"Goddet heeft mij verraden; Ik wil hem niet meer ontmoeten"

Het interieur van zijn chique appartement aan La Croisette, de boulevard van Cannes, bevat veel kitsch; Griekse namaak-zuiltjes, porselein, marmeren eieren en bont gekleurde schalen. Nergens een herinnering aan de Tour of aan wielrennen. Het uitzicht is prachtig - hoge palmbomen, het strand en de blauwe zee. Felix Levitan geniet er naar zijn zeggen nog elke dag van. "Peter Post", lacht hij, "heeft hier ook een woning. Maar ik ben hem nog nooit tegengekomen. Vreemd. Vooral omdat ik elke dag wel twee uur met mijn hond wandel. En zo groot is deze stad toch ook weer niet".

"Post", herhaalt de gebruinde ex-Tourdirecteur, die nog kleiner lijkt dan hij al was, "Post is ongetwijfeld een vakman. Iemand met grote verdiensten. Toch heb ik zijn werkwijze niet altijd begrepen. Met name niet in de tijd dat hij met Raleigh en Panasonic over een supersterke equipe beschikte. Slechts een keer won hij de Tour, met Joop Zoetemelk in 1980. Ik ben ervan overtuigd dat hij vaker had kunnen zegevieren. Ik zal u uitleggen wat Post verkeerd deed. Hij was te behoudend, hij beschermde altijd zijn kopman, ook al was die - op Zoetemelk na - niet in staat de bergetappes en de tijdritten geheel naar zijn hand te zetten. Waarom liet hij zijn formidabele groep niet vanaf de eerste dag aanvallen?"

Volgens Levitan zou die strategie vroeg of laat gegarandeerd tot een geslaagde ontsnapping hebben geleid. "Met zo'n fantastisch team", meent Levitan "was een voorsprong van vijftien of twintig minuten op de vlakke weg haalbaar geweest. Zo'n attaque zou een renner van Post de gele trui hebben opgeleverd. En meer dan dat. Want ik had nog moeten zien dat de concurrenten zo'n coureur - eentje van het tweede plan weliswaar, maar met goede lichamelijke en geestelijke kwaliteiten - nog van de troon hadden gestoten. Helaas voor Post, hij heeft dit experiment nooit uitgeprobeerd, hoewel hij er de juiste elementen voor had. Nu is het te laat, want zijn huidige ploeg (Histor-Novemail, red.) heeft er de capaciteiten niet voor."

Post heeft een stap terug moeten doen. En hij niet alleen, weet ook Levitan. De bejaarde Fransman, die sinds zijn terugtreden meer naar voetballen en autosport kijkt dan naar wielrennen, ziet donkere buien hangen. Het is hem niet ontgaan dat de belangstelling van de sponsors afneemt. "Er zijn minder ploegen in Frankrijk, minder in Belgie en minder in Nederland. Italie en Spanje trekken de kar. In Noord-Europa is er sprake van toenemende desinteresse van de geldschieters."

Levitan, die in de jaren zestig de weg vrij maakte voor merkenteams in de Tour: "Happen er niet voldoende bedrijven toe, dan is de tijd gunstig om weer op nationale equipes over te gaan. Sterker nog, het kan zijn dat de Tour de France de landenploegen zelfs nodig heeft om te overleven. Het zal lukken, de Societe heeft voor hetere vuren gestaan."

Dat laatste was bijvoorbeeld het geval in 1962, toen le Parisien Libere - de werkgever van de journalist Levitan - het sportblad l'Equipe (de organiserende krant van de Tour) kocht en Levitan toetrad tot de door Jacques Goddet geleide directie. "Ik trof een rampzalige financiele situatie aan", herinnert Levitan zich. "Van Emilien Amaury, de grote baas van onze uitgeverijen, kreeg ik de opdracht voor stabilisatie te zorgen. Samen met Goddet, maar vanaf 1968 was ik alleen verantwoordelijk. Ik mag zeggen dat ik ben geslaagd - het jaar dat ik vertrok was er een winst van zeventig miljoen francs. Eenvoudig was het gezond maken van het Tourbedrijf niet. Ik heb heel wat delicate problemen moeten oplossen. Met name over vergoedingen door de lastige Franse en buitenlandse televisie. Wat dat betreft heeft mijn opvolger Jean-Marie Leblanc het gemakkelijker. De commerciele stations staan in de rij."

Levitan zegt zich "bijzonder te verbazen" over het feit dat de miljoenen guldens aan tv-rechten momenteel alleen naar de Tourdirectie vloeien. "Vreemd toch", legt hij uit, "dat de andere betrokkenen zich daar zo maar bij neer leggen. De renners, de acteurs van het circus, zouden toch moeten meeprofiteren van het paradijs? Kennelijk zitten ze te slapen, net als de ploegleiders, de sponsors - die betalen zelfs inschrijfgeld voor de Tour - maar ook de UCI. De internationale wielerbond, UCI- voorzitter Hein Verbruggen, de grote vernieuwer, zou moeten roepen: "De televisie, dat ben ik, daar ga ik over". De UCI zou moeten handelen als de voetbalbonden, de UEFA en de FIFA, die de tv-rechten verkopen en de winst verdelen onder degenen die er aanspraken op kunnen maken. Ik ga nog verder: de UCI moet eigenaar worden van de grote wielerevenementen. Mocht de UCI geen capabele man hebben om dit soort zaken a la Ecclestone in de autosport te regelen, welnu, dan bied ik hierbij mijn gratis diensten aan."

Zaken doen, dat was altijd de favoriete bezigheid van Levitan. Zijn critici zeggen dat hij een ware geldwolf was, voor wie de reclame- karavaan in de Tour belangrijker was dat de renners. Levitan ontkent dat, maar geeft toe dat hij er alles aan deed om de financiele armslag van het wielerspektakel te verbeteren. Vandaar ook dat hij aan het begin van de jaren tachtig flirtte met de organisatie van de eerste ronde van Amerika. Hij rook dollars. Levitan: "Ik had de toestemming om de oceaan over te gaan, om de wielerwereld te vergroten. Als ik nu terugkijk, is dat deels gelukt. Het Amerikaanse tv-station CBS is later naar de Tour gekomen en onze sport heeft in de VS terrein gewonnen. Ik nam destijds risico's, akkoord. Maar ik deed dat in het belang van de Tour en het wielrennen. Ik had ook rustig in Europa kunnen blijven zitten. Dan was ik nu nog directeur van de Tour de France geweest."

Van zijn superieur Philippe Amaury, de zoon van Emilien, vernam hij op vrijdag 13 maart 1987 dat hij in de Verenigde Staten buiten zijn boekje was gegaan. En dat hij kon vertrekken. Levitan zou, op eigen houtje, een contract met de Ronde van Amerika hebben gesloten dat de Societe du Tour de France een verliespost van 549.000 dollar zou hebben bezorgd. Levitan vocht zijn ontslag aan bij de rechter. "Ik ben momenteel aan de winnende hand", grijnst hij. "Amaury probeert het juridische gevecht te vertragen. Het gaat me niet om het geld. Maar enkel en alleen om mijn eer. Ik ben door de affaire beschadigd. Goddet heeft daar zijn steentje toe bijgedragen, door openlijk partij te kiezen voor Amaury. Dat was bepaald niet loyaal, bijzonder teleurstellend, een klap in mijn gezicht. Hij heeft me verraden. Ik heb Jacques dan ook nooit meer gezien of gesproken. Ik wil hem ook niet meer ontmoeten."

En dat terwijl Levitan en Goddet een kwart eeuw schouder aan schouder stonden in de Tour. De harde zakenman en de wielerliefhebber. De vernieuwer en de conservatief. Levitan:" De Tour anno 1993 is wat de formule betreft hetzelfde als die van 1986, mijn laatste. Wat ik heb neergezet is zo gebleven, was blijkbaar goed. De huidige directie heeft niets vernieuwd." Levitan is vol lof over Tourdirecteur Leblanc. "Hij is getalenteerd, ambitieus, slim. Hij was een redelijk goede renner en een excellent journalist."

Toch heeft de oude baas een punt van kritiek: "In de Tour van 1989 heeft de organisatie een grote fout gemaakt. De slottijdrit op de Champs Elysees - de finish daar is door mij bedacht, maar dit terzijde - was een voltreffer. Want het was spannend. Maar de nummer twee in het algemeen klassement (Greg LeMond) had natuurlijk nooit een plaats voor geletruidrager Laurent Fignon mogen vertrekken. Tussen die twee in had een andere renner moeten starten om mogelijke competitievervalsing op die grootse, overzichtelijke Champs Elysees te voorkomen. Gelukkig liep het goed af. LeMond was royaal sterker en won de Tour met acht seconden voorsprong".

Levitan vergeeft Leblanc het misstapje graag. Hij beseft beter dan wie ook hoe een Tourdirecteur bloot staat aan kritiek en verdachtmakingen. Hij heeft het aan den lijve ondervonden. Twee voorbeelden? Tegen het einde van de Tour van 1968, gewonnen door Jan Janssen, ontsnapte een groep met ene Andre Poppe, ploegmakker van gele truidrager Herman van Springel. Het gezelschap nam zo'n grote voorsprong dat Poppe virtueel klassementsleider werd en uitstekende kansen had op de eindzege. De Tourdirectie, uiteraard niet gelukkig met die naamloze triomfator, zou Poppe en de zijnen hebben aangespoord te vertragen. Met als beloning dat ze een aantal vette contracten zouden krijgen voor kermiskoersen. Levitan: "Poppe? Die naam zegt me niets. Het verhaal is absolute onzin. Ik herinner me de Tour van 1968 nog goed. Van Springel werd tweede. Jammer voor hem, maar hij kwam in de afsluitende tijdrit ruim te kort tegen Janssen. Er is toen niets onreglementairs gebeurd".

Voorbeeld twee: in het midden van de jaren zeventig zou de Tour-leiding Franse renners bewust minder naar de dopingcontrole hebben gestuurd dan buitenlanders. Met name tweevoudig Rondewinnaar Bernard Thevenet - aan het einde van zijn loopbaan gaf hij toe te hebben "geslikt" - zou daarvan hebben geprofiteerd. Levitans bruine oogjes vlammen, even lijkt hij heel opgewonden. Dan wordt hij rustig. "Ik ben blij dat dit onderwerp aan de orde komt", zegt hij. "En ik kan u op dit punt geruststellen. De Tourdirectie had in deze een belangrijke morele verantwoordelijkheid. Geloof me, ze heeft zich aan de regels gehouden. Altijd. Of het nu om een Belg ging, een Italiaan, een Nederlander of een Fransman, dat maakte niet uit. Het ging ons altijd om een rugnummer. Nooit, nooit is er van dergelijke duistere praktijken sprake geweest. U kunt het bij alle betrokken juryleden en commissarissen navragen."