Kwaliteit van het Rijnwater is aanzienlijk verbeterd

ROTTERDAM, 3 JULI. De kwaliteit van het water van de Rijn is de laatste jaren aanmerkelijk verbeterd doordat de lozing van een reeks chemicaliën en zware metalen is teruggedrongen. De Rijn bevat echter nog veel te veel stikstof, dat voornamelijk afkomstig is uit de landbouw en door uitspoeling van drijf- en kunstmest in de rivier belandt. Dit heeft de Internationale Rijncommissie, het ambtelijk overlegorgaan van de Rijnoeverstaten, gisteren vastgesteld op haar jaarlijkse vergadering in Rotterdam.

De stikstofbelasting van de Rijn draagt in hoge mate bij aan de zogenoemde eutrofiëring in de Noordzee, een overmatige bloei van algen, waardoor zuurstoftekorten optreden. Dit kan weer tot massale vissterfte leiden. Het probleem staat hoog op de agenda van een speciale Noordzeeconferentie, die eind dit jaar in Kopenhagen wordt gehouden. Daar zullen zowel milieuministers als landbouwministers van de Noordzeestaten elkaar treffen.

De Internationale Rijncommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van Duitsland, Frankrijk, Nederland, Zwitserland, Luxemburg en de EG, besprak in Rotterdam de voortgang van het Rijnactieprogramma (RAP), dat in 1987 werd aangenomen. Het RAP kent drie algemene doelstellingen: in het jaar 2000 moet de zalm weer terug zijn in de Rijn als symbool van een algehele ecologische vooruitgang; de rivier mag als bron van drinkwater niet meer in gevaar komen en het slib dat de Rijn meevoert, moet straks weer zonder problemen te gebruiken zijn voor ophoging van land of in zee kunnen worden gestort.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken, heeft de commissie voor 55 stoffen kwaliteitseisen opgesteld; daaraan beantwoordt inmiddels twee derde van die stoffen. Daarentegen werden, althans in 1990, de nagestreefde doelstellingen nog niet bereikt voor kwik, cadmium, koper, zink, lindaan, chloroform en polychloorbifenylen of PCB's. Die laatste, giftige verbindingen blijken nog steeds in het Rijnwater voor te komen, al mogen ze in Europa niet meer worden gebruikt.

Commissievoorzitter D. Ruchay van het Duitse ministerie voor milieu zei na afloop van de bijeenkomst dat nog veel vervuiling uit diffuse bronnen in de Rijn terechtkomt. Daarbij gaat het vooral om meststoffen, in het bijzonder stikstof, en chemische bestrijdingsmiddelen uit de landbouw. Ook via de atmosfeer krijgt de rivier schadelijk materiaal toegediend, afkomstig van onder andere het verkeer in de Rijnstaten.

Dit alles neemt volgens Ruchay niet weg dat het ecologisch herstel van de Rijn begint door te zetten. Op de benedenstroom worden, zij het sporadisch, weer zalmen gevangen. Deskundigen nemen aan dat ze afkomstig zijn uit de Sieg, waar in de loop der jaren duizenden jonge zalmen zijn uitgezet. Ze trokken de oceaan op naar hun "weidegebieden'' bij Groenland en moeten deels, op zoek naar hun Duitse geboortegrond, in de Nederlandse delta zijn teruggekeerd. Ook de zeeforel, die overigens nooit helemaal is weggeweest, blijkt hier weer enigszins te gedijen.

De Rijncommissie heeft in Rotterdam aanbevelingen aan de regeringen geformuleerd om deze soorten te beschermen. Dit om te voorkomen dat ze straks door beroepsvissers worden weggevangen. Ook ecologisch belangrijke oevergebieden verdienen volgens de commissie een betere bescherming dan ze nu genieten.

Om de veiligheid bij industrieën langs de Rijn te bevorderen, zijn maatregelen voorgesteld voor onder andere overlaadstations. In het kader van de brandbestrijding, aldus Ruchay, zijn bassins voor de opvang van bluswater nog steeds een belangrijk onderwerp. Na de grote brand die eind 1986 het chemieconcern Sandoz in Bazel trof, zakte met het bluswater een reusachtige gifgolf de Rijn af doordat dergelijke bassins ontbraken.