Feminisme

Wanneer ik mijn hand in mijn linkerjaszak steek voel ik daar de laatste tijd een fijn penseeltje, van het soort dat je gebruikt voor delicate aquarellen of heel kleine lettertjes. Maar voor dat doel heb ik hem niet gekocht - ik heb hem trouwens helemaal niet gekocht, maar uit mijn dochters verfdoos ontvreemd; ik gebruik hem voor een minder eerbaar doel, namelijk voor indiscrete ingrepen in het intieme leven van bepaalde planten.

Wie een moestuin begint neemt meer op zich dan zij vermoedde. De verplichte dagelijkse consumptie, bijvoorbeeld, van evenveel sla als een nijlpaard in een dierentuin; bieten bij iedere maaltijd; een pond aardbeien per dag; drie bloemkolen per week. Volgende maand krijgen we de tomaten en de aardappelen: driemaal daags en geen blaadje sla: het volkstuindieet mag overvloedig zijn, evenwichtig is het niet.

Deze opeenvolging van overproduktie en hongersnood is uiteraard een kwestie van onvolkomenheden in de planning; het zal niemand verwonderen dat dat niet meteen 't eerste jaar lukt. Dat zou ook eigenlijk nogal saai zijn, zo voorspelbaar als een fabrieksproces, als je het al dadelijk voor elkaar had; net als met siertuinen zijn het de onverwachte ontwikkelingen die de spanning er in houden. Maar het is interessant om na te gaan welke factoren hierbij in het spel zijn.

Zo was er het pakje zaad dat mijn dochtertje vond, achtergelaten in de kas door de vorige eigenaar: dat moest natuurlijk gezaaid en ergens in dat proces raakte de verpakking zoek. Wat zouden het zijn, draketanden? Ik begoot ze en zie, na niet al te lange tijd groeiden er kleine plantjes uit. Een buurman bekeek ze en gaf zijn oordeel: sla. Na verspening groeiden ze inderdaad uit tot forse kroppen sla. Vandaar dat we nu sla eten tot we er bij neervallen - dat wil zeggen wij, niet onze dochter: ze volgt het allemaal met diepe interesse en is bovenmatig trots op haar eerste oogst, maar het eten laat ze aan ons over, zo ver gaat haar betrokkenheid niet; ze heeft, zo houdt ze vol, die sla belangeloos voor ons gekweekt.

Het meest verbazende van die mysteriesla (heel eetbaar, maar niet zo gastronomisch dat het mij spijt niet te weten welke variëteit het was) was de snelheid waarmee het zaad werd getransformeerd tot voedsel. Wie veel ervaring heeft met eenjarigen, gezwegen van mosterdzaad en sterrekers, is vermoedelijk beter voorbereid, maar ik was sprakeloos als een koppensneller die van de missionaris verneemt dat het Koninkrijk der Hemelen ook voor hem openstaat, en dan ook meteen bekeerd.

Zaadpakjes wijzen er nadrukkelijk op dat je weinig en vaak moet zaaien om een continue produktie te hebben, en ook de boeken onderstrepen het, maar - en dat is het intrigerende - het blijft toch een soort dode letter tot het je persoonlijk en werkelijk overkomt; "sla wordt in de zomer gezaaid', zo zit het in je hoofd en die ongedifferentieerde vorm behoudt het ("een keer eens en voor al') onafhankelijk van de assimilatie van het gedrukte woord.

Met het driftleven van de sla hoeft de moestuinier zich gelukkig niet in te laten; dat wordt voor hem door anderen gedaan, die de eruit resulterende nakomelingschap inpakken en verkopen. De sla-plant die in de groentetuin opgroeit leidt een eenzaam en geslachtloos bestaan, onbeweend voor den uchtend van haar prille bloei uit de grond gerukt en opgegeten. Maar datzelfde kan niet van elke plant worden gezegd en dat is waar de tuinier met zijn penseel in beeld komt.

Buitenshuis leiden de gewassen een arcadisch bestaan, met hulpvaardige insecten die hen maar al te graag bijstaan in hun voortplantingsbehoefte, copieus links en rechts bestuivend, weliswaar zonder enig systeem, maar toch kennelijk doelmatig. Als je daarentegen het gewas in een kas zet plaats je jezelf tegen wil en dank in de schoenen van het insect: voor het bestuiven zijn ze nu op jou aangewezen. De seksueel actiefste planten, de plantaardige equivalenten van het konijn, zijn nog in staat om voor zichzelf te zorgen: de tomaten in mijn kas, waarvan je de bloemen zou kunnen beschrijven als biseksueel, slagen er in zonder hulp, hoewel je ze in sommige gevallen blijkbaar kunt helpen door er eens flink aan te schudden. De moderne komkommer bedient zich van een antiek recept: onbevlekte ontvangenis (of wat daar in de wandeling onder verstaan wordt); in het verleden had je zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen nodig; tegenwoordig bestaan er F1 (parthenocarpe) hybriden waar alleen vrouwelijke bloemen aan komen die gegarandeerd worden elk een vrucht voort te brengen. In tuinboeken wordt niet verklaard hoe dit mysterie in zijn werk gaat, maar het klinkt als een radicaal-feministisch utopia. En het gaat meedogenloos toe in deze vrouwenwereld: in een zaadcatalogus kwam ik een huiveringwekkende beschrijving tegen over de naleving der geslachtswetten in komkommerland: ""Under conditions of stress, all "All Female' varieties may produce male flowers. These should be removed.''

Andere planten zijn in gevangenschap volkomen hulpeloos: augurken, courgettes en meloenen gedragen zich meer als panda dan als konijn. Net als de komkommer zijn zij leden van de familie der Cucurbitaceeen, maar ze leven nog naar het achterhaalde gebruik dat het nodig is mannelijke en vrouwelijke bloemen voort te brengen, en die moeten kunstmatig bestoven worden. Hoe doe je dat? Een van de beste boeken op dit gebied is Moes- en volkstuinen door Hans van de Bosch e.a. (Tirion, 1988 en niet meer in druk, hetgeen vreemd en jammer is want het is een uitmuntend boek; ook heel goed, met recepten bovendien, is Bijzondere oude en nieuwe groenten in tuin en keuken door Tjerk Buishand en Harm P. Houwing, Terra 1982, ook niet herdrukt). Zo toog ik naar de kas, gewapend met mijn penseel om me over de augurken te ontfermen. ""Met een penseeltje haalt u stuifmeel uit de mannelijke bloemen en brengt dat bij de vrouwelijke'', luidt de opdracht. De vrouwelijke bloemen zijn herkenbaar aan het vruchtbeginsel onderaan, dat klonk niet moeilijk, en daar stond ik, penseel in aanslag, met een lichte neiging om over mijn schouder te kijken of ik niet geobserveerd werd, zoekend naar mannelijke bloemen. Maar of de augurken zijn ook gemanipuleerd sinds het boek verscheen, of er is iets ernstig mis met de mijne: iedere bloem had een vruchtbeginsel, geen mannelijke bloem te bekennen.

In frustratie wendde ik mij tot de courgettes. Die hebben een meer macho aanpak nodig, niet dat ingetogen penseel: ""..knip een mannelijke bloem van de plant, verwijder de gele bloemkroon en strijk hem over de stempel van de vrouwelijke bloem''. Kinderspel vergeleken met de augurken, maar als je verder leest blijkt de angel in de staart te zitten. ""U moet iedere dag bestuiven, 's morgens voor elf uur. Daarna sluiten de bloemen zich en is bestuiving niet meer mogelijk.'' Het is duidelijk dat de courgette niet een plant is voor iemand die ver van zijn volkstuin woont; als de vruchten eenmaal beginnen te rijpen ""moet u minstens driemaal per week langs het gewas lopen om de oogstbare vruchten af te snijden''.

De eerste keer was het twee uur in de middag en de bloemen waren inderdaad hermetisch gesloten; de impuls ze open te pulken maakte dat ik mij voelde als Judge Clarence Thomas, broedend op ongewenste intimiteiten jegens Anita Hill. De volgende ochtend, even na elven en op alles voorbereid, ontdekte ik dat ook de courgetteplanten heel speciaal zijn, met ditmaal alleen mannelijke bloemen; of we hadden te lang gewacht en de vrouwelijke hadden er in wanhoop de brui aan gegeven, of de omstandigheden waren heel wat stressfuller dan ze er uitzagen. Misschien zal er toch nog een of ander ondernemend insect naar binnen waaien en de vrouwelijke augurken bestuiven met de mannelijke courgettes, want het wil er bij mij niet in dat die niet op een of andere manier voor elkaar zijn voorbestemd. Als er over afzienbare tijd in het nieuws courgurken opduiken weet u waar ze vandaan komen.

De eerste tomaat is gerijpt en soldaat gemaakt; zij was heerlijk. Helaas kan hetzelfde niet worden gezegd van de eerste geheel vrouwelijke komkommer, een lid van een geslacht bekend als Burpless Tasty Green. (Had zij niet een meer vrouwelijke naam moeten hebben, vroeg ik me af, tot ik de namen zag van een paar andere vrouwelijke soorten: Carmen, Petita, Femspot en Fembaby - niet door feministen bedacht). Burpless Tasty Green bleek zo knapperig als de Catalogus beloofde, maar verder zo smakeloos als piepschuim. Je ontkomt er niet aan te denken dat de oude manier beter is: ik zal mijn penseel voor volgend jaar bewaren en dan zullen we eens een ouderwetse orgie organiseren in de kas.

And Earth's old glooms and pains

Are still the same, and Life and Death