Gemeentehuis Apeldoorn

Foto: Apeldoorn, ach Apeldoorn.

Paleis het Loo, de Apenheul, een wandelvierdaagse. Naar het Oosten een vlak landschap met boerderijtjes en weilanden, in de andere windrichtingen bos, bos, bos. Rustieke villaparken met de statige panden uit het begin van deze eeuw, arbeiderswijken uit de jaren dertig in eerlijk baksteen, treurige flats, gebouwd in de jaren zestig en als laatste de prefab-wijken en kantoren die als een schimmelziekte woekeren richting Vaassen en Deventer. Dwars door de stad slaapt het Apeldoorns Kanaal, donker, stilstaand water. Al jaren wordt er niet meer in gevaren, de prachtige sluizen zijn in onbruik geraakt.

Deventer Straatweg, richting centrum, en je denkt: ""Het moet hier toch vroeger mooi zijn geweest.'' Op het Marktplein, eens een beruchte automarkt waar volgens klasgenootjes auto's met houten zuigers en chassisbalken werden aangeboden, pronkt nu het nieuwe stadhuis. IJsbreker / lichtschip / boorplatform. Een voor Apeldoorn te speels kerktorentje terzijde van de boot, met een transparante wenteltrap zonder zichtbaar doel, glazen vissekommen als onderste gevelrand. Wit, geel en grijs zijn de buitenkleuren. De hal is uitgevoerd in Van-der-Valkmarmer, halogeenlampen hangen uit de witgekalkte systeemplafonds als bij een kuikenboerderij. Luchtgeveerde ambtenaren in vrijetijdskleding beklimmen energiek de lange trappen. De loketten in het "stadswarenhuis' zijn voorzien van betonijzeren tralies, waarachter huwbare meisjes met een oostelijk accent kwetterend privé-gesprekken voeren. Gedempt licht, witgesausd machtsvertoon. De klantenvolgorde verschijnt in helrode digitale cijfers.

Rijdend naar het Westen de Gemeentevoorlichting gebeld. Die doen hun kunstje: Achtste stad van Nederland, de drukste winkelstraat, uitstekend gebouw, training loketfuncties, we gáán voor de klantgerichtheidsprijs '93. Op het verkeersplein Hoevelaken leg ik zuchtend de telefoon neer.