DOMELA

In haar bespreking van "Domela, een hemel op aarde' van Jan Meyers in het Boekenbijvoegsel van 19 juni jl. betoogt Elsbeth Etty dat in dit boek geen verklaring staat van Domela's overgang naar het anarchisme. Mevrouw Etty geeft die zelf ook niet. Als fan van Domela Nieuwenhuis (ik kreeg van hem in 1915, gezeten in een kinderstoel voor het huis in onze straat, waar hij met anderen aan het hoofd van een stoet doorliep, een tikje op de wang) kan ik niet nalaten iets over Etty's constatering naar voren te brengen.

Al voor zijn lidmaatschap van de Tweede Kamer (1888-1891) gaf hij blijk van zijn reserves over het parlementarisme: ""Ofschoon ik mij nooit erg aangetrokken voelde tot het parlementaire stelsel...'' Het waren zijn volgelingen die aandrongen op zijn beschikbaarstelling als kandidaat voor de verkiezing in 1888. Hij zwichtte daarvoor, maar voorziet een moeilijke tijd als Kamerlid: ""Ik alleen in de kamer van honderd!'' Slechts één, de antirevolutionair Keuchenius, begroette hem bij zijn komst in de Kamer. De plaats naast hem in het tweezitsbankje bleef leeg. Bij de volgende verkiezingen haalde hij het niet. ""Wat mij persoonlijk betreft, ik was gelukkig het Binnenhof de rug toe te kunnen keeren, want ik had er mij nooit thuis gevoeld, omdat ik er niet thuishoorde.'' Hij onderstreepte zijn afkeer van het parlementarisme met de opmerking dat 51 van de 100 Kamerleden het recht heeft een wet op te leggen aan de helft min één. (Bovenstaande meningen van Domela uit zijn autobiografie, "F. Domela Nieuwenhuis. Zijn leven en werken. Gedenkschriften', Zandvoort, z.j.).

Etty beweert dat Domela zich als verlosser beschouwde. ""Ús ferlosser'' noemden de Friese veenarbeiders hem. Domela: ""Laat ons niet wachten op een verlosser... Wij moeten ons de verlossing zelf verschaffen.'' (Rede in Sint-Annaparochie, maart 1885).