EG: staalruzie frustreert GATT-overleg

ROTTERDAM, 3 JULI. De strafmaatregelen die de Verenigde Staten vorige week tegen negentien landen troffen wegens vermeende dumping van staal op de Amerikaanse markt vormen een serieuze bedreiging voor het overleg over liberalisering van de wereldhandel.

Deze waarschuwing hebben de Europese ministers van buitenlandse zaken gisteren in Brussel geuit. Ze noemen de aangekondigde sancties tegen zeven EG-landen (waaronder Nederland met staalproducent Hoogovens) en twaalf andere landen “onaanvaardbaar en ongerechtvaardigd”.

De waarschuwing komt kort voor de bijeenkomst volgende week van de G-7 in Tokio. De bedoeling is tijdens deze topontmoeting van presidenten en regeringsleiders van zeven rijke industrielanden onder meer nieuwe impulsen te geven aan de stagnerende "Urugay-ronde'. Dit is het zeven jaar geleden in Urugay gestarte overleg in het kader van de Algemene overeenkomst over handel en tarieven (GATT), dat moet uitmonden in het wegnemen van handelsbelemmeringen.

Europees commissaris Brittan (handel) zei gisteren dat de Amerikaanse sancties op de top in Tokio aan de orde zullen worden gesteld door de Europese deelnemers: Duitsland, Frankrijk Groot-Brittannië en Italië. Volgens Brittan hebben de VS met hun staalsancties de kans op een doorbraak in het handelsoverleg op het spel gezet. Zonder overeenstemming over liberalisering van de staalhandel komt er volgens hem geen GATT-akkoord. Het voorbereidend overleg over een GATT-akkoord wordt volgens Brittan door de staalruzie gefrustreerd. “Als er dit najaar geen uitzicht is op een GATT-akkoord is de Urugay-ronde dood”, aldus Brittan.

De Euro-commissaris werd in Brussel onder anderen bijgevallen door de Franse minister Juppe (buitenlandse zaken) en de Nederlandse staatssecretaris Van Rooy (handelspolitiek). “Op de komende G-7 moet een belangrijke stimulans worden gegeven om de onderhandelingen over liberalisering van de wereldhandel voort te zetten”, aldus Van Rooy. De Duitse staatssecretaris Köhler (financiën) zei volgende week in Tokio geen doorbraak in het handelsoverleg te verwachten. Volgens hem moeten de handelsblokken het eerst eens worden over het uitgangspunt dat er geen reëel alternatief bestaat voor vrije wereldhandel.