Een onweerstaanbare ijdeltuit en wereldreiziger

Carlos Fuentes, de reiziger, zondag, Ned. 3, 22.12-23.08u.

Schrijvers zijn per definitie vaak afzijdige types maar van de Mexicaan Carlos Fuentes (1929) straalt de vitaliteit en veroveringsdrang af. Met De dood van Artemio Cruz gaf hij in 1962 de aanzet tot de boom, de succesexplosie van de Latijnsamerikaanse roman in het algemeen. “Een grafschrift voor de Mexicaanse Revolutie” is het boek wel genoemd omdat het via de flash backs van een voormalige rebel de gestage gang naar corruptie en bureaucratisering schetst. Het had gigantisch succes, maar Fuentes weigert op behaald succes te teren en stond er niet lang bij stil. Hij wil steeds iets anders, iets bijzonders, en op gezette tijden, zegt hij in het schrijversportret dat de KRO zondag van hem uitzendt, gaat hij bij wijze van spreken op de rand van een kloof staan en springt. Aan zijn ogen kun je zien dat hij zelf alle vertrouwen heeft in zijn springkunst en inderdaad heeft hij de rots aan de overkant tot nu toe altijd gehaald, al heeft menig criticus hem in de loop van de tijd een val toegedacht.

Fuentes' diversiteit heeft provocerende kanten en is in zekere zin uit luxe geboren. Als gefortuneerde diplomatenzoon en begenadigd spreker was hij gedoemd een flitsend advocatenbestaan te leiden, met Cadillac voor de deur en tweede huis in Acapulco, maar dat had weinig avontuurlijks voor hem. Hij zocht al in zijn middelbare schooltijd de gloed van het niet-gevestigde, het heftige. Het prestige als schrijver dat hij uit al zijn dwaaltochten ten slotte peurde is trouwens flitsend genoeg, inclusief vriendschappen met groten der aarde en succesvolle flirts met de filmwereld. Als hij ooit in veler ogen is gevallen, dan met Terra Nostra, uit 1975, een fictieve geschiedschrijving van Latijns-Amerika, surreëel, sensueel en verontrustend als het werk van Jeroen Bosch waarop hele passages zijn geënt. In de film horen we de commentaren op dit boek, afkeurend (“een lawine van compact proze”) of clement zoals bij ambitieuze ondernemingen hoort (“een schitterende mislukking”).

Om zijn val te breken heeft Fuentes in elk geval die andere kant van zijn persoonlijkheid die net zo belangrijk is als zijn schrijverschap. Hij is een wandelende intellectueel die sympathiserend speurt where the action is: Castro's intocht in Havanna '60, Parijs mei '68, Tsjecho-Slowakije '69, de sandinisten in Nicaragua, overal was hij bij. Doordat hij als een van de weinigen de stelling uitdraagt dat kunst en politiek bij elkaar horen, maakt hij deel uit van het zeldzame assortiment stemmingmakende schrijvers waartoe ook Enzensberger behoort en vroeger Sartre. Tegelijk heeft hij een eigen missie. Hij vertolkt Mexico voor de wereld, betrokken, maar met het scherpe oog van de halve buitenstaander want over het algemeen is hij elders, op reis. De film begint met beelden in een rijdende trein en aan het eind zien we de familie Fuentes alweer op pad als een koppel "elegante zigeuners'. Zijn pleidooi voor de erkenning van het eigene van Latijns-Amerika, in het bijzonder Mexico, is constant en zonodig beschuldigend, met alle gevolgen van dien. Het heeft hem jarenlang de grootste moeite gekost om een inreisvisum voor de VS te krijgen, en dat terwijl hij er zijn kindertijd heeft doorgebracht.

Hij groeide op in een geassimileerd diplomatengezin in Washington en werd er pas op zijn vijftiende aan herinnerd dat hij Mexicaan was doordat ze hem op school met de nek gingen aankeken na de nationalisatie van de Mexicaanse olie door president Cárdenas. De mooiste beelden uit de documentaire zijn die van een jonge Carlos met sombrero die temidden van ander diplomatengrut op bezoek bij Roosevelt, die een Spaanse nieuwjaarsgroet uitspreekt. Uit het zwalken tussen twee werelden zijn zijn romans geboren, zegt hij zelf. Het was pas als vijftienjarige, in Mexico, dat hij kennis maakte met het katholicisme, met inbegrip van het zondebesef, iets waar hij smakelijk om lacht, maar ook met het indianenverleden, dat hij ging onderzoeken en altijd zou koesteren in zijn werk.

De documentaire is een beproefd staaltje van afwisseling tussen verfilmde boekscènes, interviews en sfeerbeelden. Maar het geheel wordt gedragen door Fuentes zelf, briljant, donquichottesk zegt hij zelf, een ijdeltuit die bij wijze van uitzondering nu eens onweerstaanbaar aantrekt, zoals ook onlangs nog, in de door hem verzorgde Teleac-cursus De Spaanse erfenis. Zie hoe hij voorleest, lokkend, dwingend. Nee, Fuentes kan niet vallen; daarvoor heeft hij te veel klasse.