Pernette Osinga, schermster aan de top in de verdrukking

ESSEN, 2 JULI. Op het verkeerde moment weigerde haar superactieve lichaam dienst. Pernette Osinga kon gisteren op de eerste dag van de wereldkampioenschappen schermen de opzienbarende derde plaats van vorig jaar in de verste verte niet benaderen. Ze werd op het onderdeel degen in de tweede eliminatieronde uitgeschakeld door de tamelijk onbekende Zweedse Helena Elinder.

Oorzaken waren er genoeg. Haar tomeloze dadendrang, de koele relatie met de bond en de eeuwige vermoeidheid. Het kon eigenlijk niet uitblijven dat de Voorburgse een keer van haar voetstuk zou vallen. De 51ste plaats waarmee ze uiteindelijk genoegen moest nemen, wierp haar uit de top tien op de wereldranglijst.

Ook de andere Nederlandse deelneemsters vertolkten een figurantenrol in Essen, waar de Estse Oksanna Jermakova het goud veroverde. Slechts de in Frankrijk woonachtige Rebecca van Emden voldeed aan de verwachtingen door een paar setjes te winnen. Gepresteerd werd er op de eerste dag van de WK schermen dus nauwelijks, gekibbeld des te meer. De relatie tussen Pernette Osinga en haar trainer Kasper Kardolus enerzijds en de Koninklijke Nederlandse Algemene Schermbond anderzijds, is als een smeulende vulkaan die elk moment tot uitbarsting kan komen.

De eerste lavastroom kwam reeds voor deze WK op gang. Pernette Osinga verweet de bond gebrek aan steun in financieel en moreel opzicht. Ze was verbijsterd door het feit dat de KNAS pas een dag voor de opening afreisde naar Essen en daar een hotel heeft geboekt dat weliswaar op een steenworp afstand van de Grugahalle ligt, maar ook aan een drukke autoweg. Ze wist tenslotte af te dwingen dat ze met Matre Kasper Kardolus maandag al naar Duitsland mocht afreizen. In een hotel dat ze zelf had uitgezocht én op kosten van de bond.

Gisteren hoefde ze zich pas bij de ploeg te voegen. Toch blijft de ontevredenheid. De manier waarop het steeds moet gaan, stoort haar mateloos. “Al die brieven die je telkens moet schrijven, al die randvoorwaarden waaraan je moet voldoen. Ik heb nog duizenden guldens te goed. Het gaat me steeds meer de keel uithangen. Soms denk ik weleens, ik kap er nu echt mee. De schermsport heeft toch door mij wat meer bekendheid gekregen in Nederland? Wel, dan klets je er als bond toch wat geld tegen aan? Nee, ik word nu beschuldigd van asociaal gedrag. En in de ledenvergadering schijnt er ook kritiek op mij te zijn geweest. Dan wordt er ook nog van mij verwacht dat ik sta te klappen voor een ploeggenoot. Sorry, dat kan ik echt niet over m'n hart verkrijgen. Er ontbreekt duidelijk iets in de communicatie. De bond denkt een goed topsportbeleid te voeren. Maar waarom is er hier dan niet één Nederlandse schermster bij de laatste 32 geëindigd?”

Voor de in Essen aanwezige bondsbestuurders komt de kritiek van Osinga als een slag in het gezicht. Zij vinden dat ze al ver genoeg zijn gegaan door de 26-jarige degenschermster en haar trainer een zogenoemde "status aparte' te verlenen in de voorbereiding. Voorzitter Bert van de Flier maakt duidelijk dat hij met een budget van 76.000 gulden per jaar voor dertig topschermers niet veel kanten op kan. Een relatief groot deel, vijftienduizend gulden, wordt volgens hem genvesteerd in Osinga. De bronzen medaillewinnares van "Havanna' lacht schamper als ze dit hoort. “Laten ze dat bedrag mij dan maar cash in handen geven. Dan zal ik het zelf wel op een goede manier besteden.”

Van de Flier vindt bovendien dat het met de magneetwerking van Osinga voor de schermsport wel meevalt. “Sinds zij aan de top staat is de bond gekrompen van 2050 naar 1950 leden. Met de kritiek die Pernette steeds openlijk uit, bouw je alleen maar een negatief imago op. Ze zoekt momenteel een sponsor. Welk bedrijf investeert nu in zo'n iemand?”

Osinga is de mening toegedaan dat ze slechts de vinger op de zere plek legt. “Dat er leden weglopen heeft te maken met de moeilijkheidsgraad van de sport. Veel mensen die er aan beginnen haken na verloop van tijd af. De eerste weken denken ze: goh, wat leuk, musketiertje spelen. Als er echter passen ingestudeerd moeten worden en techniek aan de orde komt, wordt het een heel ander verhaal.”

De sfeer in de Nederlandse scherméquipe is ondertussen om te snijden. Dat belooft wat met het oog op de landenwedstrijd van aanstaande maandag. Voorzitter Van de Flier en penningmeester Jan Reurslag lopen Pernette Osinga straal voorbij als ze haar rondom het strijdtoneel passeren. Het lijkt zelfs of Van de Flier zijn hoofd afwendt. Osinga: “Als je verliest zien ze je niet meer staan.”

Met Kasper Kardolus, een wat recalcitrante maar wel deskundige schermleraar, heeft de bond enige tijd geleden gesprekken geopend om hem de status van bondscoach te geven op grote toernooien. Het vreemde feit doet zich namelijk voor dat de schermploeg slechts wordt begeleid door een chef d'equipe (Martin Ariaans). In technisch opzicht worden de deelnemers aan hun lot overgelaten als ze geen persoonlijke coach bij zich hebben. Maar volgens Reurslag hoeven de gesprekken met Kardolus wat hem betreft geen vervolg meer krijgen “want deze man roept al genoeg weerstanden op binnen de bond”.

Kardolus: “Ze willen niet naar me luisteren. Laten ze dan de discussie met me aangaan. Pernette moet alles in haar eentje bewijzen. Er is in Nederland onvoldoende know how voor topprestaties.”

Tot zover de dorpsrel in het Nederlandse schermwereldje. De teleurstellende prestatie van Osinga kan niet alleen worden toegeschreven aan het gekissebis rondom de loper. Nadat ze in Havanna de eerste schermmedaille voor Nederland sinds 1932 veroverde, heeft ze zichzelf een beetje voorbij gelopen. Een operatieve ingreep schakelde haar vorig jaar vier maanden uit. De inhaalrace die ze vervolgens wilde uitvoeren ging te geforceerd. Twee trainingen per dag, haar baan als juriste bij de Bond voor Werknemers in de Sport en haar activiteiten voor de atletencommissie van het NOC (ze spande zich in ondermeer in om het financiële gat van de jeugdolympische dagen te dichten) waren te veel van het goede.

Toch was ze nog bij vlagen succesvol in wereldbekerwedstrijden: vijf keer een plek bij de laatste twaalf, een bronzen en een zilveren medaille. In april werd ze door sportarts Peter Vergouwen wakker geschud. Van de arbeids-rust-verhouding klopte helemaal niets meer. “Ik had te weinig ijzer in mijn bloed. Het avondeten schoot er nog weleens bij in. Nam ik even snel een broodje mee in de auto. Vaak was ik onder het rijden zo moe dat ik even de auto langs de weg parkeerde om te slapen. Ja, inderdaad, wat een treurigheid eigenlijk.”

Ze weet nu dat de kaars niet eeuwig aan twee kanten kan branden. “Want met deze levenswijze blijven er ook niet veel sociale contacten over.” Dat de degen achter slot en grendel verdwijnt is niet helemaal uitgesloten. “Op deze wijze houd ik het in ieder geval niet vol. Of minder schermen, of minder werken.” Kardolus heeft echter al een route uitgestippeld naar de Spelen in Atlanta. Dan staat het onderdeel vrouwendegen voor het eerst op het olympische programma. “Pernette kan zeker nog tien jaar mee. Over drie jaar moet ze aan de top staan.”