Grathem; Kasteelheer en kastelein ruziën over kasteeltje

Hij had in Limburg een droomkasteel gekocht. Althans, dat dacht A. Meyerman drie jaar geleden. Maar een koppige huurder veranderde zijn droom in een nachtmerrie.

GRATHEM, 3 JULI. De eigenaar van het kasteeltje Huis Ten Hove in Grathem bij Roermond, A.M. Meyerman, durft weer voorzichtig te lachen. Maar zijn lach is zuur. Hij kan, bij de gratie van zijn ex-huurder, in zijn monumentale huis met dertien kamers blijven wonen. “Maar daar moet ik flink voor bloeden.” Als hij de ex-huurder, die hij vorig jaar uit het huis liet zetten, niet anderhalve ton had geboden, was hij donderdag als eigenaar zelf uit zijn kasteel gezet.

Vorige week woensdag liep de deurwaarder de ophaalbrug over, met het bevel in de hand dat de familie Meyerman het huis binnen acht dagen moest verlaten om plaats te maken voor de rechtmatige bewoner, A. van der Meer uit Heythuysen. Want deze had er belang bij zo snel mogelijk zijn broodwinning weer op te pakken. De ex-huurder restaureerde hier kerkelijke kunst en bood gasten tegen betaling de gelegenheid om de dag van hun leven te vieren in een namaak-adellijke entourage. Dat Van der Meer niet over een horeca-vergunning beschikt en dat de gemeente hem blijft bezweren dat hij ook nooit een horeca-bestemming voor het kasteel zal krijgen, deerde de rechter niet. Evenmin als het onvermogen van Van der Meer om met het restaureren zijn brood te verdienen. Alleen met behulp van een RWW-uitkering wist hij zijn bestaan als kastelein te rekken.

Van der Meer had het pand eind jaren zeventig gehuurd van de toenmalige eigenaar, de verzekeringsmaatschappij 't Hooge Huys. Die dacht dat de huurder met zijn antiekhandel goed was voor een huurprijs die zou oplopen van 1250 tot bijna 3000 gulden per maand. Maar toen de zaak niet levensvatbaar bleek, kreeg de huurder voor onbepaalde tijd een "tijdelijke' huurverlaging tot 150 gulden per maand. De huur werd later opgetrokken tot 334 gulden en 38 cent. De huurder was inmiddels, als een echte kastelein, overgeschakeld op het organiseren van feesten en partijen. Hij beriep zich op de instemming van de verhuurder, die vond dat hij gasten moest kunnen ontvangen “met een snack en een goed glas wijn”.

In 1990 kreeg Van der Meer te maken met een nieuwe verhuurder, het Bouwfonds Nederlandse Gemeenten, dat 't Hooge Huys had overgenomen. Maar omdat het kasteeltje niet paste in de portefeuille van het Bouwfonds, werd het afgestoten. Als koper meldde zich drs. H. Viersen, ex-directeur van het Bouwfonds. De prijs was schappelijk. Omdat het beschermde monument veel achterstallig onderhoud vertoonde, werd de waarde bij vrije oplevering getaxeerd op 450.000 gulden. Aangezien er een huurder inzat, mocht Viersen het voor 270.000 gulden kopen. Bij nader inzien was Viersen toch niet zo gelukkig met de aankoop. Hij verkocht het vijf maanden later voor dezelfde prijs door aan zijn vriend Meyerman.

De nieuwe eigenaar, die zelf in het kasteeltje wilde gaan wonen, dacht weinig moeite te hebben met het beëindigen van het huurcontract van Van der Meer. Hij beschouwde de huurder als een slecht bewoner, die illegaal een horecagelegenheid exploiteerde, kamers onderverhuurde en in strijd met de voorschriften van monumentenzorg had verbouwd. Dat ging Meyerman niet alleen als heer van stand in spe aan het hart. In het dagelijks leven is hij directeur van het Historisch Museum in Rotterdam en alleen al daarom kon hij het niet aanzien dat de hal gevuld was met een reusachtige bar, dat de bierleidingen dwars door de marmeren vloer naar de kelder liepen en dat alle hardstenen raamkozijnen roze waren geschilderd naar het voorbeeld van Duitse barokkasteeltjes. Verder voerde Meyerman in het proces dat hij aanspande aan dat Van der Meer achttiende-eeuwse behangselstukken, die door Monumentenzorg als onvervreemdbaar waren aangemerkt, had verwijderd en doorverkocht.

Meyermans poging om langs justitiële weg het huurcontract met Van der Meer te beëindigen mislukte in eerste instantie. Maar in tweede instantie wel. Van der Meer, die niet bij de rechter was komen opdagen, kreeg in juli vorig jaar het bevel het pand te ontruimen. Hij gaf daaraan gehoor, zodat de familie Meijerman het huis kon betrekken en een aanvang maakte met de nodige herstelwerkzaamheden.

Maar aan hun ongestoorde woongenot kwam daags voor Kerstmis een einde. Dezelfde Roermondse rechtbank gaf Van der Meer, die in verzet was gegaan tegen het verstekvonnis, bij nader inzien toch gelijk. Vorige week voegde de kantonrechter daaraan toe dat er met de ontruiming spoed geboden was, omdat Van der Meer zijn zakelijke activiteiten zo snel mogelijk moest kunnen hervatten.

De verhuisdozen stonden al ingepakt voor de deur, toen zondag een telefoontje kwam van de advocaat van Van der Meer. Er viel te praten over het financiële bod dat Meyerman inmiddels aan zijn weerspannige ex-huurder had gedaan.

Met het uitpakken van de verhuisdozen is nog niet begonnen. Over de uitwerking van de voorwaarden wordt nog steeds onderhandeld, omdat Van der Meer de fiscale aspecten nader moet bestuderen. Zolang dat duurt, blijft Meyerman zich afvragen wat hij misdaan heeft dat hem dit moet overkomen: “Moet de "elder urban professional' een lesje worden geleerd omdat hij dacht een mooie slag te kunnen slaan in de provincie?”