Vrijdag 2; Revue aan de Amstel

Bijna drie jaar geleden is het nu dat het bestuur van Het Nationale Ballet de wereld opschrikte en "met trots en genoegen en met veel vertrouwen in een creatieve en vruchtbare toekomst' de naam van de nieuwe artistiek leider bekendmaakte.

Wayne Eagling, sterdanser van het Engelse Royal Ballet, was door het bestuur "een krachtige, stimulerende persoonlijkheid' bevonden - en uitverkoren. Dat de opvolger van Rudi van Dantzig in choreografisch opzicht een vrijwel onbeschreven blad was, strookte misschien juist met de wens van het bestuur dat "het accent (-) op het leiderschap en niet noodzakelijkerwijs op het zelf choreograferen' zou liggen.

Bijna drie jaar later tekenen de contouren van de destijds zo zonnige toekomst zich af. Het bestuur lijkt deels gelijk te krijgen. Het sociale imago van Het Nationale Ballet is onmiskenbaar verbeterd, dank zij de joviale en onbevangen Eagling lijkt het gezelschap een iets minder xenofoob bolwerk dan voorheen. Hij praat openhartig over problemen, geeft lucht aan twijfels en blijk van gevoel voor humor. En afgelopen maart, toen ziekte een gat in zijn programma veroorzaakte, stak hij zijn nek uit door te elfder ure een choreografie te maken. De titel Ruins of time was onbedoeld ook een excuus voor de niet al te grote kwaliteit van het ballet.

Maar uiteindelijk zijn tijdgebrek en een vriendelijk karakter van ondergeschikt belang. Dat blijkt maar weer eens uit Frankenstein, the modern Prometheus, het tweede in Nederland vertoonde werk van Eagling. Het op muziek van Vangelis gezette ballet ging in 1985 in première bij The Royal Ballet in Londen en beleefde onlangs zijn eerste uitvoering in de nieuwe thuishaven van de schepper, in het kader van het zogenaamde Frankenstein-programma.

Het is zomer en het Holland Festival trekt volle zalen, maar de beroerde bezoekcijfers die het Muziektheater tijdens het korte voorstellingenreeksje van Het Nationale Ballet boekte (drie-, vierhonderd mensen op een totaal van zestienhonderd stoelen) houden ongetwijfeld ook verband met het gebodene. Het vaste publiek blijft weg en het massapubliek weet nog niet dat het tegenwoordig ook bij Het Nationale Ballet terecht kan.

De Telegraaf trof de essentie van de voorstelling in de kop "Holiday on Ice zonder schaatsen'. Het beeld is behalve raak, ook onthutsend. Het Frankenstein-programma is een ontkenning van het reusachtige potentieel aan talent en deskundigheid waarover Het Nationale Ballet beschikt en een ontgoocheling voor wie enige illusie koestert over de heilzame effecten van overheidssubsidiëring. De combinatie van een obscure Balanchine (Ivesiana) met twee wereldpremières van de bij lange na niet Muziektheaterrijpe choreografen Laurie Booth en Luis Damas is al om te huilen, maar het naamgevende Frankenstein, van artistiek leider Eagling zelf, valt in talentloosheid en leeg pathos alleen te vergelijken met de motregen van Vangelis. Als dit de koers is die de artistiek leider van 's lands grootste balletgezelschap voor ogen staat dan is dat diep-tragisch. Hoeveel publiek dit soort revue op termijn ook trekken mag.