Kranten: voortrekkersrol in bevorderen collectieve identiteit

De verdeling van het politieke spectrum in Nederland in progressief/conservatief dan wel links/rechts is dringend aan herziening toe. Dit komt vooral omdat de Partij van de Arbeid nog altijd een linkse opstelling claimt, ofschoon haar achterban zich eerder thuisvoelt in een conservatief waardenschema. Dit blijkt uit een recente dieptepeiling door NSS/Marktonderzoek bv in Den Haag naar politieke voorkeuren in samenhang met het lezen van dag- en weekbladen. Gebrek aan voeling met de eigen aanhang draagt ertoe bij dat de partij haar politieke kompas kwijt is. Een stuurloosheid die des te rampzaliger is omdat de PvdA in de huidige coalitieregering mee aan het roer staat.

Het onderzoek werd in mei van dit jaar gehouden onder een representatieve steekproef van 819 landgenoten van 18 jaar en ouder. Voor de sondering werd een speciale schaal ontworpen op basis van een achttal uitspraken, die in het kader van een zogeheten Omnibus-ondervraging schriftelijk aan de respondenten werden voorgelegd. Zij vormen een bijgestelde versie van beproefde schaalconstructies bij het onderzoek naar het syndroom van de autoritaire persoonlijkheid:

Er zijn twee soorten mensen: sterken en zwakken. Nu de grote politieke idealen zijn verdwenen, worden wij in hoofdzaak nog slechts geregeerd door zakkenvullers. Wat wij in de eerste plaats nodig hebben zijn een paar eerlijke en moedige politici, waar het volk vertrouwen in kan stellen. Jongeren moeten gewoon weer terug naar een baas om een vak te leren. Door de hoge geboortencijfers van allochtonen ziet het er voor de toekomst van Nederland donker uit. De politie kan tegen misdadigers niet hard genoeg optreden. Het belangrijkste wapen tegen de ziekte aids is niet het condoom, maar de monogame relatie tussen twee mensen. De dagelijkse overdosis tv-amusement gecombineerd met softporno kweekt een generatie van slapjanussen.

Door degenen die op de uitspraken reageerden met "helemaal mee eens' of "mee eens' samen te voegen tot één categorie en daar een tweede categorie tegenover te stellen van degenen die reageerden met "helemaal mee oneens' of "mee oneens', konden twee verschillende mentaliteitsprofielen geconstrueerd worden. Het eerstbedoelde profiel ("mee eens'), in navolging van M. Rokeach hierna aan te duiden als "gesloten', kenmerkt zich door het vasthouden aan een hiërarchisch beeld van sociale en politieke machtsverhoudingen en rollen. Het laatstgenoemde profiel ("mee oneens'), in het vervolg te omschrijven als "open', profileert zich door een tendens tot herdefiniëring van belangen, normen en waarden. Slechts anderhalf procent van de respondenten liet het bij de beantwoording afweten. De antwoorden gaven een verrassend grote mate van spreiding te zien: 39 procent eens, 41 procent oneens, 21 procent daartussenin.

In Nederland blijkt sprake te zijn van een tweedeling berustend op contrasterende collectieve identiteiten. Wat we zien gebeuren is dat mensen van verschillende maatschappelijke achtergronden zich identificeren met bepaalde culturele waarden, die vormend zijn voor een gevoel van collectieve identiteit. Dat wordt gevoed door de krant die bij de mensen in huis komt. Ten opzichte van het gemiddelde blijkt het lezen van een regionaal dagblad de "gesloten' houding niet onaanzienlijk te versterken. Dit laatste is eveneens het geval bij de lezers van het landelijke ochtendblad De Telegraaf, terwijl bij het Algemeen Dagblad de "openheid' nagenoeg overeenstemt met het gemiddelde. De lezers van NRC Handelsblad, de Volkskrant en de wekelijkse opiniebladen vormen een categorie apart aan de "open' kant van het spectrum. Bij hen rijst de open grondhouding om zo te zeggen de pan uit.

Bij een gemiddelde score van 39 procent aan de "gesloten' kant van de schaal luiden de scores voor de aanhang van politieke partijen: PvdA 50 procent VVD 49 procent, Klein Rechts 42 procent, CD 38 procent, D66 19 procent, Groen Links 10 procent.

Uit deze afdalende reeks zou men kunnen afleiden dat de PvdA-achterban de conservatiefste van alle is, een stuk behoudender zelfs dan die van Klein Rechts ("Politiek Den Haag' heeft de betekenis van autoritarisme als een der belangrijkste niet-economische dimensies voor de sociaal-politieke ontwikkeling stelselmatig onderschat. In het gangbare opinie-onderzoek zijn dit soort dieptepeilingen zelfs min of meer taboe.)

De validiteit van de H-schaal wordt bevestigd doordat zij sterk blijkt te discrimineren op de standaard onderdelen van het door NSS/Marktonderzoek ontwikkelde Multi Dimensional Involvement model. Het bevolkingsdeel, gekenmerkt door een hoog gehalte aan "openheid', toont een naar verhouding grote emotionele betrokkenheid en bereidheid tot actie ten aanzien van minderheidsvraagstukken en milieuproblematiek. Dit gegeven verwijst naar de beide actuele kernproblemen in onze democratie: de culturele pluriformiteit (hoe die harmonisch te incorporeren in een gemeenschappelijke politieke en sociale ordening) alsmede de spanningsverhouding tussen economie en ecologie. Uit het onderzoek blijkt dat het van alle politieke partijen vooral D66 en Groen Links zijn, die door de kiezers geacht worden deze betrokkenheid te honoreren.

Ofschoon de nieuwe sociale bewegingen het woord "klasse' niet langer in hun vaandel voeren, doet de peiling vermoeden dat in Nederland een nieuw soort klassendifferentiatie aan het ontstaan is en wel over de kwesties die verder gaan dan economische uitbuiting en sociale ongelijkheid. De nieuwe bewegingen vinden hun collectieve identiteit voorbij deze klassieke thema's uit het industriële tijdperk. Missen vakbonden en stakende vuilnismannen zo langzamerhand niet de aansluiting met het levensgevoel van een toenemend deel der bevolking?

Deze ontwikkeling staat niet los van het "trigger-effect' dat de protestgeneratie uit de jaren zestig en zeventig op sociaal-culturele veranderingen heeft gehad, hoewel de mobilisering van een nieuw sociaal elan thans een eigensoortig proces lijkt. In de afgelopen decennia heeft Nederland miljarden genvesteerd in onderwijsemancipatie met tweeërlei gevolgen: enerzijds heeft het de nieuwe middengroepen verwijderd van de arbeiderscultuur, anderzijds werpt het vruchten af in de vorm van een nieuwe politieke bewustwording.

Bij het electoraat in de jaren negentig voltrekt zich een mentaliteitsdoorbraak, in deze beschouwing getypeerd als gaande van geslotenheid naar openheid. De doorbraakpartijen heten Groen Links en D66. Deze collectieve identiteit blijkt zich te weerspiegelen onder een deel van het krantenlezend publiek. Met name de Volkskrant en NRC Handelsblad lijken op die manier een sociaal-politieke voortrekkersrol te vervullen. Zet het fenomeen "kwaliteitskrant', zo kan men zich afvragen, daarmee niet de bakens uit naar - op wat langere termijn - een tweepartijenstelsel in de vaderlandse politiek?