"Ik leef, ik ben nu ook een mens'; Buitenlander leert in cursus Nederlandse samenleving kennen

TILBURG, 3 JULI. In het nieuwe gebouw van het Bureau Nieuwkomers aan het Tilburgse Wilhelminapark hangt de sfeer van een school na het eindexamen. Een vrouw loopt met een vaas rozen door de gangen. Ze worden die avond uitgereikt aan de cursisten, die de opleiding van zes maanden met goed gevolg hebben doorlopen. Tweehonderd uur Nederlands en even zovele uren maatschappijoriëntatie zitten erop.

Mensen met verschillende huidskleuren - vrouwen maar vooral mannen - spreken nog wat na over de resultaten. De Marokkaanse docent maatschappij-oriëntatie N. Erradi (37 jaar, afgestudeerd aan de Sorbonne in Parijs in de literatuur van zwarte schrijvers) heeft het merendeel van zijn twaalf leerlingen met goed gevolg naar de streep gebracht: “Dit Tilburgse project is voor mij de definitie bij uitstek van wat integratie is; zoiets heb je in Frankrijk nergens. Tachtig of meer procent van de mensen die hier de cursussen hebben gevolgd zijn ingeburgerd in de Nederlandse samenleving. Velen zijn aan werk gekomen of zijn gaan studeren.”

Naast het economische probleem, dat wil zeggen het gebrek aan geld en werk, hebben we vooral een sociaal probleem en dat is voornamelijk terug te voeren op slechte communicatie omdat we de taal nog onvoldoende beheersen”, zegt in een mengelmoes van Nederlands, Frans en Engels een 34-jarige Marokkaanse cursist, die in zijn geboorteland een diploma behaalde als bouwtechnisch constructeur en die als zodanig ook werk hoopt te krijgen: “Maar eerst Nederlands leren”.

Het Bureau Nieuwkomers in Tilburg startte in 1990 als landelijk experiment. Het ministerie van WVC en de gemeente Tilburg subsidiëren het project; dit jaar in totaal met bijna anderhalf miljoen gulden. Volgend jaar zal WVC de subsidie aanzienlijk verminderen en moet het merendeel (negen ton) worden opgebracht door het Regionaal Bureau Arbeidsvoorziening (RBA), dus feitelijk Sociale Zaken. Daarover wordt binnenkort onderhandeld. Bij het bureau werken 11 docenten en 7 trajectbegeleiders, die de cursisten helpen met het zoeken van een baan of een opleiding. Het aantal cursisten bedroeg dit jaar 170; volgend jaar worden er 180 verwacht.

Het hoofddoel van het Bureau Nieuwkomers is “het bevorderen van participatie in de Nederlandse samenleving en het vergroten van de zelfredzaamheid overeenkomstig de wensen en kwalificaties van de nieuwkomers en de mogelijkheden van de Nederlandse samenleving”. Daartoe werken veel disciplines samen: het bureau zelf, de volwasseneneducatie, de sociale dienst, de vreemdelingenpolitie, het maatschappelijk werk en het RBA. Die samenwerking is volgens Erradi de sleutel gebleken tot het succes. Het Tilburgse initiatief heeft intussen in 30 gemeenten navolging gevonden. Directrice E. van Beijsterveldt: “Het loopt als een trein.” In een voorwoord van het boekje "Honderd en één aspecten van de opvang van nieuwkomers in Tilburg', uitgegeven na drie jaar experimenteren, spreekt WVC-minister H. d'Ancona van “een groot succes” en van “een investering die zichzelf op de langere termijn terugverdient”.

De afdeling bevolking van de gemeente geeft de namen van de nieuwkomers door aan het bureau. Het gaat voornamelijk om Turken en Marokkanen, Surinamers, Antillianen en Arubanen, Algerijnen, Tunesiërs en Egyptenaren. Straks worden ook asielzoekers en vluchtelingen in het programma opgenomen. Het bureau schrijft (in de eigen taal) de mensen aan. Turkse vrouwen met name kunnen een huisbezoek verwachten om eventuele vooroordelen bij hun mannen weg te praten. In de nabije toekomst worden ook Marokkaanse vrouwen bij het project betrokken. Veel cursisten komen door mond-op-mond-reclame zegt Erradi.

In 1992 was de participatie van nieuwkomers aan de cursussen 40 procent. Of dat veel of weinig is is bij gebrek aan vergelijkingsmateriaal moeilijk te zeggen. Uit de cijfers over 1992 blijkt dat een jaar nadat de cursisten hun certificaten hadden gehaald een kwart werk had gevonden; na twee jaar was dat enkele procenten hoger. “Het liefste zou je natuurlijk een score zien van honderd procent, maar dat is nu eenmaal niet zo”, aldus Van Beijsterveldt, die er overigens bij aantekent dat velen na hun cursussen vervolgonderwijs zijn gaan volgen. “Als de mensen in Nederland merken dat je studeert of dat je werkt, stijg je aanmerkelijk in hun achting”, zei de Marokkaanse technicus in de kantine.

De cursus maatschappij-oriëntatie leert de cursisten vooral hoe de Nederlandse samenleving in elkaar steekt. Waar liggen Europa, Nederland en Tilburg ten opzichte van de rest van de wereld (geografie), hoe koop ik een bus- of tramkaartje, hoe verplaats ik me met het openbaar vervoer of op de fiets, moet je als iemand je een cadeautje geeft dat onmiddellijk uitpakken of niet? Hoe breng je een Nederlander op een fatsoenlijke manier aan het verstand dat hij bij een bezoek aan een islamitische familie zijn schoenen bij het betreden van het huis uitdoet? Betekent een Marokkaanse uitnodiging om koffie te komen drinken dat je ook blijft lunchen en dineren? (wat het geval is). Hoe ziet het Nederlandse politieke bestel eruit? Hoe breng je je vrije tijd door en waarop moet je letten bij het betreden van een café of een disco. Erradi: “Ik vertelde op een van de cursussen dat de Nederlanders verdraagzaam en gastvrij zijn, wat objectief beschouwd ook zo is, zeker als je het vergelijkt met Frankrijk. Maar toen een van de cursisten in een café tegen een Nederlandse man begon te praten en geen antwoord kreeg, kwam hij teleurgesteld vertellen dat het met die verdraagzaamheid nogal tegenviel. Maar in het algemeen zeggen de mensen die de cursussen met goed gevolg hebben doorlopen: ik leef, ik ben nu ook een mens. Ze krijgen het gevoel dat ze iets kunnen”, aldus Erradi.