Uitrusting van mariniers gewild bij Cambodjanen

De verkiezingen in Cambodja waren een succes: in het najaar kan de VN-macht, waaronder het bataljon Nederlandse mariniers naar huis. Hun taken moeten worden overgedragen aan Cambodjanen, en die willen hun spullen ook wel hebben. Dilemma's van een vertrekkende vredesmacht.

PHUM THMAR POK, 2 JULI. Twee van de drie Witte-Khmersoldaten op de bromfiets zwaaien met hun geweren naar de Nederlandse mariniers. De derde heeft een hardhouten rekje met vier anti-tankgranaten op zijn rug. Ze zijn op weg naar een versperring die ze enkele dagen geleden hebben aangelegd op route 69. De legers van alle facties proberen nu hun militaire macht te tonen, want straks komt de uitbetaling van de Verenigde Naties en dan moet je erbij horen!

De Verenigde Naties hebben alle militairen tweemaal 30 dollar toegezegd, soldij voor de maanden juli en augustus. Dat is drie keer zoveel als zij daarvoor verdienden. Straks moeten de manschappen van alle legertjes bewijzen dat zij al lang meevochten. Een groot aantal militairen van de twee facties die hier opereren staat al in de boeken. In het dorp Phum Thmar Pok in het noordwesten van Cambodja worden druk foto's gemaakt voor nieuwe identificatiekaartjes. Voor het huis van de generaal wachten nieuwe en oude soldaten uren in de felle zon op een stempel. Zij hebben zich in kantonnementen laten onderbrengen. Maar toen de Rode Khmer vorige zomer weigerde mee te doen aan de uitvoering van de afspraken van de Parijse akkoorden hebben ook de andere facties, Witte Khmer en Ankie (het leger van de winnende partij bij de verkiezingen Funcinpec van prins Norodom Ranariddh) geëist hun wapens te mogen houden.

De Nederlandse mariniers zullen in de tweede week van juli toezien op uitbetaling. Met de uitbetaling van drie miljoen dollar in dit district alleen verwacht majoor Hugo Zwaan wel wat moeilijkheden. “Oude rekeningen kunnen vereffend worden en met zoveel geld ineens kunnen er ook heel gemakkelijk ongeregeldheden ontstaan.” De handel weet nu al dat de poet eraan komt. Iedere dag zien de mariniers nieuwe stalletjes met koopwaar. Bromfietsen gaan weg op afbetaling.

Zwaan, commandant van de Lima-compagnie, vindt dat zijn 140 mariniers die taak straks goed aankunnen, maar voor het gehele Nederlandse bataljon van 750 man vormen commandovoering en controle wel een probleem, omdat het werk gebeurt op 19 verschillende locaties die bovendien over grote afstand verspreid liggen. “Je moet zorgen dat je geen soft target wordt. Als ze die indruk krijgen, vraag je om moeilijkheden. Onze VN-voertuigen zijn zeer gewild ...”, aldus Zwaan. Straks moeten de Nederlanders ook nog het werk overnemen van de Bengalen rondom de stad Siem Reap bij de tempels van Angkor Watt. Die taak kan alleen uitgevoerd worden als andere posten worden gesloten.

Sergeant-majoor De Kruiff zit met acht man in Phum Soeng. Zij moeten toezien op het depot wapens dat door de Ankie-militairen is ingeleverd. “Je moet proberen een beetje het vertrouwen te winnen van de bevolking. 's Nachts worden er draadjes gespannen om onze generator af te tappen. Al die kerstverlichting die je hier ziet in wel dertig huisjes draait op ons. Iedere dag komt er een nieuw hutje bij. Maar het helpt. Ze schieten nu alleen op het onweer en dat is al heel wat.”

In de laatste fase van de VN-operatie in Cambodja gaat het om de beveiliging van personeel en materieel dat door de Verenigde Naties hier naar toe is gehaald en om de bewaking bij de terugtocht van 22.000 personen die over enkele weken begint. De Nederlandse commandanten moeten ervoor zorgen dat de verschillende generaals van Witte Khmer, Rode Khmer en Ankie met elkaar over de lokale veiligheidssituatie gaan onderhandelen, voordat in september de "Gecombineerde Legertroepen van Cambodja' de zaak overnemen. Maar na de verkiezingen van eind mei kwam de Rode Khmer bij dat overleg niet opdagen. Toen via boodschappers werd gevraagd waarom het overleg niet kon doorgaan luidde het antwoord dat de plaatselijke Rode-Khmergeneraal niet hoog genoeg is om beslissingen te nemen.

Op sommige plaatsen in het district heeft de Rode Khmer meegedaan aan de verkiezingen. De overvallen op de wegen zijn afgenomen. Maar niemand weet wat er met de 11.000 soldaten moet gebeuren die hier voor de Rode Khmer opereren. Versterkingen zouden vanuit het zuiden naar dit district onderweg zijn. De verwarring lijkt groter dan de verzoening die in enkele maanden in Cambodja haar beslag moet krijgen.

De bereidheid onder de oude bondgenoten, die dit stuk van Cambodja vrij hielden van troepen van de oude pro-Vietnamese regering, om te onderhandelen is er wel. Als de Rode Khmer echter niet wil meewerken om afspraken te maken over veiligheid in dit gebied en geen zware wapens wil inleveren dan krijgt ook het nieuwe nationale leger het zwaar.

“We zijn hier pas drie weken”, zegt aalmoezenier Cyril Rijnders. “Er is nog volop werk en het patrouille-rijden, vaak samen met Cambodjaanse soldaten, is zwaar. Je kunt horen dat sommige mariniers het wat moeilijk hebben met hun nieuwe opdracht. Wat er gebeurt als we weg zijn? Wat doen we met de spullen die we hebben? Geven we veel weg en hoe dan, vragen ze aan mij. De verkiezingen waren een succes en dat was onze hoofdtaak. Maar iedere avond hoor je buiten het prikkeldraad nog schoten. Hoe gaat het straks als we weer weg zijn? Wordt het dan minder?”

Nederland heeft hier voor 130 miljoen gulden aan materieel staan. Zevenduizend ton vracht moet straks terug. Met de Fransen hebben de mariniers het meeste meegenomen van alle VN-bataljons. “De loodsen en kleinere hutten laten we staan, maar je moet toch uitkijken wie ze straks gaat overnemen. Doe je dat niet zorgvuldig, dan wordt de zaak in de kortste keren afgebroken en het bouwmateriaal verkocht. Dat wordt een massaal gevecht”, zegt majoor Maurice Schlösser. Hij regelt in oktober het transport van het materieel. “Straks mogen we 47.000 noodrantsoenen weggeven, maar als die te vlug worden opgegeten en niet met water worden aangelengd, drogen de mensen uit. Daar worden ze niet beter van. We zijn nu op zoek naar ziekenhuizen en lokale instanties die voor de juiste distributie kunnen zorgen. Maar soms sta je hier ook voor de gekste dingen. Den Haag wil dat we de 150 grote tenten mee terug nemen. Maar als ze in Nederland aankomen zullen ze als oud vuil worden verbrand. Hier kunnen de mensen tenminste het zeildoek nog goed gebruiken. Ik denk dat we straks voor zo'n 10 miljoen gulden aan spullen kunnen weggeven. Daarmee doen we in die laatste weken ook nog wat goeds.”