Een plukje wol als tol

Het wel of niet extra aflossen van schulden is een moeilijke beslissing voor schuldenaren. Een lezer klaagt over zijn bank en het financiële bureau van de branche waarin hij werkzaam is: zij willen hem niet adviseren op dit punt. Is het een lastige materie, vraagt hij zich af. Nee, dat niet. Iedereen kan zelf de beste oplossing uitrekenen, met enige hulp.

Wordt de psychologische druk (mensen lijden in deze in stilte) van een schuld te zwaar dan moet je niet meer rekenen, maar aflossen en jezelf verlossen. Een goede nacht- en relatierust is veel waard.

Bij zo'n eigen berekening neigt men de oren te laten hangen naar degenen die er belang bij hebben dat er niet wordt afgelost. Niet verder te kijken dan vandaag en geen rekening te houden met risico's. Alleen buren worden ziek, ontslagen of uitgenodigd voor de laatste reis.

De gepensioneerde lezer heeft een hypotheek van twee ton tegen 9 procent en een maandelijkse aflossing plus rente van circa 1.500 gulden. Daar staat geen verzekering tegenover die bij overlijden een bedrag uitkeert om die schuld af te lossen. Bij arbeidsongeschiktheid vallen zijn bijverdiensten weg, de pensioenuitkering loopt vanzelfsprekend door.

Eerst zat de helft van zijn geld in een obligatiegroeifonds en de andere helft in een liquiditeitengroeifonds. Dat zijn allebei fondsen die niets uitkeren, maar volgens de exploitant groeien in waarde en dan onbelaste koerswinst aan deelnemers bieden, althans na afdracht van 35 procent vennootschapsbelasting en aftrek van exploitatie- en andere niet gespecificeerde kosten.

Nadat de bank hem en anderen wees op een mogelijke belasting (fictief rendement) op het obligatiefonds, hevelde hij alles over naar het fonds dat belegt in liquiditeiten als deposito's en kortlopende obligaties. Hoewel dat in een tijd van dalende rente (zoals nu) eigenlijk de verkeerde kant op is: koersen van obligaties gaan omhoog en rente-opbrengsten van liquiditeiten(fondsen) verminderen. Dat werkt geleidelijk door in de koersen van groeifondsen.

Gaat de rente omhoog (obligaties naar beneden) dan zou je weer de andere kant op moeten beleggen. Die fondsen lijken weiden: de boer (exploitant) adviseert/jaagt schapen/beleggers heen en weer van de ene naar de andere. Op de smalle dam ertussen staat breeduit de boer een vraagt van ieder schaap een plukje wol als tol. En de fiscus vreet intussen 35 procent van het gras op. Wel mooi bedacht! Een nijvere landman vindt altijd een wei voor een kudde schapen vluchtend voor de wolscheerders van de belastingdienst, desnoods in het buitenland. En zonder een cent risico voor de beheerder.

Door deze belegging meent de briefschrijver de hypotheek niet af te moeten lossen. Hij rekent voor: ik betaal 60 procent IB en dat brengt de (netto) hypotheekrente op (0,40 maal 9) 3,6 procent.

De onbelaste koerswinst van de groeifondsen, uitgaande van de laagste koers dit jaar en het gunstigste moment van instappen, ligt op circa 6,5 en 10 procent. Een juiste beslissing derhalve, mits op het juist moment de obligaties verkocht en de liquiditeiten gekocht zijn. Wie heeft zo'n perfecte timing?

Hoe gaat het verder? Die rente van 3,6 procent blijft gewoon doorlopen, afgezien van lichte bijstellingen. Dat geldt niet voor de koerswinst op fondsen. Ze blijven natuurlijk rente op deposito's en obligaties ontvangen, maar een obligatie kan dalen in waarde en de (papieren) winst verminderen. De opbrengst hoeft de betaalde (3,6 procent) rente in de toekomst niet blijvend te overtreffen.

Daar komt bij dat koerswinst en aflossingswinst op obligaties in particulier bezit altijd al volledig onbelast is, de rente echter niet.

Er is nog een bezwaar tegen de gevolgde redenering. De lezer hoeft zoveel aftrekposten dat zijn gemiddelde IB-tarief onder de 50 procent ligt. Lopen door ziekte de bijverdiensten terug, dan ligt dat nog lager. De te betalen hypotheekrente bedraagt dus niet 3,6 maar minstens 4,5 procent.

Reken je nog eens 5 procent aan kosten en ongunstige koop- en verkoopprijzen (de exploitant is vaak bemiddelaar èn aanbieder tegelijk) dan komen kosten plus belasting uit op 40 procent. Het aantrekkelijke verschil tussen 50 procent IB en 40 procent die fonds en fiscus weggrazen neemt zo zienderogen af.

Conclusie in dit voorbeeld: aflossing brengt verlichting. Voor de gelduitlener en fondsbeheerder leidt dit echter tot minder omzet en winst. Daarom zijn zij zo vaag over extra aflossen. Niemand snijdt graag in eigen vlees.