Zeven vrouwen voor de markies

In een onderaardse groeve in het Franse Lacoste, dichtbij de plaats waar de markies De Sade het liefst verbeleef, staan vanaf eind juli zeven marmeren "vrouwensymbolen' van de Amsterdamse beeldhouwster Ans Hey. Drie avonden achtereen zal de Japanse choreograaf Min Tanaka er naakt omheen dansen, op muziek van Iannis Xenakis. “In steen en marmer loopt er niets uit de hand.”

Première op 31 juli, 19u30. Verder op 1 en 2 augustus, eveneens 19u30. Inlichtingen: tel.: 020-6733613, of Galerie Hüsstege,'s Hertogenbosch: tel. 073-142863, of tel. 09-33-90-758660.

Tot Lyon is er niets bijzonders aan de hand. Het landschap lijkt er nog teveel op de omgeving van Breda en daar ga je ook niet voor je plezier rondneuzen. De akkers liggen er bij alsof ze net zijn gestofzuigd en er is geen heuvel die durft op te scheppen. Kilometerslang spreidt het asfalt zich hier uit om de reiziger alleen maar snel verder te brengen.

Pas als Carpentras aan de horizon verschijnt, herinnert niets meer aan de orde van het noorden. Eindelijk begint de aardkorst kapsones te krijgen. Wat achter ons nog viel glad te strijken, is nabij Avignon grillig uit de hand gelopen. Alles wat groen is, groeit boven zijn krachten uit. "The sky is the limit' voor de manshoge irissen, de wilde orchideeën, de bamboes en de vijgebomen. De zon schijnt niet langer, hij schroeit en als het regent hoor je de aarde zuipen als een ongeneeslijke alcoholicus.

Dertig jaar geleden heeft de Amsterdamse beeldhouwster Ans Hey, hier in de Provence, met haar twee handen en een doe-het-zelf-gids een huis gebouwd. Het ligt aan de voeten van Lacoste, een duizend jaar oud dorp met vestingpoorten en sluipweggetjes dat de schutkleur van de aarde heeft aangenomen. Het huis verstopt zich voor iedereen die het vinden wil, net zoals de borie, een bemorst stenen koepeltje, dat er vlak naast staat. Men waande zich in zulke prehistorische bouwsels veilig tegen de dolheid van de mistral en de eetlust van de wilde beesten. Iets verderop, in Gordes, is een bories-dorp opgekalefaterd, compleet met bedjes van stro en tinnen kannen, zodat er een entreeprijs geheven kan worden.

Lacoste duelleert al eeuwen met het net zo trotse Bonnieux, aan de andere kant van de vallei. 's Nachts lijkt het met zijn slingerpaden en straatlantaarns op een kerstfeest voor kosmonauten. Gelukkig staat Bonnieux in reisgidsen beter aangeschreven omdat er restaurants zijn met gesteven roze tafellakens. Daarom blijven in Lacoste de vreemdelingen - tot genoegen van de dorpelingen en die ene Amsterdamse beeldhouwster - niet rondhangen, ze trekken er doorheen, zodat de verlopen grandeur van het hotel Café de France niet aan Ikea-verbouwingen ten bate van het toerisme, ten onder hoefde te gaan.

In datzelfde Lacoste moet ook iemand wonen met de mooiste baan die men zich kan voorstellen. Hij is de gids van het hooggelegen kasteel van Donatien Alphonse François, Marquis de Sade, de held en de viezerik, die ooit vanaf zijn bordesje naar diezelfde kamerbrede klaprozen-tapijten tuurde waar het Café de France op uitkijkt. In een nisje naast de versterkte kasteeldeur heeft die anonieme gids een bordje en een doosje achtergelaten: "Merci pour le guide' staat erop; van de man geen spoor, maar er liggen wel franken in zijn doosje.

Korenhalmen

Van De Sade's burcht staan nog wat zwaar gerestaureerde stompen overeind. De markies vree hier winters- of zomerslang met "zeer beminnelijke jonge persoontjes' die in kringen van andere markiezen al van hand tot hand waren gegaan. Zijn brave vrouw in Parijs was boos. Ze miste hem én de toneelstukjes en de feesten die in de speciale salon, of buiten, op het nu door korenhalmen overwoekerde plateau van het kasteel werden aangericht. Later, toen in Parijs de Bastille was bestormd, hebben "schurken uit Marseille', zoals De Sade schreef, wraak genomen op die "grand seigneur' door alles wat los en vast zat in de burcht met bijlen te bewerken.

Sindsdien vliegen in De Sade's slaapkamer alleen nog zwaluwen af en aan. Er huilt een baby, maar dat moet een echo zijn, want niemand mag komen kijken naar de plek waar het bed van de markies heeft gestaan. De ijzeren loopbrug aan de achterzijde van de burcht garandeert levensgevaar en in de gracht daaronder klauwen tijm en rozemarijn tegen de klippen op. Er snorren nog wat torren rond die in kapsels een landingsplaats herkennen. Verder ruist en ritselt er niets meer onder de zon.

Zo'n vijf eeuwen geleden is het kasteel opgetrokken uit de rotsblokken die in nabije groeve werden gehouwen. Langzaam maar zeker is sindsdien de helling van Lacoste uitgehold. Wie nu in die groeve terechtkomt, waant zich in een Egyptisch dodenrijk met onaantastbare zuilen en duistere grafkamers. Daar in die vijftien meter diep gelegen spelonken komt de beeldhouwster Ans Hey weer te voorschijn. Hier staan ook de maquettes opgesteld van haar stenen beelden die eind juli de Japanse choreograaf en danser Min Tanaka tot minimale, maar eruptische bewegingen moeten aanzetten. De échte sculpturen moeten straks met kraanwagens worden aangevoerd.

Ans Hey maakte zeven hoge beelden over dat wat vrouwen volgens haar eigen is; de intelligentie, de kracht en de erotiek bijvoorbeeld, geabstraheerd tot een verticaal kanaal van gebeitelde kabbelende golfjes die langzaam maar zeker de kolossale gepolijste rechthoek lijken uit te hollen. Of tot twee bollingen die als borsten of billen, opzwellend uit de zandsteen, een appèl doen aan de tastzin.

De butoh-danser Min Tanaka, die in Japan met zijn dansers ecologische landbouw bedrijft, zal er deze zomer drie avonden achtereen na zonsondergang naakt of bijna naakt omheen dansen op muziek van Iannis Xenakis. Klanken, die schommelen tussen die van het hysterische stadsleven en de lokroep van oceanische vissoorten. En de bekende Parijse lichtontwerper Jean Kalman zal niet alleen Tanaka, maar ook de uithoeken van dat dodenrijk beschijnen.

Groeven

Drie jaar wordt al aan "Le Marquis de Sade et les Pierres de Lacoste' gewerkt, zonder noemenswaardige subsidie overigens. De verkoop van de beelden en de entreegelden moeten de kosten dekken. Op 31 juli, als verderop het Festival van Avignon in volle gang is, is de première, maar ook de opening van een tentoonstelling met werken van 35 Franse en Nederlandse beeldende kunstenaars, onder wie Herman Gordijn en Tajiri. De expositie is ingericht op een van de meest indrukwekkende lokaties die ik ooit gezien heb: een kille, aardedonkere, ondergrondse concertzaal, gebouwd door delen van de groeven af te sluiten. 's Zomers zingt hier nog wel eens een Britse countertenor van Purcells 'Oh, Solitude'.

“Ik ben een langzame doordrammer”, zegt Ans Hey, die jarenlang lesgaf aan de Rietveld-academie en nu samen met twee studenten uit Bandung op een snikhete vlakte de laatste hand legt aan haar beelden. “Veel mensen verklaren me voor gek, omdat ik zoiets op poten zet en er zoveel geld in stop. Meditatie heeft me geleerd net zoals met het hakken van mijn beelden ook met dit project rustig en ontspannen door te gaan. Fysiek heb ik geen limieten. Mensen roepen spanning op, over hen heb ik geen controle, maar in steen en marmer loopt er niets uit de hand.”

Ans Hey maakt al jaren beelden van marmer, die oprijzend vanuit een geometrische basis, vereenvoudigde organische vormen te zien geven, een waaiervorm bijvoorbeeld die aan een winderig bos doet denken. Gewelfde stenen zijn erotisch, en door ze flink te polijsten krijgen ze ook warmte, zegt ze. Ze zijn vaak geëxposeerd in Nederland. Over het project rond de Markies de Sade kan ze kort zijn. “De Sade haatte vrouwen en daarom wilde ik op de plek die hem het liefste was deze zeven vrouwensymbolen neerzetten.”

Ze vertelt nog dat ze eind jaren vijftig in de Provence verzeild raakte door een leraar aan het Royal College in Londen, van wie ze daar leskreeg en die ze op zijn vakantieadres opzocht. Ze sliep toen in runes die je daar voor een paar honderd gulden kon kopen. Maar dat geld was er niet en omdat ze alsmaar bleef terugkomen bood de burgemeester van Lacoste haar dat verloren stukje grond aan voor dat zelf te bouwen huis.

Deze zomer zal Lacoste even kunnen wedijveren met het parmantige Bonnieux aan de overkant. Want er worden voor elk van de drie voorstellingen zo'n vijfhonderd bezoekers verwacht. In de naburige dorpen hangen al affiches. Alle 150 dorpsbewoners zullen komen, omdat Ans Hey "een van hen' is geworden. En ook vreemdelingen zijn er van harte welkom. Jammer dat er dan geen feestgedruis meer uit het kasteel kan opklinken. Maar mocht De Sade daar nog rondspoken, dan zal ook hij die drie zomerse nachten afdalen in de groeve van Lacoste.