GESCHIEDENIS

Mijn waarschuwing aan de PvdA dat zij ervoor moet oppassen niet het beeld op te roepen van een burgemeester in oorlogstijd is prof. Van Deursen in het verkeerde keelgat geschoten (NRC Handelsblad, 26 juni). De vergelijking, ontleend aan minister Pronk (PvdA) die deze vorig jaar gebruikte om zijn eigen positie te omschrijven, noemt hij ongepast, onbehoorlijk en misbruik van het verleden.

Iedere historische gebeurtenis is uniek en onze kennis van het verleden is per definitie onvolkomen. Daarom gaat iedere vergelijking mank bij het trekken van historische parallellen. Het "beeld oproepen van een burgemeester in oorlogstijd' refereert aan een bepaald mechanisme, het meebuigen om erger te voorkomen, en niet aan de specifieke historische omstandigheden die in het Nederland van de jaren 1940-'45 golden.

De logische consequentie van de principiële redenatie van Van Deursen is dat de geschiedenis als beschrijving en interpretatie van het verleden slechts een intrinsieke betekenis heeft. Ik ben het met die opvatting niet eens: met de nodige zorgvuldigheid mag historische kennis worden gebruikt om het heden beter te begrijpen. Het beeld van de burgemeester in bezettingstijd is een heldere metafoor voor een dilemma dat in principe van alle tijden is.