Griekse pers stoort zich weer aan Albanees optreden

ATHENE, 3 JULI. Nieuwe verontwaardiging over het optreden van de Albanese autoriteiten tegen de Griekse minderheid heeft gisteren de Atheense media bevangen. In de Albanese stad Gjirokastër, waar overwegend Grieks-sprekenden wonen, zou de aanmaak van Griekstalige schoolboeken aan banden zijn gelegd door de sluiting van de enige drukkerij die zich daarvoor leende.

Tegelijk wordt in Griekse kranten met instemming gewag gemaakt van protesten die de socialistische oppositie in Albanië heeft laten horen tegen het anti-Griekse optreden van het bewind van president Berisha. In een officiële partijverklaring is sprake van “verkeerde prioriteiten en amateuristische maatregelen die Albanië in een nieuw isolement storten en de muren van vijandschap en anti-Albanise om ons heen verhogen.” Het dagblad Kocha Yone waarschuwde: “Als de huidige crisis escaleert zullen de gebieden van Zuid-Albanië, waar de minderheid woont beschouwd gaan worden als een Grieks Kosovo op Albanees grondgebied.”

Inmiddels gaat de uitwijzing van illegale Albanezen uit Griekenland onverminderd door. Gisteren zou een totaal aantal van 20.000 zijn bereikt. De regeringswoordvoerder had eerder deze week verklaard dat gestreefd wordt naar uitwijzing van alle Albananezen zonder verblijfsvergunning, en dat zijn er ten minste 160.000. Als zoiets zou lukken, zou het een ingrijpende aantasting van de huidige economische situatie van Griekenland betekenen. De Albanezen, afgeschilderd als merendeels criminelen en bedelaars, doen namelijk alom in het land dié karweitjes waar geen Grieken voor zijn te vinden.

Een van de beweegredenen voor de regering, de uitzetting door te drijven, is behoefte aan populariteit. Oud-minister van buitenlandse zaken Samarás, die deze week eindelijk overging tot de stichting van een alternatieve rechtse partij Politieke Lente, wordt er door velen van rechts en links - nogal ten onrechte - van beschuldigd, tot de toeloop van de Albanezen te hebben bijgedragen tijdens een bezoek eind 1990 aan hun land, waarbij hij hun een “vrije Kerstmis” toewenste. Dit kan nu tegen de politieke tegenstander worden uitgespeeld.

Oppositie tegen de uitwijzing van tienduizenden "economische vluchtelingen' komt van het onafhankelijke ochtendblad Kathimerini - dat ook vreest voor Griekenlands reputatie in het buitenland - en van de kleine linkse partijen. De socialistische Pasok heeft aanvankelijk geaarzeld, omdat leider Andreas Papandreou zich stilhield. De tweede man, Tsochatzopoulos, vond het initiatief “strijdig met de beschaving waar Griekenland voor staat”. Maar scherpslijper Papathemels juichte het toe met de toevoeging dat alle Albanezen die langs allerlei bergpaden zullen terugkeren “ter plekke moeten worden neergeschoten.” Papandreou heeft tenslotte zijn gewicht in de schaal gelegd ten gunste van de laatste: de maatregelen zijn logisch, maar “moeten nog worden aangevuld en effectiever worden.”

De gematigde orthodoxe aartsbisschop van Tirana, Athanasios, heeft intussen in een bewogen boodschap ter gelegenheid van de feestdag van de apostelen alle leiders gesmeekt, het geweld te doen ophouden en “een eind te maken aan de beproeving van de uitwijzingen”. Zijn woorden vindt men in slechts enkele Griekse kranten.