"Politieke Lente' geeft Mitsotakis kopzorgen

ATHENE, 2 juli. "Politieke Lente' is de wat verrassende naam van de nieuwe partij die deze week dan eindelijk is opgericht door de 42-jarige Andonis Samaràs, oud-minister van buitenlandse zaken in de regering-Mitsotakis. De nieuwe partijleider, die al eerder uit het parlement en de partij Nieuwe Democratie (ND) was getreden, stelt zich nationalistischer - zelf zegt hij natuurlijk patriottischer - dan Mitsotakis op in kwesties als Cyprus, Grieks Thracië en vooral die van de naam van de noordwestelijke nabuur, waarin volgens hem de Griekse term "Macedonië' volstrekt niet mag worden opgenomen.

Waarschijnlijk had Samaràs verwacht dat Mitsotakis al in de lente door de knieën zou zijn gegaan met de erkenning van een samengestelde naam - bijvoorbeeld "Slavo-Macedonië' - hetgeen dan door Samaràs zou zijn uitgekreten voor een "smadelijke nederlaag'. De onderhandelingen over de naam slepen zich in VN-verband echter nog steeds voort, de lente werd zomer, maar Samaràs wilde vermoedelijk geen afstand meer doen van die mooie partijnaam.

De oprichting van de partij kon niet langer meer worden uitgesteld, wilde het "momentum' niet geheel verloren gaan. De partij wordt nu ten tonele gevoerd als een algehele vernieuwingspartij, met als centrale leuze "ypèrvasi', dat zoiets betekent als het uitstijgen boven alles, inclusief het "horizontale' landschap van de oude partijen. In het embleem prijken drie pijlen, in de kleuren van de drie tot nu toe geldende politieke oriënteringen, blauw voor rechts, groen voor centrum-socialistisch, rood voor links.

Reeds heeft zich inderdaad een - zeer eerzuchtig - afgevaardigde van links, Andreas Lendakis, tot "Politieke Lente' bekend. Voor de socialistische PASOK blijft de oprichting van de nieuwe partij een “interne huishoudelijke kwestie voor rechts” waarin zij alleen is genteresseerd voor zover vervroegde verkiezingen er waarschijnlijker door worden. Afgewacht zal moeten worden in hoeverre deze zorgeloosheid is gerechtvaardigd. Men kan zich een ontwikkeling denken waarbij ook socialistische kiezers zich aangetrokken voelen door het plezierige image van de nieuwe leider, gevormd in Harvard, iets meer dan half zo oud als de nogal versleten Andreas Papandreou, jongensachtig en zelfs ietwat bedeesd overkomend, hetgeen een Clinton-achtig effect kan hebben op het hele electoraat.

De Lente-partij komt bovendien met geluiden op het gebied van de buitenlandse politiek die men ook van PASOK-leider Papandreou kan horen. Het zich afzetten tegen het Turkse gevaar krijgt de absolute prioriteit. Net als Papandreou pleitte Samaràs in zijn "inauguratieboodschap' voor activering van de orthodoxie, een "orthodoxe boog' van Cyprus tot Rusland, en net als Papandreou zag hij er geen been in dit te combineren met een primitief pleidooi voor meer aansluiting bij islamitische Turkije-vijanden als Iran, Syrië en de Koerden.

Maar ook als Papandreou gelijk heeft en de socialistische stemmen blijven in het eigen kamp, dan nog kan de oprichting van de nieuwe partij ongunstig werken voor de PASOK bij de volgende verkiezingen, omdat zij de onluststemmen uit de ND naar zich toehaalt. En van deze stemmen zou de socialistische partij het toch moeten hebben. Sommigen zien Samaràs' initiatief dan ook als een behendige manoeuvre met als historische functie de rechter groepering, zij het dan nu in twee blokken verdeeld, aan de macht te houden.

Toch blijft de oprichting van de Lente op korte termijn de meeste hoofdbrekens opleveren voor de regerende ND, en vooral voor premier Mitsotakis - eens de grote beschermheer van Samaràs. Diens regering steunt slechts op 152 van de 300 zetels in het parlement, en minstens vijf hunner hebben reeds openlijk sympathie beleden voor de nieuwe partij.

Twee hebben weliswaar hun zetel ter beschikking gesteld, waardoor ND-getrouwe afgevaardigden voor hen in de plaats kwamen. Anderen echter laten in het ongewisse of zij dit voorbeeld - door Samaràs zelf gentroduceerd - zullen volgen. In zijn "inauguratieboodschap' heeft Samaràs aangekondigd de regering niet ten val te willen brengen, omdat deze “door het volk voor vier jaar is gekozen”, dus tot april volgend jaar. Maar het wordt voor Mitsotakis uiterst onaangenaam regeren met vijf - en misschien steeds meer - afgevaardigden die, in het voetspoor van Samaràs, eigenlijk een heel andere koers voorstaan, ook ten aanzien van onderwerpen als de verkoop van staatsbedrijven en de koers van de "harde drachme', waar de nieuwe partij tegen is.

Mitsotakis heeft aangekondigd geen "gijzelaar' van dwarsliggende afgevaardigden te willen worden en herinnert aan de constitutionele mogelijkheid voor de premier, vervroegde verkiezingen uit te schrijven - waarvoor volgens de grondwet echter een “probleem van nationale betekenis” moet zijn ontstaan. Vrijwel iedereen verwacht deze verkiezingen voor de komende herfst, sommigen zelfs al in de zomer.