Op weg naar Damascus

In mijn vaderstad verzamelde een ouderling kostbare bijbels. Het was een vroom, gelovig mens. Zijn bijbels pronkten op de onderste plank van een eikehouten boekenkast. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 stroomde zijn huis vol zout water. Al zijn kostbare bijbels verdronken. De ouderling kon dat niet begrijpen. Waarom deed God hem dat aan?

Eer de stormramp zijn bijbels ombracht was hij, zoals dat heet, diep gelovig. Na de ramp sloop de vertwijfeling binnen. Steeds diepte hij nieuwe bijbelteksten op die elkaar tegenspraken. Zo maakte hij mij op straat attent op Handelingen 9 vers 7 en Handelingen 22 vers 9.

In Handelingen 9 wordt verhaald over de bekering van Paulus. Onderweg naar Damascus klinkt een stem uit de hemel: "Saul, Saul, waarom vervolgt gij mij?' Saul wordt blind, komt tot inkeer, verandert zijn naam in Paulus, en blijkt na die gebeurtenis één van de vurigste apostelen.

Overigens is hij niet alleen als hij onderweg naar Damascus door licht omstraald wordt en een stem uit de hemel verneemt. Over de mannen die met hem reisden wordt nu in vers 7 het volgende meegedeeld: "En de mannen, die met hem reisden, stonden sprakeloos, daar zij wel de stem hoorden, maar niemand zagen.'

In Handelingen 22 vertelt Paulus, tijdens een toespraak, zelf het verhaal van zijn bekering. Als Paulus bij koning Agrippa is, vertelt hij nogmaals het verhaal van zijn bekering: Handelingen 26 vers 12-18. We beschikken dientengevolge over drie versies van het verhaal, die onderling tamelijk verschillend zijn. Volgens mij is er nergens anders in de bijbel een verhaal te vinden dat eenmaal in de hij-vorm en tweemaal in de ik-vorm verteld wordt. Dit is volstrekt uniek.

Welnu, in de tweede versie, in Handelingen 22 vers 9, vertelt Paulus zelf: "En zij, die met mij waren zagen wèl het licht, maar de stem van Hem die tot mij sprak, hoorden zij niet.' Dat staat dus haaks op de mededeling in Handelingen 9 vers 7 waarin juist wordt verteld dat die met Paulus reisden, de stem wèl hoorden, maar niets zagen. In de derde versie van het verhaal wordt in het midden gelaten of de mannen die met Paulus reisden iets vreemds opmerkten. Paulus verteld alleen maar: "Ik zag, o koning, midden op den dag onderweg een licht, schitterender dan de glans van de zon, van den hemel mij en hen, die met mij reisden, omstralen; en toen wij allen ter aarde vielen, hoorde ik een stem.' Blijkbaar horen de anderen die stem niet, anders zou Paulus gezegd moeten hebben: wij hoorden een stem. En blijkbaar zagen de anderen wel iets bijzonders, anders valt niet goed te begrijpen waarom ook zij ter aarde vielen. Met andere woorden: deze derde versie van het verhaal wijkt niet af van de tweede: de mannen zagen wèl, maar hoorden niets.

Maakt het iets uit, zo'n opvallend verschil tussen twee versies van hetzelfde verhaal? Voor mij, die van kindsbeen af grootgebracht was met het dogma dat elke lettergreep in het Woord rechtstreeks door de Heilige Geest was genspireerd, was zo'n opmerkelijke tegenstrijdigheid tussen twee bijbelteksten angstaanjagend. Zoiets kon niet, de Heilige Geest kon zich niet vergissen. Nadat broeder Koevoet mij, een jongetje van tien, notabene op straat, attent had gemaakt op die onderling volstrekt tegenstrijdige mededeling over stem en licht, heb ik jarenlang huiverend het verhaal over de bekering van Paulus aangehoord. Maar al te goed wist ik welke adder daar onder het gras verborgen ging. In de drie versies van het verhaal stonden twee teksten die elkaar glashard tegenspraken.

Toen logeerde ik in 1962 bij mijn oom in Steenwijk. Hij was aldaar predikant van de Gereformeerd-vrijgemaakte kerk. Hij had het hele oeuvre van Klaas Schilder in de kast staan. In de periode dat ik bij hem logeerde, heb ik dat hele oeuvre gelezen. In één van de werken van Schilder, ik weet helaas niet meer welk (was het Wat is de hemel? of was het Wat is de hel? Of was het Bij dichters en schriftgeleerden?), vond ik een lange uitweiding over Handelingen 9 vers 7 en Handelingen 22 vers 9. Schilder begint met te zeggen dat de onbeschaamde ongelovigen bij deze twee teksten kwaadaardig plegen uit te roepen: "Zie je wel, de bijbel staat vol tegenstrijdige teksten!' Maar, zegt Schilder dan, er is hier helemaal geen sprake van een tegenstrijdige mededeling. Zeker, in Handelingen 9 wordt gezegd: "Zij hoorden wel de stem, maar zagen niets', terwijl in Handelingen 22 wordt gezegd: "Zij hoorden de stem niet, maar zagen wel het licht', maar dat moet als volgt gelezen worden. Zij hoorden wel de stem (Handelingen 9), maar verstonden niet wat er gezegd werd (Handelingen 22), zij zagen wel het licht (Handelingen 22), maar zagen niet de Christus in al zijn heerlijkheid (Handeling 9).

Ik geef die redenering nu sterk verkort weer, maar Schilder besteedt er, als ik mij goed herinner, hele alinea's aan om de tegenstrijdigheid tussen de drie versies van het verhaal weg te poetsen. Zo'n tegenstrijdigheid kan niet, mag niet, en moet dus, hoe dan ook verwijderd worden. Schilder werpt daarbij al zijn vernuft in de strijd.

Wat jammer dat zo'n pientere man niet de even simpele als eenvoudige conclusie trekt dat het, als je beide versies bij elkaar optelt, het meest waarschijnlijke is dat je dit krijgt: "De mannen die met Paulus reisden hebben iets waargenomen, en hebben iets gehoord.' Allicht, want wat ons hier verhaald wordt, laat zich lezen als een magnifiek verslag van een epileptische aanval. Paulus stort ter aarde, en heeft daarbij waarschijnlijk geschreeuwd of geroepen, zoals dat bij een epileptische aanval gebruikelijk is. De mannen in zijn gezelschap schrokken zich dood, en stonden daarom "sprakeloos' zoals in Handelingen 9 wordt verteld. Het is, juist dankzij die tegenstrijdigheid tussen beide teksten, één van de zeer weinige bijbelverhalen waarbij je de indruk hebt dat ons iets wordt verteld dat waarschijnlijk wel min of meer zo gebeurd moet zijn. Want was er, zoals met veel andere bijbelverhalen het geval is, aan gedokterd ter wille van de "verkondiging', dan had men dat opmerkelijke verschil tussen Handelingen 9 vers 7 en Handelingen 22 vers 9 wel weggemoffeld.