Korpschef laakt Antilliaanse uitlatingen over BVD-rapport

ROTTERDAM, 3 JULI. Politiek en bestuurlijk onverantwoord noemt hoofdcommissaris R.H. Hessing van de Rotterdamse politie de uitlatingen van de Antilliaanse minister van justitie, Römer, uit een geheim BVD-rapport. Het gaat hier om het rapport dat is opgesteld naar aanleiding van de beschuldiging van de Amsterdamse hoofdcommissaris, Nordholt, dat de Nederlandse Antillen criminele jongeren in Nederland lozen.

Volgens mevrouw Römer blijkt uit het rapport met name dat de Antilliaanse overheid niet betrokken is bij het verschaffen van vliegtickets naar Nederland aan criminele jongeren.

Hessing is van mening dat de Nederlandse regering met een duidelijk standpunt moet komen over deze inbreuk op de geheimhoudingsplicht waaraan in Nederland alle betrokkenen zich tot nutoe wel hebben onderworpen. Zonodig dient het zomerreces van de Tweede Kamer te worden opgeheven voor overleg. Samen met zijn collega uit Amsterdam heeft hij in november 1992 het begin van een politie-samenwerkingsverband ontwikkeld dat door de eilandenregering werd geblokkeerd na de uitlatingen van Nordholt.

Volgens het Antilliaanse weekblad Resumen heeft minister Römer kritiek op het feit dat het BVD-rapport zich niet heeft beperkt tot onderzoek naar de uitlatingen van Nordholt. Zo zou het rapport informatie bevatten over “mishandeling en brutaliteiten ten opzichte van gedetineerden op de eilanden door politiemensen”. Römer: “Ze doen het voorkomen alsof de houding van de politieagenten op Curaçao en de omstandigheden in onze gevangenis Antilliaanse jongeren aanzetten om massaal naar Nederland te trekken. Dat is belachelijk!” Overigens sluit deze veronderstelling aan bij een bericht in een nieuwsbrief van Amnesty International van juni van dit jaar dat de mensenrechten op de eilanden met uitzondering van Saba met voeten worden getreden.

Inmiddels staat hoofdcommissaris Nordholt nog onverkort achter zijn mening dat criminelen in Antilliaanse gevangenissen onder druk worden gezet om naar Nederland te vertrekken. Nordholt acht zich gebonden aan de plicht tot geheimhouden van de inhoud van het BVD-rapport over deze zaak, maar heeft moeite met de mening op de Antillen dat het BVD-rapport geheim blijft omdat daarin zijn beschuldiging niet wordt hard gemaakt. De Curaçaose krant Amigoe schreef dit deze week.

Pag 3: Nordholt: Antilliaanse vreugde is onbegrijpelijk

Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken noemt deze beschuldiging van Antillaanse zijde onjuist. Geen enkel BVD-rapport is zondermeer openbaar en de status van dit rapport is niet tussentijds veranderd. De woordvoerder bevestigt dat op de Antillen delen uit het rapport die als positief worden beschouwd voor het eigen standpunt, naar buiten worden gebracht. “Maar we moeten niet vergeten dat Nordholt doorslaat naar de andere kant.”

De bewering van de Amsterdamse hoofdcommissaris berust op onderzoeksmateriaal van de Amsterdamse politie. Het BVD-rapport bevat een analyse van dit materiaal. “Ik sta achter de analyse, de conclusies en de opmerkingen die in het rapport worden gemaakt”, aldus Nordholt. “Ik heb begrepen dat de Antilliaanse regering verheugd was over de inhoud en dat is voor mij onbegrijpelijk. Duidelijker kan ik niet zijn.”

Burgemeester E. van Thijn van Amsterdam is een van de mensen die heeft kennisgenomen van het BVD-rapport. Hij zegt: “Ik zie geen enkele reden om niet achter de uitspraken van hoofdcommisaris Nordholt te gaan staan.” Daarbij noemt Van Thijn het “betreurenswaardig dat dat mevrouw Römer vrijelijke en selectief mededelingen doet over een rapport dat niet openbaar is.”

Volgens het Tweede-Kamerlid Wiebenga (VVD), voorzitter van de vaste Kamercommissie voor Antilliaanse en Arubaanse zaken, deden de afgelopen weken in de wandelgangen twee versies de ronde over de geheimhouding waaraan de Nederlandse bewindslieden zich angstvallig houden. “De eerste mogelijkheid is inderdaad dat de beweringen van Nordholt niet hard te maken zijn”, aldus Wiebenga. “De tweede visie is dat er voor de Antillen heel vervelende dingen in zouden staan over het probleem van de losgeslagen Antilliaanse jongeren.” Het Kamerlid deelt de mening van Nordholt dat Amsterdam heeft te lijden van het Antilliaanse jongerenprobleem, maar hij toont zich ontstemd over het feit dat de ambtenaar Nordholt “zonder bewijzen autoriteiten in diskrediet brengt. Dat is stom, je hebt ze nodig. Zo los je de problemen niet op.”