De weg

Laat ik eerst vertellen waar we mee bezig waren. We waren bezig met het tellen van kikkers.

In het donker liepen we een traject van vier kilometer asfalt. De opzet was de aanwezigheid van kikkers te relateren aan kenmerken van het terrein langs de weg. Gevangen dieren werden bekeken op soort, leeftijd en geslacht. De opzet was, nauwkeuriger gezegd, een stel tweedejaars biologie uit Nijmegen een idee van veldwerk te geven. Van taaiheid dus, en van de nodige behendigheid. Want zo'n gifgroen boomkikkertje zit minutenlang rustig aan je wijsvinger gekleefd - maar nou moet je eens proberen hem om te draaien om naar de keel te kijken (rood is man, wit is vrouw). Zonder iets kapot te maken!

Laat ik vervolgens vertellen hoe het er uitzag. Het zag eruit als een scène uit een Italiaanse film over de jaren '30. Borende koplampen in het vochtige duister. Vluchtige gedaanten van mensen die in een bepaalde richting trekken. De nieuwsgierige schim van een wit paard achter prikkeldraad. Het zag eruit als dorpsbewoners op weg naar een noodlottige confrontatie met de eigenaar van hun grond.

Laat ik tot slot vertellen hoe het afliep. Ver na middernacht stonden we (twee busjes en een Volvo; twaalf wielen) middenin de Camargue. Als gevolg van de regen was de weg hier en daar bedekt met een tapijt van kikkers. En we moesten nog naar Arles. Moesten we? Ja, we moesten.