Raad akkoord met tram door Utrechtse binnenstad

UTRECHT, 2 JULI. Een meerderheid van PvdA, CDA en VVD in de Utrechtse gemeenteraad is gisteravond akkoord gegaan met de aanleg van een bovengrondse tram door de binnenstad naar de universiteitswijk de Uithof. D66, GroenLinks, SP en CD stemden tegen.

De uitspraak komt precies vijftien jaar nadat de raad had besloten "definitief' af te zien van een bovengrondse tram en te streven naar een ondergrondse oplossing. Omdat een tunnel veel te duur zou worden, koos het college van B en W in november 1991 voor een bovengronds tracé, hetgeen leidde tot het vertrek van de twee D66-wethouders.

Volgens de PvdA-woordvoerder in de raad H. Goedkoop kan alleen een tram de toekomstige behoefte aan openbaar vervoer verwerken. Nu al zouden kruisingen in de binnenstad permanent geblokkeerd zijn als het openbaar vervoer absolute prioriteit zou krijgen. Aanvankelijk had ook de PvdA twijfels of een bovengrondse tram zich zou verdragen met het historische karakter van de binnenstad. Met het voorstel van het college is er nu “de zekerheid van een uitstekende inpasbaarheid”, aldus de PvdA-woordvoerder.

In de oorspronkelijke opzet was sprake van een sneltram, maar het college van B en W erkent nu dat zo'n tram alleen buiten het centrum voldoende snelheid zal kunnen maken. Voor de woordvoerder van GroenLinks, T. de Jong, was dit reden om te spreken van een "treuzeltram'.

Tot op het laatst was er onzekerheid over de financiële haalbaarheid van de tram. De aanleg is mogelijk binnen het bedrag van 600 miljoen gulden dat het kabinet beschikbaar heeft gesteld voor het openbaar vervoer in de regio Utrecht, maar inmiddels beraadt het kabinet zich op een andere financiering van het openbaar vervoer. Pas begin deze week ontving het gemeentebestuur een brief van minister Maij-Weggen (verkeer en waterstaat), waarin zij Utrecht aanbiedt het tekort in de exploitatielasten in de beginfase op te vangen.

Omdat de exploitatie van de tram in het begin nog niet lonend is, gaat minister Maij akkoord met een aanleg in stukken, waarbij pas in een later stadium wordt overgeschakeld van de bus op de tram. D66-woordvoerster N. van 't Riet meende dat de discussie “steeds meer op een slapstick begint te lijken”, omdat de tram misschien pas tien jaar na de aanleg van de infrastructuur zal gaan rijden. Met GroenLinks bepleitte zij voorrang voor de aanleg van hoogwaardig openbaar vervoer naar de voorgenomen stadsuitbreiding in Vleuten-De Meern aan de westkant van de stad.