Minder allochtone jongeren in cel in 1992

ROTTERDAM, 3 JULI. Voor het eerst sinds 1983 is het aandeel allochtone jongeren onder de bevolking van justitiële opvanginrichtingen vorig jaar afgenomen. In 1992 was 55 procent van de 1881 jongeren in deze inrichtingen van allochtone afkomst, het jaar daarvoor nog 57. Dat blijkt uit de jaarcijfers van de justitiële jeugdinrichtingen over 1992.

In 1983, toen Justitie begon de cijfers bij te houden, vormden allochtone jongeren nog slechts 24 procent van de totale populatie van opvanginrichtingen. Volgens P.J. Linckens van de directie deliquentenzorg en jeugdinrichtingen van het ministerie van justitie, is het mogelijk dat de teruggang van vorig jaar incidenteel is. “Maar in alle voorgaande jaren waren er stijgingen van tussen de twee en zeven procent. Dit cijfer lijkt erop te wijzen dat het plafond nu bereikt is.”

Verreweg het grootste deel van de bevolking van justitiële jeugdinrichtingen zit daar in preventieve hechtenis of is veroordeeld tot een tuchtschoolstraf. Een klein deel is "buitengewone behandeling' opgelegd. Het gaat daarbij om jongeren die niet of niet geheel toerekeningsvatbaar waren voor het delict dat ze hebben gepleegd. Van de allochtone jongeren in opvanginrichtingen (voorlopige hechtenis of tuchtschool) was meer dan de helft (56 procent) van Marokkaanse afkomst, 18 procent Surinaams, 14 procent Turks en 8 procent Antillaans.

Binnen opvanginrichtingen zijn meisjes met 2,5 procent sterk in de minderheid, binnen behandelinrichtingen bestaat 30 procent van de pupillen uit meisjes. Twee derde van de jongeren in de opvanginrichtingen is 16 of 17 jaar. Ze verblijven langer in de inrichtingen dan vroeger: gemiddeld 60 dagen in 1992, tegen 48 in 1983.

Van de jongeren die preventief in hechtenis zijn genomen, betrof het in 34 procent van de gevallen afpersing of diefstal met geweld. Diefstal in vereniging of met braak vormde 45 procent, moord en (poging tot) doodslag ruim 5 procent van de preventief gehechten. Verdachten van eenvoudige diefstal, (lichte) mishandeling en vernieling - goed voor de helft van de jeugdcriminaliteit - komen slechts zelden om die reden in opvanginrichtingen terecht.

De directeur is dan ook geen verklaard tegenstander van "kampementen', of "rijkswerkinrichtingen', zoals hij ze liever noemt, waar jongeren langere tijd verblijven, straf en werk wordt gecombineerd en er na de straftijd voor werk wordt gezorgd. Dergelijke werkinrichtingen zijn bedoeld voor jongeren tussen 16 en 24 jaar, ten dele de doelgroep van de huidige jeugdinrichtingen. Volgens de nog diffuse Haagse plannen zouden er bij de begeleiding ex-militairen worden ingeschakeld en gesloten kazernes worden gebruikt. Zo is een vooroorlogs beeld ontstaan van werkkampen, waar ontspoorde jongeren in de frisse buitenlucht arbeidsvreugd wordt bijgebracht.