Hockeyers hebben het extra zwaar in de tropen

KUALA LUMPUR, 3 JULI. Vanmorgen is in Kuala Lumpur het toernooi om de Champions Trophy begonnen. De Nederlandse hockeyers waren al acht dagen eerder in het Verre Oosten gearriveerd. Ze verbleven eerst in het aan Maleisie grenzende Singapore, waar ze trainden en speelden. Dat was het advies van inspanningsfysioloog Jos Geijsel. Hij reisde een jaar geleden met de hockeyploeg mee voor een oefentrip in Maleisie en deed onderzoek naar de acclimatisatie- en trainingseffecten in tropische gebieden.

Nederlandse hockeyteams spelen vaak op warme plekken. De begeleiding moet dan zeer secuur zijn. In Kuala Lumpur wordt er naar hygiene vooral op vochtverlies gelet. "De normale reizigersdiarree wordt meestal niet door een bacterie, maar door een tekort aan vocht veroorzaakt", verduidelijkt teamarts Rob Feenstra. De hockeyers hebben ieder drie liter drinken, water en sportdrank, tot hun beschikking. Dat zit in bidons met de nummers van de spelers erop. Na afloop wordt door de begeleiders gecontroleerd of er voldoende is gedronken. Feenstra:"Is dat niet het geval, dan moet de betreffende speler meteen zuipen". En daarmee bedoelt hij niet alcohol, stelt de dokter nadrukkelijk. "Dat werkt juist averechts".

De gewichtsafname bij het sporten in gebieden met zowel een hoge temperatuur (30 graden of meer) als een hoge vochtigheidsgraad (70 a 80 procent) jan enorm zijn. Aanvaller Bastiaan van Ede verloor tijdens een training in Singapore vier kilo. Het is gevaarlijk als dat niet wordt aangevuld. Keeper Frank Leistra viel verleden jaar flauw tijdens de laatste training in Maleisie. Hij was in de finale van het toernooi van 90,4 naar 86,4 kilo afgevallen en verzuimde dat er na de wedstrijd bij te drinken. Leistra, teleurgesteld door de nederlaag, was snel naar bed gegaan. De volgende ochtend klapte hij tijdens de training in elkaar. Hij woog daarna nog maar 86 kilo.

Er is weinig onderzoek verricht naar het sporten in tropische en subtropische gebieden. Mede daarom worden er regelmatig fouten gemaakt door begeleiders en sporters. Het bekendste voorbeeld zijn de wielrenners, die in 1990 pas kort voor het wereldkampioenschap op de weg in Japan ter plekke arriveerden. Ze hoopten op die manier dat het verschil in temperatuur en tijd geen invloed zou hebben. Dat bleek niet het geval. De Nederlanders werden volledig "weggereden". Jos Geijsel spreekt wat dat betreft van een "vreemde cultuur in de wielersport". "Het is een soort overlevingsgedachte die nergens op is gestoeld". Volgens Geijsel hadden de wielrenners in die tijd van het jaar, half september, minstens een week nodig gehad om te acclimatiseren.

Geijsel, docent aan de Haagse Academie voor Lichamelijke Oefening, werkt al sinds 1988 samen met de hockeyers. Hij werd door de toenmalige coach Hans Jorritsma en arts Piet Bon van het mannenteam gevraagd "tropenonderzoek" te verrichten nadat het toernooi om de Champions Trophy in Karachi, in februari 1992, op een teleurstelling was uitgedraaid. De spelers klaagden na afloop mede door vermoeidheid en slapheid van het veld te zijn gespeeld. Het ministerie van WVC was bereid Geijsels onderzoek te subsidieren.

Hij gebruikte simpele middelen bij zijn onderzoek. Zowel in Nederland als in Maleisie werden hardslagfrequentie en lactaatconcentraties (melkzuur) gemeten. De spelers moesten regelmatig een shuttle-run-test (heen en weer lopen en rennen over een afstand van twintig meter) afleggen. Dat gebeurde onder leiding van Geijsel verleden jaar in Maleisie vier keer in twee weken. Mede daaruit kon worden opgemaakt wanneer de hockeyers optimaal gewend waren aan de omstandigheden.

Dat bleek in die situatie acht dagen te zijn. Dat vond Geijsel snel. De literatuur die daarover bestaat doet melding van veertien dagen. Goed getrainde sporters blijken zich echter snel te kunnen aanpassen. Geijsel, trainer van marathonschaatsers en triathleet Mark Koks, omschrijft hockey als "een zware sport", omdat de balsnelheid hoog is en gespeeld wordt op "een biljartlaken". Bovendien heeft onderzoek uitgewezen dat het gebukt lopen van de hockeyers het gemiddelde energieverbruik met liefst 35 procent verhoogt.

Uiteraard is het verschil in temperatuur tussen het gebied waar men vandaan komt en waar men gaat sporten belangrijk voor de gewenningsperiode. In het geval van het hockeyteam viel dat nu gezien het goede weer in Nederland nog mee. Volgend jaar bij het WK in Sydney zal dat anders zijn. Dat toernooi wordt in november gespeeld. Dus zal het acclimatiseren dan langer duren dan acht dagen. Het valt echter te bezien of daar geld en tijd voor is. Volgens Geijsel kan er de nodige tijd gewonnen worden door de internationals in de periode voor vertrek in regenjacks te laten trainen. Dat benadert het effect van het trainen in een warmer gebied. "Misschien zou je in Australie dan toch met een week voorbereiding kunnen volstaan".

Geijsel adviseert sporter die naar een tropisch gebied gaan zo snel mogelijk na aankomst hun eerste training te doen. Dat is goed. De hockeyers arriveerden vorige week vrijdag na een vliegreis van dertien uur in Singapore en stonden een uur na aankomst al op het veld. Volgens aanvoerder Marc Delissen bestaat er tijdens de eerste trainingen het idee "dat je uit elkaar klapt". "Je loopt ook om de vijf minuten naar de kant om te drinken".

Geijsel doet sinds een jaar ook regelmatig testen met de voetballers van Ajax. Hij stelt echter dat dergelijk onderzoek niet moet worden overdreven. Het is als een ondersteuning bedoeld en niet als doel, aldus de fysioloog. "Er zijn zo veel manco's in de sport. En welke moet je dan voorrang geven" vraagt hij zich af. "Dat Bergkamp en Jonk bij Inter Milaan vijf hypermoderne ziekenhuizen van binnen hebben gezien, is prachtig. Maar je vraagt te af wat de relevantie is van een hersenonderzoek bij die jongens. Dat is mij allemaal te veel show".