Miljoenen jaren geleden

Er zijn boeken waar we nooit overheen komen; we slagen er niet in ze als gedane zaken achter ons laten. Een kleine aanleiding is voldoende om er weer aan te denken, met de instemming, de tevredenheid, de nieuwsgierigheid of de angst die ze veroorzaakten toen we ze tientallen jaren geleden voor het eerst onder ogen kregen.

Tot mijn categorie van tevredenheid en nieuwsgierigheid hoort een populair wetenschappelijk boek uit omstreeks het begin van de eeuw, De Wereld voor de Schepping van den Mensch door Gustave Flammarion. De hele toen bekende dierenwereld uit de aangegeven periode staat er op staalgravures afgebeeld en het boek besluit met een soort schuttersstuk, een tableau de la troupe waarop de hele fauna, van tyrannosaurus rex tot microspringhagedis als een voetbalelftal voor de wedstrijd is gegroepeerd. "Deze merkwaardige monsters zijn door nauwe banden met ons verbonden', staat eronder. Ik geloof dat ik destijds de nauwste banden met de brontosaurus voelde, en nog zou ik meteen honderd gulden geven als ik hem om de hoek van de straat kon zien verschijnen, al was het maar een minuut. We hebben in de tuin van Artis, achter het hek van de Plantage Middenlaan wel een triceratops en een tyrannosaurus van gips, maar dat zijn ongeloofwaardige exemplaren: kalkwit en veel te klein.

Nu is er eindelijk een film die kan worden beschouwd als het cinematografisch vervolg op Flammarion: Jurassic Park van Steven Spielberg. Onze Washingtonse correspondent Maarten Huygen heeft al gemeld dat binnen een week een rage is ontketend. Ik voeg eraan toe dat lezers van Flammarion of andere boeken over de prehistorische materie een schok van herkenning in het vooruitzicht hebben. Er zijn meer films gemaakt waarin saurussen een rol speelden maar dat waren altijd in speciaal perspectief met bijzondere lenzen gefilmde hagedissen en dat zag je: "Niet echt.' Spielberg heeft nu een aantal verbluffend goed lijkende wezens laten maken. Je zou zweren dat zijn camera aan een tijdmachine gekoppeld wasals sommige saurussen zich er niet op hadden toegelegd auto's in elkaar te trappen waardoor ze toch weer aan twintigste-eeuwse relschoppers doen denken.

Het verhaal heeft een hogere moraal en een commerciële inhoud. Er is een dokter uit Schotland, verre familie van dr. Frankenstein, die geliefhebberd heeft in vlooientheaters en via processen waarvan me de finesse is ontgaan een in barnsteen opgeborgen voorwereldlijke langpootmug van zijn DNA weet te ontdoen. Op een onbewoond eiland in de tropen heeft hij na succesvol experimenteren het gezelschap gekweekt dat we al bij Flammarion hebben aangetroffen. Zijn liefhebberij met zijn behoefte aan veel geld combinerend, zal hij er een leerzaam dieren- en pretpark van maken.

Een andere dokter, gespeeld door een acteur die ik al eens via een ongelukkig verlopend experiment in een vlieg heb zien veranderen, waarschuwt: uitgestorven is uitgestorven, en als de Schepper het zo heeft gewild is het niet aan de mens om het beter te weten. Dus geen gepruts met DNA. Met hetzelfde argument worden hier en daar in Nederland nog inentingen geweigerd; dat zijn onze Jurassic Parks.

In het verloop van de film zowel als bij de maker blijkt de drang naar geld sterker dan de behoefte aan de zuivere moraal. De toestanden in het dierenpark lopen als gevolg van hebzucht uit de hand. Spielberg heeft een paar poëtische taferelen van grazende brontosaurussen of diplodocussen gefilmd, waarbij je denkt: Ja, zo moet het ongeveer geweest zijn. Maar dan beantwoordt hij aan de nationale Amerikaanse behoefte: er moet een vreselijke achtervolging in. De kat probeert de muis te vangen, de boef zit achter het onschuldige meisje aan, de cop weer achter de boef, de KGB achter de CIA en dan omgekeerd, banden gieren, machinegeweren ratelen, blik klapt op blik, en in Jurassic Park gaat het niet wezenlijk anders toe. In zijn achteruitkijkspiegel ziet een van de helden hoe een zich vaardig voortspoedende tyrannosaurus een reuzenpoot op het autodak wil leggen. Ik vertel niet hoe dit afloopt. En dan, om ieder risico uit te sluiten, heeft hij ook een paar scènes verzonnen die regelrecht uit Bambi komen, zij het dat Bambi hier als brontosaurus verschijnt en vreedzaam een paar boomtoppen kaalvreet.

De echte boeven in deze film, als we ze zo mogen noemen, zijn overigens niet de tyrannosaurussen maar de velociraptors waarvan het gerucht gaat dat de geleerden er nog geen wervel van hebben gevonden. Dat is niet wezenlijk van belang. Spielbergs dieren blijven mooi, en hij blaast een oude vraag nieuw leven in. Als de Schepper bestaat, moeten we Haar of Hem dan niet in de eerste plaats zien als Iemand die sinds de oerknal al verslaafd is, en tot de laatste seconde verslaafd zal blijven aan Haar/Zijn Eigen experimenten?