Vogelhoofd en hondehersens; Stoere en fijne zinnen van Koos van Zomeren

Koos van Zomeren: Zomer. Uitg. De Arbeiderspers, 119 blz. Prijs 24,90.

Allemachtig wat zijn ze goed, de stukjes van Koos van Zomeren. Dat kon je natuurlijk al wel weten omdat er elke dag een op de voorpagina van deze krant staat en ik wist het ook wel, maar nu ze gebundeld zijn weet ik het nog beter. Glunderend Zomer gelezen. Beetje meegewandeld over de Hollandse Kade, boommarters gezien, vertederd geraakt door de opgewektheid van hermelijntjes, goede vrienden geworden met de hond Rekel. Begrepen dat je niet al te ongeduldig moet zijn, de natuur houdt niet van ongeduld. Ook niet van geschreeuw en getoeter trouwens - zo'n uitroep die begint met allemachtig, daar is de natuur niet voor. Je kunt het ook gewoon rustig zeggen.

Van Zomeren is wel eens brutaal tegen de natuur, dan denkt hij stoere jongenszinnen. Hij heeft de wind zèlf gezien zegt hij, niet de gevolgen van wind, maar de wind zèlf. Overmoedig laat hij daarop volgen "En nu zou ik ook de zwaartekracht eens willen zien'. Die durft. Maar hij kan het zich permitteren, omdat hij het meestal bij verwondering laat, of bij eenvoudige constateringen van hoe de dingen zijn. De dingen zijn vaak anders dan je denkt, of lang niet zo voor de hand liggend als je denkt. Van Zomeren doet altijd zijn best zich in een vogelhoofd of hondenhersens in te leven. Hoe neemt een grutto de beslissing dat het tijd wordt om naar het zuiden te vertrekken? Waarom gaat een roodpootvalkje op een paaltje aan het Texelse wad zitten? Waarom maakt een vos dat hij wegkomt als er alleen maar een vriendelijke Van Zomeren aan komt lopen? Zulke vragen, en de antwoorden mogen er zijn.

Regelmatig weten dieren door hun gedrag de indruk te wekken dat het leven een lolletje is. Het lijkt of Van Zomeren daar een beetje zijn hoofd bij schudt, al wil hij graag geloven dat ze gelijk hebben. Mensen kunnen dat minder, behalve als ze zelf ook veel naar vogels kijken en naar ooibossen en keutels - dan komt zo'n mens helemaal vol te zitten met fijne gedachten. Van Zomerens vriend Wouter bijvoorbeeld. "Als je met hem op pad bent, vraag je je af of het soms toch in orde is, het leven,' schrijft Van Zomeren een beetje jaloers. Hij probeert hem zelfs een chagrijnigheidsinjectie te geven door hem te herinneren aan het Amstelstation 's middags om vijf uur en de mensen die je daar dan ziet. Maar het helpt niet. Van Zomeren zit zelf vast ook niet vaak om die tijd op het Amstelstation. Die zit liever op een waddendijkje. Daar stroomt hij vol fijne zinnen.