"Geen hoogvlieger, geen probleemgeval'

PAG. 3 "GEEN RAUWDOUWER' LEIDEN, 3 JULI. “Aááálex”, gillen de meisjes-in-korte-broek van Rapenburg 52 naar kroonprins Willem-Alexander die zojuist zijn doctoraalbul geschiedenis heeft ontvangen. Ze bezwijken bijna onder de iets te grote Nederlandse vlag waarmee ze uitbundig wapperen.

Aan de overkant, bij het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit, bekijken twee oudere Leidse dames het tafereel. “Hij heeft wel zes jaar over zijn studie gedaan”, zegt de een. “Ja, hoe langer hij erover doet, des te leuker hij het heeft. Zo meteen begint de gekkigheid pas goed”, antwoordt haar vriendin. De koning in spe worstelt zich met een vijftiental corporale studiegenoten van zijn jaarclub Letharg in zijn kielzog tussen een kluwen journalisten naar het afgehuurde café Barrera. Daar drinkt het gezelschap samen met de familie van de prins "ongedwongen' - terwijl de fotografen hun neus tegen de caféruiten drukken - een slokje op de goede afloop. De 26-jarige kroonprins is doctorandus.

“Een gezellige, goed meewerkende student”, noemt hoogleraar algemene geschiedenis dr. H.L. Wesseling, kort voor het afstuderen gistermiddag, zijn pupil. Voor zijn doctoraalvakken haalde de prins gemiddeld een 7,5, voor zijn scriptie een 8. Studiebegeleider dr. G.J. Meijer zegt Alexander “zelfs hoger te taxeren dan de gemiddelde student. Hij kon ook goed met zijn medestudenten opschieten, is sociaal heel intelligent”. Waarna Wesseling samenvat: “Intelligent, maar geen intellectueel.”

Willem-Alexander heeft bij zo'n 25 docenten tentamens gedaan. In zijn studie concentreerde hij zich vooral op de moderne politieke geschiedenis. Met het oog op zijn toekomstig koningschap volgde hij al zijn keuzevakken aan de juridische faculteit. Hij bekwaamde zich onder meer in staatsrecht, Europees recht en - bij de huidige minister van buitenlandse zaken dr. P.H. Kooijmans - volkenrecht.

Alle geruchten dat de prins een matig student is geweest wijzen zijn docenten van de hand. Wesseling roemt zelfs “zijn verbluffende eindsprint”. Alexander ontwikkelde het laatste jaar een “verbijsterend” tempo. “Ik kreeg echt het idee dat hij er voor deze zomer vanaf wilde. En als hij iets wil, dan doet hij er alles voor. Maar hij heeft ook wel eens een jaar gehad dat ik dacht: nu moet hij even wat bijtrekken.”

Dat sprinten is een beeldspraak die drs. P.W. Gerretsen, rector van Alexanders middelbare school het Eerste Vrijzinnig Christelijk Lyceum in Den Haag, herkent. “De prins was geen sporter maar ik herinner me een veldloop waarbij hij er opeens als een haas vandoorging. Opmerkelijk, want verder was hij een leerling die vooral gewoon tussen de anderen wilde verkeren. Geen hoogvlieger, maar ook geen probleemgeval.”