Gehannes met groeibevorderaars

De rundvleessector zit enorm in haar maag met illegale groeibevorderaars. De branche lapt het verbod op gebruik ervan grote schaal aan de laars. Sommige schattingen gaan tot een percentage van 50 van alle slachtrunderen.

Farmaceutische bedrijven, dierenartsen, handelaren en boeren die rommelen met illegale groeibevorderaars zijn moeilijk te pakken. Bij dieren die zeer waarschijnlijk zijn behandeld blijken op het slachthuis vaak geen sporen van groeibevorderaars meer aanwezig te zijn. Controles verplaatsen zich daarom steeds meer van slachterij naar boerderij. Ook het feit dat er zoveel verschillende illegale groeibevorderaars zijn, frustreert de opsporingsambtenaren. Het is niet altijd duidelijk waarnaar ze precies moeten zoeken, omdat er steeds nieuwe middelen bijkomen.

Nederland doet serieuze pogingen het gebruik van groeibevorderaars aan banden te leggen. In landen als Frankrijk en Italië lijkt de controle minder grondig. Dat EG-landbouwcommissaris R. Steichen een rapport over de omvang van het Europese gebruik van illegale groeibevorderaars nog steeds niet openbaar heeft willen maken geeft te denken. De Europese commissie wil in ieder geval strengere straffen.

Het probleem is niet eenvoudig. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Amerika, waar natuurlijke hormonen zijn toegelaten, zijn in de EG alle groeibevorderaars verboden. Daarnaast zijn bij ons ook relatief onschuldige hoestmiddelen, die in hoge concentraties eveneens de groei versnellen, voor de mesterij verboden stoffen. De meest bekende van deze groep beta-agonisten is het inmiddels beruchte clenbuterol.

Nu is het wat te gemakkelijk om te roepen dat vleesveehouders om nog meer te kunnen verdienen de gezondheid van consumenten op het spel zetten. “Omdat dieren ook van nature hormonen aanmaken is er geen enkel bezwaar tegen het toedienen daarvan om het inkomen van veehouders te vergroten”, zo betoogden enkele wetenschappers onlangs nog op een congres in Veldhoven. Ook staatssecretaris Simons van Volksgezondheid en voorzitter Rob Tazelaar van het Produktschap van Vee en Vlees hebben zich positief uitgelaten over het legaliseren van natuurlijke hormonen waarvan vaststaat dat ze geen gevaar opleveren voor de volksgezondheid.

Professor Bast, hoogleraar moleculaire farmacologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, zou - wanneer je al groeibevorderaars wilt toelaten - niet kiezen voor natuurlijke hormonen. Hij ziet dan nog liever de beta-agonist clenbuterol als legale groeibevorderaar. Van dit geneesmiddel tegen astma is veel meer bekend over mogelijke bijwerkingen dan van hormonen. Bast meent dat een mens via het eten van vlees van behandelde runderen vrijwel nooit een dosering clenbuterol kan binnenkrijgen die schadelijk is.

Veel stierenmesters zitten op dit moment door het strengere Europese landbouwbeleid en de lage rundvleesprijzen in grote financiële problemen. In 1991 moesten ze gemiddeld 192 gulden op iedere afgeleverde stier toeleggen. Vorig jaar was de arbeidsopbrengst per stier gemiddeld 40 gulden negatief. Alleen superefficiënte bedrijven hebben een kleine kans te overleven. Groeibevorderaars kunnen daarbij een flinke steun in de rug geven. Het gebruik levert een extra inkomen op van ongeveer 300 gulden per stier. Bij 250 stieren is dat een bedrag van 75.000 gulden. Voor veel mesters bieden deze middelen dus een laatste strohalm om het bedrijf niet failliet te laten gaan.

Zelfs als strengere controle en hogere straffen binnen de EG effectief zijn, blijft nog een probleem over. Wanneer de Gatt-onderhandelingen succesvol worden afgesloten, zal de EG op basis van emotionele of onwetenschappelijke gronden geen Amerikaanse produkten mogen weigeren. Dat betekent dat Amerikaans rundvlees van dieren die wel zijn behandeld met groeibevorderaars op de Europese markt komen. Naast het falende controle-apparaat is dit een tweede argument van voorstanders van legalisering van een aantal veilige groeibevorderaars. Het gebruik zou dan uit de illegaliteit komen en beter beheersbaar zijn.

De Consumentenbond verzet zich fel tegen het gebruik van groeibevorderaars omdat ze geen enkel nut hebben voor de consument. Ook de Dierenbescherming is tegen; toediening van stoffen die niet nodig zijn voor de gezondheid van dieren tast hun integriteit aan.

Recent onderzoek speelt tegenstanders van hormoongebruik nog een belangrijk argument in handen. Met behulp van hormonen en beta-agonisten leveren runderen wel meer vlees met minder vet, maar het vlees van behandelde dieren is na bereiding minder mals.

Omdat het de hele rundvleessector niet lukt om de consument op korte termijn absolute garanties te geven over kwaliteit en diervriendelijkheid, zien producentengroeperingen hier kansen. Zij produceren vlees zonder groeibevorderaars. Hun produkt willen ze nadrukkelijk onderscheiden van het anonieme vlees door middel van een merknaam. Inmiddels zijn er een stuk of tien, zoals het Boeuf Blonde d'Aquitaine dat de supermarktketen Nieuwe Weme verkoopt en Viande Première Limousin van Unigro.

Vleesveehouder, slachterij en detailhandel achter zo'n merk geven samen garanties ten aanzien van produktiewijze en kwaliteit. Een consument die een stuk vlees wil met de absolute garantie dat het dier op natuurlijke en diervriendelijke wijze slachtrijp is gemaakt, kan bij diverse slagers en grootgrutters terecht. Voor die gegarandeerde kwaliteit betaalt hij wellicht iets meer. Maar een vleesveehouder die de rug recht houdt en zich niet laat inpakken door dubieuze figuren uit het hormonencircuit hoeft zo niet minder te verdienen dan zijn collega's met minder karakter.