Gedeputeerde: "We hebben gewoon recht op Euro-subsidie'; Flevoland lobbyt om te overleven

LELYSTAD, 3 JULI. Blij verrast was hij in januari, diep teleurgesteld de maand erop. P. Loos, gedeputeerde van Flevoland en belast met economische zaken, hoorde begin dit jaar dat zijn provincie in aanmerking kwam voor een financiële injectie van 200 miljoen ecu (ruim 400 gulden) uit het Europese structuurfonds. Maar in februari besloot de Europese Commissie om Flevoland weer van de lijst van achtergebleven gebieden te schrappen. Dat betekende voor Loos het begin van een periode van intensief lobbyen.

“Toen we hoorden dat we van de lijst waren gehaald, hebben we onmiddellijk contact opgenomen met het ministerie van economische zaken, dat onze verontwaardiging deelde. We hebben vervolgens een taakverdeling gemaakt. EZ richtte zijn lobby vooral op de Europese Commissie, waar staatssecretaris Van Rooy een entree en een verantwoordelijkheid heeft die de onze ver overstijgt. En het Europarlement was voor ons, wij hebben daar immers een politieke ingang bij onze partijgenoten.”

De gedeputeerde was het laatste half jaar regelmatig in Brussel te vinden. Loos bepleitte zijn zaak bij zijn liberale partijgenoten in het Europarlement en bij de overige Nederlandse parlementariërs. Ook lobbyde hij bij de permanente vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Gemeenschappen en bij de medewerkers van de EG-commissaris voor regionaal beleid, B. Millan. “De Nederlanders hoefden we niet meer te overtuigen”, zegt Loos. “Die kennen Flevoland en de noodzaak tot ontwikkeling van het gebied. Wel konden we de Nederlandse Europarlementariërs informatie over onze provincie leveren, die zij vervolgens doorspeelden aan hun buitenlandse partijgenoten. Tenslotte weet niet iedere Europarlementariër dat Flevoland vijftien jaar geleden nog helemaal niets was, en dat voor de verdere ontwikkeling geld nodig is.”

Flevoland presenteerde de EG in januari al een lijst met projecten die met de 200 ecu gerealiseerd kunnen worden. De plannen hebben vooral betrekking op de ontwikkeling van de infrastructuur van de provincie, bijvoorbeeld de aansluiting van de autosnelweg A27 op de A6 en de aanleg van de Hanzelijn, de spoorlijn die Lelystad, Dronten, Kampen en Zwolle verbindt. Ook de ontwikkeling van het beroepsonderwijs in Flevoland staat hoog op de lijst. “Ons plan toont aan dat we het Europese geld op hoogst verantwoorde wijze willen investeren”, aldus Loos. “We willen het niet bestemmen voor het zeventiende clubhuis.”

Voorwaarde voor de EG-subsidie is dat de projecten voor de helft gefinancierd worden door de regionale en nationale overheid, en door het bedrijfsleven. In totaal komt het bedrag dat in Flevoland wordt genvesteerd daarmee op ruim 800 miljoen gulden. “Ook de co-financiering hadden we al helemaal rond”, zegt Loos. Flevoland kon zo snel met een lijst uitgewerkte plannen komen omdat midden 1992, in samenwerking met gemeenten en bedrijfsleven, al een rapport was opgesteld. De nota, "Holland-Flevoland Business Zone', werd aangeboden aan staatssecretaris Van Rooy. “Ze vond het een mooi rapport”, aldus Loos. “Maar ze zei: "Voor het geld red je je maar'.”

Loos is tevreden over het resultaat van zijn lobby in het Europees parlement. “Vorige week besloot het parlement dat Flevoland weer op de lijst van achterstandsregio's moet komen. Alle landen, ook Griekenland, Spanje en Duitsland, hebben vóór gestemd. We waren hoogst verblijd met die overwinning.” Minder tevreden is de gedeputeerde over de gesprekken met medewerkers van EG-commissaris Millan, een van de vurigste voorstanders van het schrappen van Flevoland van de lijst. “We hebben hen helaas niet tot inkeer kunnen brengen.”

Millan vindt dat Flevoland niet op de lijst van achterstandsgebieden thuishoort, omdat de provincie niet armlastig is. Flevoland heeft wel een relatief laag bruto provinciaal produkt per inwoner, de basis waarop de EG-subsidie wordt verleend. Maar dat komt vooral doordat veel inwoners van de provincie in Amsterdam werken. Volgens de cijfers is Flevoland net zo arm als onderontwikkelde streken in Portugal of Griekenland. “De statistiek werkt inderdaad vreemd”, geeft Loos toe. “Maar als je eenmaal criteria voor subsidie hebt vastgesteld, moet je je er ook aan houden. We hebben er gewoon recht op.”

Loos beschouwt Flevoland niet als achtergesteld gebied, maar als “ontwikkelingsgebied”. “Flevoland is nog niet af, we zijn pas halverwege. We hebben nu 250.000 inwoners, over vijftien jaar moet dat 500.000 zijn. Daarom moet er veel aan de infrastructuur gebeuren en met steun van EG kan dat. Dat komt niet alleen Flevoland ten goede, maar ook Nederland en zelfs Europa.”