Milosevic kan wel leven met paar eilandjes van persvrijheid; Vrije media als alibi van de macht

Oorlog, nationalistische propaganda en demagogie en verpaupering hebben op het eerste gezicht in het voormalige Joegoslavië een eind gemaakt aan de persvrijheid. Er zijn echter in de belangrijkste republieken, Kroatië en Servië, nog enkele "eilandjes' van vrijheid over in de vorm van onafhankelijke bladen en radiozenders.

BELGRADO, 2 JULI. Een volstrekt haveloze kantooretage in de Servische hoofdstad Belgrado, vol wrakke bureaus met ongeordende stapels papieren en eenvoudige computerschermen, waarachter redacteuren de tijd doden met computerspelletjes - je zou niet zeggen dat hier een succesvolle weekbladredactie huist. Toch is dat zo: dit is Vreme (De Tijd) en niemand die zich de afgelopen jaren ook maar zijdelings heeft beziggehouden met Joegoslavië, kan heen om de ongeveer zeventig pagina's op magazineformaat, waarop het Joegoslavische drama van week tot week wordt geboekstaafd, onthullend, ironisch, irritant of sarcastisch, maar altijd onmisbaar.

“Er wordt een vies spelletje gespeeld met Vuk Draskovic”, roept redacteur Milos Vasic in het povere hokje, waar adjunct-hoofdredacteur Petar Lukovic huist. De nieuwe president van Joegoslavië wil de gearresteerde en ernstig mishandelde oppositieleider wel vrijlaten, maar alleen als deze belooft zich verder niet met de politiek te bemoeien. Wie is er vrij om zich nog op dit gerucht te storten? Ivan, die had deze week maar een kort stukje.

28.000 mensen in het zienderogen verarmende Servië zijn elke week bereid om, zoals Lukovic het uitdrukt, “zich voedsel en drank uit de mond te sparen om Vreme te kopen”. “Ik denk dat veel van onze lezers niet meer buiten Vreme kunnen om zichzelf te bewijzen dat ze nog geestelijk gezond zijn omdat er nog anderen zijn die net denken als zij”. Wekelijks gaan nog 2000 exemplaren naar Slovenië, vanwaar er dan weer een paar honderd worden doorgesmokkeld naar Kroatië.

Al zijn de salarissen van de Vreme-redacteuren sinds het begin in november 1990 gezakt van omgerekend 1500 naar 29 Duitse mark per maand, “het sociale aanzien van een Vreme-redacteur kent historisch zijn weerga niet in de geschiedenis van de pers”. En het neemt maar toe, terwijl de sociale kontekst in Servië steeds maar grimmiger wordt, economisch zowel als politiek. “Het feit dat we bekend zijn in de hele wereld, levert ons, denk ik, de nodige fysieke protectie op als dat nodig zou zijn.” Lukovic denkt dat de Servische president Milosevic, in tegenstelling tot zijn Kroatische collega Tudjman, slim genoeg om de alibi-functie van een vrije pers te beseffen. “Zolang hij er maar verzekerd van is, dat de miljoenen zich avond aan avond door zijn fascistische televisie laten vergiftigen, kan hij met de onafhankelijke media wel leven”.

Behalve Vreme zijn er nog een paar onpartijdige, kritische en vooral niet-nationalistische media in Servië, zoals het alleen in Belgrado te ontvangen televisiestation Studio B, en het dito radiostation B'92. “Om de twee maanden ga ik naar het Servische ministerie van informatie om te vragen of we nu eindelijk eens onze officiële zendvergunning kunnen krijgen. Men is zeer vriendelijk, maar verder gebeurt er niets”. Voorshands gaat alles nog goed, behalve dan in maart 1991, toen na de anti-Milosevic-demonstraties B'92 enkele dagen gesloten werd. Twee weken geleden was er een incident, dat de redactie van het radiostation te denken gaf: kort na het begin van een demonstratie voor de vrijlating van Draskovic viel de lijnverbinding met de door de Servische staatsradio bediende zender uit. Een probleem met de lijnen, aldus de PTT.

Op papier is de media-situatie in Servië er de afgelopen jaren niet slechter op geworden. Niet alleen zijn er Vreme, Studio B en B'92, maar ook bestaat er nog een fatsoenlijk dagblad, Borba, en zelfs de tot voor kort geheel aan hysterisch nationalisme overgegeven kranten Politika en Politika Express voeren sinds een paar maanden weer een wat serieuzer beleid. “Het regime kan zich dat probleemloos veroorloven”, menen de journalisten van Vreme. De oplagen van de dagbladen zijn gekelderd. Steeds minder mensen kunnen het zich nog veroorloven een derde van hun maandsalaris te besteden aan het dagelijks kopen van een krant. Alle echte invloed op de massa's, vooral in de Servische provincie, komt van de staatstelevisie.

Toch is de situatie in Servië nog heilig vergeleken bij die in Kroatië. Sinds de onafhankelijkheid van het in Split verschijnende dagblad Slobodna Dalmacija onlangs door de regering de nek is omgedraaid bevat het nu net als de andere kranten nu ook de treurige stroom nationalistische pep-talk en tendentieuze informatie, in opdracht van de regerende partij, de HDZ. Het enige onafhankelijke dagblad in Kroatië is nu de in Rijeka verschijnende Novi List. Die is geprivatiseerd en eigendom van het personeel. Anders dan Slobodna Dalmacija heeft Novi list echter geen landelijke plannen en men verwacht dan ook niet dat de privatisering door de overheid zal worden teruggedraaid, aldus hoofdredacteur Veliko Vicevic. “Rijeka ligt in Europa”, meent hij.

Fakkeldrager van de onafhankelijke informatie is in Kroatië nu de veertiendaagse Feral Tribune, tot voor kort de naam van de wekelijkse satirische bijlage van Slobodna Dalmacija. Als onafhankelijk blad (oplage 38.000) bevat de Feral Tribune zowel satirische als ernstige bijdragen. Geen bezwaar, meent Predrag Lukic, een van de oprichters, “want de werkelijkheid is bij ons van zichzelf al zwarte humor.”

In Zagreb noch Belgrado hebben de onafhankelijke journalisten de illusie met hun werk op korte termijn iets aan de ramp die hun land en volk teistert iets te kunnen veranderen. “Wij zijn een ernstig incident”, meent Lukic. “Je kunt alleen maar constateren dat miljoenen mensen in dit land tegen het leven en voor de dood hebben gestemd”, aldus Lukovic. Elk nummer van Vreme bereikt tien lezers, weet hij, en per week nemen dus 300.000 mensen kennis van het weekblad. “Als er daarvan per week één is, die anders gaat denken, dan is er al iets bereikt”.

Voorshands is het echter een hele toer het hoofd boven water te houden in de economische collaps en alle onafhankelijke media hebben dan ook een scherp oog voor mogelijke steun uit het buitenland. Veran Matic van B'92 is een tikje teleurgesteld over de aangekondigde hulp van de Europese Gemeenschap van 4,5 miljoen Franse francs aan de onafhankelijk media in ex-Joegoslavië, waarvan een belangrijk deel naar het Radioschip Recht van spreken gaat. Dat probeert met journalisten uit alle ex-Joegoslavische republieken vanaf de Adriatische zee de volkeren weer bij elkaar te brengen, maar is deze week op last van de Internationale Telecommunicatie Unie in Genève uit de ether gegaan. De ITU verklaarde een klacht van Servië ontvankelijk over illegaal gebruik van nationale frequenties vanaf het schip.

De hulp van de Europese commissie, meent men in Belgrado, draagt een lichtelijk gebureaucratiseerd en incidenteel, op investeringen gericht karakter, terwijl de grote problemen zich eerder voordoen bij de dagelijkse financiële gestie. Behalve onder de conjunctuur lijden B'92 en Vreme ook sterk onder het handelsembargo tegen Servië: B'92 heeft grote problemen met de invoer van apparatuur en de aanschaf van CD's, Vreme met de invoer van papier en de potentieel lucratieve afzet van exemplaren in West-Europa.

De strijd tegen de apathie gaat echter met verve door. Lukovic heeft juist een sappig stukje over de geheime plannen van de regering voor de komende sanctie-winter op het scherm: de temperatuur in flats terug naar 12 graden, en gemeenschapsverblijven voor 15 tot 20 mensen, om brandstof te sparen. “Terug naar het stenen tijdperk”, constateert hij. “Dit is een gouden tijd voor journalisten”.

(mmv. Branka Vujnovic in Zagreb)