produceerde hij in de toegift Foxy Lady wel het lawaai van een overvliegende straaljager, maar werd de vierkwartsmaat braaf volgehouden op het moment dat Hendrix zijn adem even in zou hebben gehouden. Bij elkaar was het een curieus concert, en bleef het vuurwerk beperkt tot die enkele keren dat Kennedy terug kon vallen op zijn fabelachtige vingervlugheid.