Rechter dwingt Staat Syrisch gezin niet uit Nederland te zetten

DEN HAAG, 2 JULI. Een zwangere Syrische vrouw mag met haar gezin in Nederland blijven. Dit heeft de president van de rechtbank in Zwolle, mr. D.J. van Dijk, vanmorgen in kort geding bepaald. De vrouw en haar zes kinderen waren gisterochtend omstreeks zes uur opgepakt in hun huis in Oldenzaal. De vader wist te ontkomen.

De politie trapte de voordeur van het huis in en daarna een aantal binnendeuren. De vrouw lijdt aan hepatitis B, een chronische leverontsteking. De president van de Zwolse rechtbank bepaalde vanmorgen dat de Staat zich moet onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland dan wel tot het voorbereiden van een dergelijke maatregel.

Het gezin, met kinderen in de leeftijd van drie tot twaalf jaar, werd in eerste instatie opgesloten op het politiebureau in Oldenzaal. In de cel raakte de vrouw buiten bewustzijn, waarop de kinderen tumult begonnen te maken. Het gezin is daarna naar het Grenshospitium overgebracht. Justitie had het voornemen de vrouw en haar zes kinderen vanmiddag op het vliegtuig te zetten naar hun geboorteland. De behandelend gynaecoloog van de vrouw heeft gisteren het ministerie bericht, dat de vrouw 25 weken zwanger is en aan hepatitis B lijdt. Naar zijn mening was het "zeer ongewenst deze patiënte de zwangerschap onder ongunstige omstandigheden te laten continueren'. De geneeskundig inspecteur bij justitie had er echter geen bezwaar tegen dat de vrouw op het vliegtuig zou worden gezet.

Het gezin heeft sinds 1985 zes jaar in Duitsland gezeten in afwachting van een gunstige beslissing op een asielverzoek. De Duitse overheid heeft daar echter negatief op beslist. In december 1991 kwamen de Syriërs naar Nederland en begonnen opnieuw een asielprocedure, die zij hebben verloren. Ook een kort geding werd tot twee maal toe verloren. Justitie heeft bij hun aankomst in december 1991 besloten het gezin niet naar Duitsland terug te sturen, hoewel dat had gekund. De Stichting INLIA (internationaal netwerk van lokale initiatieven ten behoeve van asielzoekers) is in het geweer gekomen tegen de uitzetting. Het gaat om orthodoxe christenen, die uit Syrië zijn gevlucht. Volgens de stichting zijn vrijwel alle orthodoxe christenen uit Syrië met een vergelijkbare achtergrond toegelaten tot Duitsland en Nederland.

De stichting wijst er op dat ook in 1989 twee vrouwen met kind, zonder echtgenoot naar Syrië zijn gestuurd, waarna zij in ernstige problemen zijn geraakt. Toenmalig staatssecretaris Korte van Hemel (justitie) heeft de Tweede Kamer toen toegezegd dat geen incomplete gezinnen meer op het vliegtuig zouden worden gezet.

Op 3 juni van dit jaar heeft de rechtbank in Zwolle bepaald dat de Staat dient te onderzoeken wat deze asielzoekers in hun thuisland te wachten staat, alvorens tot uitzetting kan worden besloten. Die zaak is tot 12 september aangehouden.

Het Tweede-Kamerlid Sipkes (GroenLinks) heeft staatssecretaris Kosto (justitie) schriftelijk vragen gesteld over deze zaak. Zij wil onder andere van hem weten hoe dit besluit zich verhoudt tot de toezeggingen van zijn voorganger Korte van Hemel en de bepaling van de rechtbank in Zwolle.