Bosnië en wij

HULPELOOSHEID, RADELOOSHEID, machteloosheid, faillissement, cynisme, hypocrisie, tragedie, drama.

Aan nette krachttermen heeft het het laatste jaar niet ontbroken om de toestand in en om Bosnië en de toestand van de toekijkende wereld te beschrijven. Het is een weinig verheffend schouwspel dat zich van conferentie naar communiqué sleept en waarbij de kloof tussen publieke emotie en internationale daadkracht zo langzamerhand onoverbrugbaar dreigt te worden. Want op zichzelf mag het dan op de Balkan om een traditionele botsing gaan, wij zijn het zo dicht bij huis ontwend geraakt en de indringende aanwezigheid van media maakt dat iedereen dag-in dag-uit met een schokkende werkelijkheid wordt geconfronteerd en tegelijkertijd met het eigen onvermogen. Dat knaagt en als het niet knaagt, knaagt het niet-knagen.

Op Bosnië zijn zekerheden en overtuigingen gestrand. De zekerheid van het betrekkelijk homogene Westen van de NAVO is stukgelopen, de Verenigde Staten hebben hun eigenbelang al doende anders gedefinieerd en de belangrijkste Europese landen zijn onderling dermate verdeeld geraakt dat een gezamenlijk Europees buitenlands beleid verder weg is dan ooit. President Mitterrand heeft Sarajevo weliswaar vorig jaar onverwachts bezocht, maar de Franse politiek heeft de ommekeer niet kunnen bewerkstelligen. Duitsland heeft meegeroerd in de Joegoslavische politiek, maar is niet verder gekomen dan een dubieuze vriendschap met Kroatië. Alleen Groot-Brittannië heeft geen gezichtsverlies geleden, maar dat was vrij eenvoudig; de Britten hebben hun gezicht gewoonweg nooit echt laten zien. Verwijzend naar de risico's van een burgeroorlog à la Noord-Ierland en voorzien van de traditionele afstand tot het Continent heeft Groot-Brittannië zich buiten de troebelen weten te houden.

GEGEVEN DEZE omstandigheden is de rol van een kleiner land als Nederland per definitie beperkt. Nederland kan standpunten innemen en proberen op internationale fora coalities te smeden, maar dan houdt het op. Aanvankelijk had Nederland gepleit voor het bijeenhouden van Joegoslavië. Uit volkenrechtelijk oogpunt had dat inderdaad de voorkeur verdiend, terwijl het ook met het oog op andere etnische lappendekens in Oost-Europa een goed voorbeeld van conflictbeheersing had kunnen zijn. Helaas wilde de Joegoslavische werkelijkheid daaraan niet meewerken, terwijl ook Duitsland de rest van Europa tot erkenning van de opdeling forceerde. Het leidde destijds zelfs tot spanningen tussen de Nederlandse EG-voorzitter Van den Broek en zijn ambtgenoot Genscher.

Opdeling of geen opdeling - het relaas van ex-Joegoslavië laat niet zozeer zien dat de ene oplossing beter was geweest dan de andere. Het laat veeleer zien dat de buitenwereld geen enkele invloed heeft gehad of heeft op de gebeurtenissen in dat gebied. Het treurige misverstand of zelfbedrog van Europa vanaf de conferenties in het Haagse Vredespaleis tot de dag van vandaag is dat de buitenwereld via onderhandelen, via duwen en trekken, enige invloed zou hebben ontwikkeld op de gebeurtenissen aldaar. Dat was niet zo en dat is niet zo.

SLECHTS ÉÉN instrument had kunnen werken en het is destijds op deze plek ook bepleit: grootscheepse militaire interventie. De bezwaren daartegen zijn al vaak behandeld, van grote directe risico's tot doelloze strategie. Militaire experts hebben de problemen geschetst en ze konden dat doen omdat de internationale politiek zich niet tot een militaire geweldsingreep durfde te groeperen. Men heeft het niet aangedurfd om honderdduizenden militairen te mobiliseren met de opdracht de wapens te doen zwijgen en de strijdende partijen voor een onbekend aantal jaren uit elkaar te houden. Men - dat zijn dan de belangrijkste Europese landen en de feitelijk onmisbare Verenigde Staten.

Zo zijn de conferentiegangers van de ene narrigheid naar de andere verlegenheid gestruikeld en lang niet altijd was hun dat kwalijk te nemen. Want kiezers wensten enerzijds te worden verlost van die mensonterende beelden, maar anderzijds te worden gevrijwaard van onvoorspelbaar dure rekeningen. Inmiddels hebben de praktisch dagelijks vergaderende ministers van buitenlandse zaken van het Westen en het Oosten vastgesteld dat er “veilige havens” voor Bosniërs moeten komen. Nog even en de buitenwereld meent een daad te stellen door de verliezende partij van wapens te voorzien, zodat ze zich in elk geval kan verdedigen. Het mag worden aangenomen dat zo'n daad hooguit daar de burgeroorlog wat verlengt alsook het bloedvergieten, maar in elk geval is het een medicijn dat hier alweer voor korte tijd de zeurende pijn Bosnië verdooft.

VALT ER DAN niets te doen?

Als politiek-militaire middelen uitgesloten zijn, resteert maar één alternatief, namelijk humanitaire hulp. Humanitaire hulp is geen fraai alternatief, want het betekent een feitelijke erkenning van hulpeloosheid. Het betekent aanvaarding van de realiteit dat een volk, in dit geval de Bosniërs, verloren hebben en dat daaraan ook niets meer te doen valt. Maar desondanks betekent humanitaire hulp ook dat er voor de verliezers een alternatief voor de ondergang bestaat. Vanuit humanitair gezichtspunt beschouwd moeten de Bosniërs het recht hebben een veilig heenkomen te zoeken in Europa. Zoals gezegd, fraai is het niet, maar uniek evenmin. Hele volksscharen Ieren en Polen hebben een eeuw geleden zo hun weg gevonden naar de Verenigde Staten en er met vallen en opstaan een nieuw leven opgebouwd.

Als alle Bosniërs zouden besluiten de benen te nemen dan zou het Europa van de Europese Gemeenschap met drie miljoen inwoners worden uitgebreid. Nederland zou er naar rato maximaal 150.000 inwoners bij krijgen. Dat is veel, maar het is niet onoverkomelijk. Hoewel - niet onoverkomelijk? De Europese Gemeenschap en inmiddels ook landen als Zweden en Noorwegen verhogen voor Bosnische vluchtelingen de drempels. Verontwaardiging uiten over het drama in Bosnië is één ding, thuis wat inschikken om plaats te maken voor extra gasten weer iets heel anders. Men kan de uitzonderingen en excuses op een Europese top bij wijze van spreken al bij voorbaat beschrijven.

MAAR ANDERZIJDS, wat resteert verder? Behalve cynisme en berusting voor Nederland waarschijnlijk hooguit een neiging van publiek en politiek om meer naar binnen gekeerd te leven en terug te keren naar een aloude nationale reflex: afzijdigheid in de tevreden wetenschap eigenlijk een beetje superieur te zijn aan de boze buitenwereld. Aanlokkelijk is dat niet.