Rappers kletsen zich het eelt op de tong

Concerten: Drum Rhythm Festival met het Gang Starr Quartet featuring Donald Byrd en Roy Ayers, en de groep Digable Planets. Gehoord: Escape, Amsterdam

Er zijn van die feestnummers, die blijven maar praten. Hun slachtoffers komen niet verder dan "hum' en "jaja' en worden aan het eind van de avond bedankt voor "het goede gesprek'.

Rapper Guru van Gang Starr, dat is zo'n nummer. Hij raakt maar niet uitgepraat over de pracht van de jazz en nam voor zijn cd Jazzmatazz zelfs een flinke club impro's in dienst. Niet om die nu eens flink "loos' te laten gaan, zo bleek al snel, maar meer voor het tonen van gepaste bijval. "Hum' en "jaja', maar dan op een toeter of een handvol toetsen.

Guru's aanpak is begrijpelijk. Allereerst omdat wat hijzelf vertelt natuurlijk verreweg het belangrijkst is, maar ook om zijn street credibility ('die vent kan me toch een partij ouwehoeren!'), zoals hij op het inlegvel openhartig meedeelt. Het resultaat lijkt op dat van de soul-platen uit de jaren zestig: een jazzy introotje hier, een riffje daar, maar verder slechts aandacht voor de grote preacher. Een piepklein solootje als de baas even moe is, meer zit er voor de musici niet in.

Wie gisteren mocht hopen dat Guru live de teugels wel zou laten vieren, vergiste zich deerlijk. Krijgt vibrafonist Roy Ayers in de cd-versie van Take a look at yourself nog aardig de ruimte, in Escape kwam hij er in datzelfde stuk nauwelijks aan te pas. De "schuldige' was trompettist Donald Byrd die heel gemeen Ayers' solo "stal'. Dat krijg je als je live-jazz wil spelen op basis van een hip-hop box die voor een liedje 3:59 minuten aan "beats' in voorraad heeft en daarna hartstikke dood valt.

De beat was ook een probleem bij Digable Planets, een drietal praters plus een conventioneel bebop kwintet, inclusief een staande bas en een "levende' drummer. Hoe moest de laatste het publiek ervan overtuigen dat hij "eigenlijk' een ritmebox was, de enige time-keeper waar een hip-hopper vertrouwen in heeft? Hij deed zijn best, onder andere in het van Benny Golson geleende Killer Joe maar echt hip werd het niet, want zweten bij muziek is net zoiets als praten met consumptie. Rappers doen dat laatste natuurlijk niet, ze hebben wel wel wat anders te doen. Zich het eelt op de tong praten namelijk en aan het eind besluiten dat het een fantastisch gesprek was. Zelfs doven rekenen ze tot hun klandizie en ook dat is begrijpelijk. Wie niet tegenspreekt, die stemt toch toe?