Rentedaling Duitsland algemeen nagevolgd

BONN/ AMSTERDAM, 2 JULI. Drie Europese centrale banken, waaronder De Nederlandsche Bank, hebben gisteren en vanmorgen in navolging van de Duitse Bundesbank de officiële rentetarieven verlaagd. In Nederland gingen voor de zevende maal dit jaar alle belangrijke tarieven naar beneden, ditmaal met een kwart procentpunt. Het wisseldisconto komt daarmee op 6 procent, de voorschotrente op 6,5 procent en het promessedisconto op 7 procent.

Op het laatstgenoemde tarief baseren de Nederlandse commerciële banken de rente op kredieten aan consumenten en bedrijven. Als reden voor de renteverlaging noemde De Nederlandsche Bank de sterke positie van de gulden in het Europese Monetaire Stelsel (EMS). Ook de Belgische centrale bank bracht de rente naar beneden met een kwart procentpunt.

Vanmorgen heeft een kleine levensverzekeraar, Vita in Den Haag, als eerste de hypotheekrente met 0,3 procent verlaagd. Andere banken en verzekeraars beraden zich nog.

De maatregelen volgen op het omlaagbrengen, gisteren, van de tarieven door de Bundesbank, de Duitse centrale bank, Die verlaagde het officiële disconto met een half procentpunt tot 6,75 procent. De laatste officiële Duitse renteverlaging dateert van 22 april van dit jaar.

Ook de centrale bank van Frankrijk kondigde vanochtend een renteverlaging aan. Het belangrijkste tarief gaat van 7,0 procent naar 6,75 procent. De vorige renteverlaging door Parijs dateert van nog geen twee weken geleden. Onze correspondent in Bonn voegt hier aan toe:

De lichte stijging van de Duitse industriële produktie in mei, de tot 6,7 procent afgezwakte geldgroei, de neerwaarts tenderende inflatie over juni (4,1 procent) en de recente coalitieplannen om 25 miljard mark te bezuinigen op de overheidsuitgaven zijn de beslissende factoren geweest voor het besluit van de Bundesbank om de rentetarieven te verlagen.

Dit zei bankpresident Helmut Schlesinger gisteren na een vergadering van de Zentralbankrat, die dit keer wegens het driejarige jubileum van de Duits-Duitse monetaire unie niet in Frankfurt maar in Leipzig werd gehouden. De 67-jarige Schlesinger, die 1 oktober met pensioen gaat, liet doorschemeren dat deze kleine Duitse renteverlaging, de vijfde sinds vorige herfst, de vierde dit jaar, waarschijnlijk de laatste is waartoe onder zijn leiding is besloten.

Pag.12: "Bundesbank zwicht niet voor druk'

De huidige rentestand past volgens Bundesbank-president Schlesinger goed bij de Duitse economische situatie, “men kan niet meer spreken van een fase met hoge rente”, terwijl de positie van de D-Mark als Europese ankermunt verdere verlaging ongewenst maakt.

Schlesinger benadrukte dat het besluit niet onder druk van het buitenland is genomen. “Wij zijn onafhankelijk genoeg en doen zoiets niet omdat er wat bijzonders op de wereld gebeurt”, zei hij, zonder uitdrukkelijk te spreken over de vergadering van de zeven grootste industriestaten (de G-7), komend weekeinde in Tokio. Volgens de Bundesbank is het internationale vertrouwen in de mark niet zo afhankelijk van haar rentepolitiek, dat wordt door de recente bewegingen op de geldmarkten bevestigd. “De D-mark is de belangrijkste interventiemunt in Europa en met de dollar de belangrijkste reserve-valuta”, na de korte “lichte verzwakking” van de mark ten opzichte van de dollar, was ook weer snel herstel ingetreden, zei Schlesinger.

De Bundesbank is voorzichtig optimistisch over de economische vooruitzichten, zij verwacht eind dit jaar een conjuncturele keer ten goede. De betere greep op de groei van de geldhoeveelheid (begin dit jaar 9,5 procent, nu 6,7 bij een doelstelling van maximaal 6,5), de afgesproken en aangekondigde CAO-matigingen (de 0-ronde voor 6,5 miljoen overheidsssalarissen bijvoorbeeld) alsook het deze week besloten overheids-bezuinigingsprogramma bepalen dat optimisme. Maar dan moeten de overheden, óók de deelstaten en gemeenten, deze bezuinigingen wèl realiseren. De overheden moeten bezuinigen, niet hun inkomsten vergroten, zei Schlesinger.

Minister Theo Waigel (CSU, financiën) reageerde gisteren verheugd. Niet alleen is een volgende stap gezet in het meerjarenplan voor hervorming van het Duitse belastingstelsel, maar ook kan hij na de renteverlaging van de Bundesbank iets geruster afreizen naar de G-7 in Tokio. Hoe voorzichtig de centrale bank moet zijn bleek gisteren uit de nogal uiteenlopende reacties. De SPD had, ook om conjuncturele redenen, een verdere renteverlaging gewild. De Duitse industrie- en handelskamer (DIHT) acht het Bundesbank-besluit daarentegen “niet zonder risico's voor de monetaire stabiliteitspolitiek”.